Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:3273

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-12-2016
Datum publicatie
07-12-2016
Zaaknummer
201602337/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 februari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern Urmond - Kern Berg" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/3714
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201602337/1/R1.

Datum uitspraak: 7 december 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vereniging Vereniging van Eigenaars Casa de Montana I (hierna: VvE I), gevestigd te Urmond, gemeente Stein,

2. de vereniging Vereniging van Eigenaars Casa de Montana II (hierna: VvE II), gevestigd te Urmond, gemeente Stein,

3. [appellant sub 3], wonend te Urmond, gemeente Stein,

en

de raad van de gemeente Stein,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 februari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Kern Urmond - Kern Berg" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben VvE I, VvE II en [appellant sub 3] beroep ingesteld.

VvE II en [appellant sub 3] hebben nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 november 2016, waar VvE I, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door H.P.W. Havens, VvE II, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. M. Jue, [appellant sub 3] en de raad, vertegenwoordigd door J.H. Janssen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het plan voorziet, voor zover hier van belang, in de bestemming "Verkeer" ter plaatse van een deel van het perceel kadastraal bekend nr. 6028 te Urmond. Dit perceel omvat uitsluitend een buurweg. Aan de noord- en zuidzijde staan appartementencomplexen van VvE I en VvE II. Aan de oostzijde takt de buurweg aan op de Holsweg, een openbare weg. Aan de westzijde sluit het perceel aan op het L-vormige perceel 6030, dat geheel in eigendom is van de gemeente. Een deel van dat perceel ligt, in het verlengde van perceel 6028, tussen de appartementencomplexen. Het grootste deel van het perceel 6030 ligt ten westen van het appartementencomplex van VvE I en omvat - deels - de uiterwaarden van de Maas.

Het perceel 6028 is ongeveer 2 meter breed. De buurweg zelf is breder en fungeert als een oprit naar de parkeergarages van de appartementencomplexen van de VvE’s. Op het perceel is verder bij notariële akte van 22 maart 1990 een recht van buurweg gevestigd in de zin van artikel 719 (oud) van het Burgerlijk Wetboek. De gemeente en de VvE’s zijn hierbij partij.

Het perceel 6030 is in eigendom van de gemeente. Op het deel van het perceel tussen de appartementencomplexen ligt een trap, die gedeeltelijk reikt naar de uiterwaarden.

Bestemming verkeer

2. VvE I, VvE II en [appellant sub 3] kunnen zich niet verenigen met de bestemming "Verkeer" die is toegekend aan het midden van de buurweg. Volgens hen is een woonbestemming passender. Zij betogen dat met het laten voortduren van de verkeersbestemming de buurweg een openbaar karakter krijgt en dat dit een aantrekkende werking zal hebben op gebiedsvreemde recreanten. Dit laatste is in strijd met de uitgangspunten van de gemeente toen het recht van buurweg werd gevestigd. [appellant sub 3] betoogt verder dat de raad in een aantal andere gevallen aan vergelijkbare toegangen naar de uiterwaarden geen verkeersbestemming heeft toegekend, maar natuur- en woonbestemmingen. Verder stelt hij dat met het doortrekken van de buurweg naar de uiterwaarden, waar de gemeente een struinpad wil aanleggen, verkeersonveilige situaties ontstaan voor recreanten die op de buurweg van en naar het struinpad lopen.

2.1. De raad stelt dat het toekennen van de verkeersbestemming op geen enkele wijze van invloed is op de omvang van het gebruiksrecht van de buurweg. Het gebruik wordt volgens hem geregeld door de overeenkomst tussen de gemeente en de VvE I en II en de openbaarheid van de weg door de Wegenwet. Het veranderen van de bestemming van de buurweg in een woonbestemming zoals de VvE I, II en [appellant sub 3] wensen, doet niet af aan de omvang van het gebruiksrecht van de gemeente. De verkeersbestemming leidt volgens hem ook niet tot verkeersrisico’s voor de gebruikers van de buurweg of recreanten, een toename van de parkeerdruk of een verzwaring van de onderhoudsverplichting van de buurweg.

Verder stelt de raad dat ook in het vorige plan de buurweg een verkeersbestemming had en dat dat er niet toe heeft geleid dat de weg een openbare weg als bedoeld in de Wegenwet is geworden.

2.2. Aan de buurweg is de bestemming "Verkeer" toegekend.

In artikel 14, lid 14.1.1, van de planregels staat dat de voor "Verkeer" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. verkeersdoeleinden;

(...)

d. parkeervoorzieningen

e. openbare nutsvoorzieningen;

f. voorzieningen ten behoeve van fauna(passage);

(...);

met daaraan ondergeschikt:

1. speelvoorzieningen;

2. straatmeubilair;

(...).

Ingevolge lid 14.3.1, kan het college van burgemeester en wethouders de bestemming onder voorwaarden wijzigen in de bestemming "Wonen" ten behoeve van de vergroting van een aan de bestemming "Verkeer" grenzende tuin.

2.3. De Afdeling stelt vast dat het niet de bedoeling van VvE I, VvE II en [appellant sub 3] is om de buurweg te verwijderen of weg te bestemmen, maar dat zij een woonbestemming in plaats van een verkeersbestemming wensen voor de buurweg om te voorkomen dat deze het karakter van een openbare weg krijgt of dat meer personen de buurweg gaan gebruiken.

De raad heeft terecht gesteld dat de soort bestemming van de buurweg in het bestemmingsplan geen invloed heeft op de vraag of de weg openbaar in de zin van de Wegenwet is of niet. De Wegenwet regelt dit. Voorts acht de Afdeling het niet aannemelijk dat de weergave van de verkeersbestemming of een woonbestemming op de verbeelding ertoe leidt dat meer recreanten gebruik zullen maken van de buurweg.

Het voorgaande neemt niet weg dat de raad dient te motiveren waarom hij in het kader van een goede ruimtelijke ordening een bepaalde bestemming toekent aan de gronden binnen het plangebied. De buurweg takt aan de oostzijde aan op een weg en wordt gebruikt door autoverkeer om bij de garages onder de appartementen te komen. De Afdeling ziet gezien dit gebruik van de buurweg geen grond voor het oordeel dat de raad in dit geval niet in redelijkheid de bestemming "Verkeer" heeft kunnen toekennen. Voor zover is verwezen naar andere doorgangen naar de uitwaarden met andere bestemmingen heeft de raad aannemelijk gemaakt dat die doorgangen voornamelijk in omgevingen liggen die tot natuurgebieden behoren en dat een natuurbestemming gezien die omgeving passender is. Voor zover een doorgang een woonbestemming heeft gekregen, heeft de raad ter zitting verklaard dat dit abusievelijk is gebeurd en zal worden aangepast in toekomstige bestemmingsplannen.

Over de verkeersveiligheid en de parkeerdruk, overweegt de Afdeling dat de VvE I, VvE II en [appellant sub 3] niet aannemelijk hebben gemaakt dat het toekennen van de bestemming "Verkeer" zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting daarvan.

Het betoog faalt.

Trap naar de uiterwaarden

3. VvE II kan zich niet verenigen met de bestemming "Natuur", voor zover die is toegekend aan de smalle strook grond op het perceel 6030, direct aansluitend op de buurweg. Volgens haar is binnen deze bestemming ten onrechte voorzien in kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik met een hoogte van 3 m. Volgens VvE II kan hierdoor de nu bestaande trap, die aan het einde van de buurweg ligt, worden verlengd tot in de uiterwaarden en zal dit een aantrekkende werking hebben op recreanten.

3.1. Aan de bedoelde uiterwaarden is de bestemming "Natuur" toegekend.

In artikel 12, lid 12.2.2, onder b, van de planregels staat dat op deze gronden kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen ten behoeve van recreatief medegebruik mogen worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 3,00 m mag bedragen.

3.2. De Afdeling acht het aannemelijk dat het aanleggen van een trap ter aansluiting van het struinpad op de buurweg, zal leiden tot een toename van recreanten. De raad heeft ter zitting verklaard dat hij het ruimtelijk aanvaardbaar acht dat recreanten van de trap en de aansluitende buurweg gebruik maken. In hetgeen VvE I, VvE II en [appellant sub 3] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat passerende recreanten die gebruik maken van de trap zodanige hinder met zich brengen, dat de raad het plan op dit punt niet had kunnen vaststellen. Het betoog faalt.

4. Gelet op het voorstaande zijn de beroepen ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.

w.g. Pans w.g. Van Helvoort

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 december 2016

361.