Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:3084

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-11-2016
Datum publicatie
30-11-2016
Zaaknummer
201603437/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 april 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201603437/1/V2.

Datum uitspraak: 21 november 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 3 mei 2016 in zaak nr. 16/7076 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 4 april 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 3 mei 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De vreemdeling en de staatssecretaris hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak gelijktijdig met zaken ECLI:NL:RVS:2016:3083 en ECLI:NL:RVS:2016:3085 ter zitting behandeld op 29 augustus 2016, waar de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.A.H. Schoofs, advocaat te Arnhem, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.A. Visser en mr. R. Jonkman, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over de vraag of de staatssecretaris de vreemdeling terecht de stad Bagdad als vestigingsalternatief heeft tegengeworpen. De Afdeling besteedt daarbij aandacht aan de positie van soennieten in de stad en de toegang tot de stad voor terugkerende Iraakse vreemdelingen. Daarmee heeft deze uitspraak ook betekenis voor andere soennitische vreemdelingen uit Irak die, al dan niet als vestigingsalternatief, naar Bagdad-stad terugkeren. Gelet hierop en op de actualiteitswaarde van de uitspraak, betrekt de Afdeling bij haar toetsing ook stukken waarop partijen pas na de aangevallen uitspraak een beroep hebben gedaan.

1.1. De in deze procedure betrokken stukken zijn vermeld in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

2. De vreemdeling is een soennitische moslim afkomstig uit de stad Baquba, provincie Diyala, in Irak. In 2007 is hij voor zijn werk in Bagdad gaan wonen. Hij heeft verklaard dat hij eind 2012, na problemen op zijn werk, zijn vrouw en kinderen bij zijn schoonouders in Bagdad heeft ondergebracht en zelf heeft verbleven bij zijn familie in de provincie Diyala. In september 2015 heeft de vreemdeling, mede wegens de algemene veiligheidssituatie, met zijn gezin Irak verlaten.

Omvang van het geschil

3. Niet in geschil is dat de vreemdeling geboren en getogen is in Baquba in de provincie Diyala en daarnaar niet kan terugkeren omdat de staatssecretaris deze provincie heeft aangemerkt als een gebied dat zich in de uitzonderlijke situatie, bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000), bevindt. De staatssecretaris heeft daarom beoordeeld of de vreemdeling zich opnieuw kan vestigen in Bagdad-stad.

3.1. De vreemdeling heeft ter zitting te kennen gegeven dat hij zijn grief dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de mate van willekeurig geweld in de stad Bagdad niet dermate hoog is dat de vreemdeling louter door zijn aanwezigheid daar een reëel risico loopt op een bedreiging als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3, van de Vw 2000, niet handhaaft.

Grieven

4. Hetgeen in de eerste tot en met derde grief is aangevoerd kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000, met dat oordeel volstaan.

5. In het tweede deel van de vierde en in de vijfde grief, in onderlinge samenhang bezien en zoals toegelicht ter zitting bij de Afdeling, klaagt de vreemdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de staatssecretaris hem terecht een vestigingsalternatief als bedoeld in artikel 3.37d, eerste lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, heeft tegengeworpen in de stad Bagdad. Volgens de vreemdeling heeft de rechtbank niet onderkend dat hij niet veilig in de stad kan verblijven. De vreemdeling betoogt dat uit de door hem overgelegde stukken blijkt dat de sjiitische bewoners van de stad en in het bijzonder de daar aanwezige, aan de Iraakse autoriteiten gelieerde sjiitische milities, steeds nadrukkelijker trachten het al overwegend sjiitische Bagdad van zijn soennitische minderheid te ontdoen. Volgens de vreemdeling verlaten grote aantallen soennieten om die reden de stad weer. Omdat hij zich langs sjiitische controleposten moet bewegen of anderszins door sjiitische milities kan worden gecontroleerd, terwijl uit zijn identiteitskaart blijkt dat hij uit de overwegend door soennitische moslims bevolkte provincie Diyala komt, kan hij niet veilig in de stad verblijven. Daarnaast betoogt de vreemdeling dat hij niet tot de stad zal worden toegelaten, omdat hij niet beschikt over een sponsor, dan wel een brief van een mukhtar of een wijkhoofd.

Standpunt staatssecretaris vestigingsalternatief

5.1. In het besluit van 4 april 2016 en het voornemen daartoe, zoals toegelicht ter zitting bij de rechtbank en de Afdeling, heeft de staatssecretaris zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling zich buiten zijn gebied van herkomst, namelijk in de stad Bagdad, kan vestigen. De staatssecretaris heeft hieraan ten grondslag gelegd dat de vreemdeling eerder, van 2007 tot 2012, in de stad heeft verbleven, evenals zijn echtgenote en kinderen tot aan hun vertrek in september 2015. Weliswaar bestaat in Bagdad-stad geweld jegens soennieten, maar volgens de staatssecretaris betreft dit incidenten en geen systematische vervolging. Daarbij is voor de staatssecretaris van belang dat de stad nog altijd een grote soennitische gemeenschap herbergt en dat volgens hem ook uit de door de vreemdeling overgelegde stukken blijkt dat jegens hen sprake is van gericht geweld dat meer crimineel gemotiveerd lijkt te zijn. De grootste aantallen slachtoffers in Bagdad-stad vallen volgens de staatssecretaris onder de sjiitische bevolking, die te lijden heeft van aanslagen van Islamitische Staat in Irak en al-Sham/Islamitische Staat (hierna: ISIS). Onder verwijzing naar, onder meer, het rapport Country Information and Guidance - Iraq: Sunni (Arab) Muslims van augustus 2016 van het Britse Home Office, heeft de staatssecretaris voorts toegelicht dat de Iraakse autoriteiten moeite doen om met een verzoeningsprogramma de verhoudingen tussen de sjiitische en soennitische bevolking te verbeteren en dat door de vorming van een 'National Guard' de invloed van sjiitische milities wordt teruggedrongen.

Ten slotte heeft de staatssecretaris bij zijn standpunt betrokken dat de toegang tot Bagdad-stad is gewaarborgd voor Iraakse burgers die terugkeren vanuit Europa. Uit informatie van de United Nations High Commissioner for Refugees (hierna: de UNHCR) volgt volgens hem dat zij met alleen een laissez-passer via Baghdad International Airport naar Irak kunnen terugkeren en van daaruit toegang tot de stad hebben. Voor zover voor langduriger vestiging in de stad een aantal administratieve handelingen dient te worden verricht, zoals het beschikken over een sponsor, is dit op voorhand geen onoverkomelijke eis, aldus de staatssecretaris.

Positie soennieten in de stad Bagdad

5.2. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de staatssecretaris zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vreemdeling geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De staatssecretaris heeft met het hiervoor onder 5.1. weergegeven standpunt aannemelijk gemaakt dat soennieten in Bagdad-stad niet systematisch worden blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen. Weliswaar volgt uit de door de vreemdeling overgelegde stukken dat soennieten in Bagdad-stad slachtoffer zijn geworden van ontvoeringen en buitengerechtelijke executies, maar, gelet op het grote aantal soennieten in de stad, maakt dit niet dat de vreemdeling wegens het enkele zijn van soenniet een reëel risico loopt op een dergelijke onmenselijke behandeling. De staatssecretaris heeft daarbij terecht in aanmerking genomen dat uit de landeninformatie blijkt dat soennitische wijken minder te maken hebben met bomaanslagen door ISIS, die verantwoordelijk zijn voor het overgrote deel van de doden en gewonden in de stad Bagdad, en ook dat de situatie in verschillende soennitische en gemengde wijken in gunstige zin afsteekt tegen de situatie in sjiitische wijken. In reactie op het betoog van de vreemdeling dat met name soennieten de stad ontvluchten omdat verder verblijf er te onveilig is geworden, heeft de staatssecretaris zich voorts terecht op het standpunt gesteld dat uit cijfers van de Internationale Organisatie voor Migratie (hierna: de IOM) blijkt dat nog altijd meer dan een half miljoen overwegend soennitische ontheemden in de provincie Bagdad verblijven en dat het gelet op de aantrekkingskracht van de gelijknamige stad in de rede ligt dat een groot aantal van hen juist daar verblijft. De staatssecretaris heeft er daarbij bovendien terecht op gewezen dat, voor zover ontheemden Bagdad-stad weer verlaten, een logische verklaring hiervoor is dat zij terugkeren naar hun oorspronkelijke woonplaats omdat ISIS daar is verdreven.

Toegang tot Bagdad-stad

5.3. Ter beantwoording van de vraag of de vreemdeling toegang heeft tot Bagdad-stad heeft de staatssecretaris terecht gewezen op de informatie van de UNHCR waaruit volgt dat Iraakse burgers vanuit het buitenland reeds met een laissez-passer via Baghdad International Airport naar Irak kunnen terugkeren en via het vliegveld toegang tot de stad hebben. De e-mailcorrespondentie van Vluchtelingenwerk Nederland met de IOM, waarop de vreemdeling ter zitting bij de Afdeling een beroep heeft gedaan, bevestigt deze informatie van de UNHCR. Over het betoog van de vreemdeling dat er toegangseisen gelden zoals het beschikken over een sponsor in de stad, heeft de staatssecretaris zich terecht op het standpunt gesteld dat, voor zover voor langduriger verblijf administratieve handelingen zijn vereist, dit geen onoverkomelijke eisen zijn. De staatssecretaris heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de vreemdeling toegang heeft tot Bagdad-stad.

5.4. Nu de vreemdeling niet wegens zijn persoonlijke omstandigheden noch als soenniet in Bagdad-stad een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade loopt, en toegang heeft tot de stad, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de staatssecretaris de vreemdeling terecht een vestigingsalternatief in de stad Bagdad heeft tegengeworpen.

De grieven falen.

Conclusie

6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, voorzitter, en mr. E. Steendijk en mr. J.Th. Drop, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Ahmady-Pikart

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 november 2016

638-837.

BIJLAGE

Overzicht van in de procedure betrokken stukken

1. Een e-mailbericht van Barbara Rijks, Head of Office, Erbil, International Organization for Migration (IOM) in Iraq 'Baghdad as a flight or relocation alternative for IDP's (Dutch Council for Refugees)' van 23 augustus 2016

2. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Humanitaire situatie Bagdad' van 23 augustus 2016

3. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Situatie soennitische wijken Bagdad' van 23 augustus 2016

4. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Irak - positie soennitische ontheemden uit Anbar in Bagdad' van 23 augustus 2016

5. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Irak - situatie soennieten uit Diyalah in Bagdad' van 23 augustus 2016

6. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Positie soennieten in en toegang tot Bagdad' van 23 augustus 2016

7. Het rapport van het Britse Home Office 'Country Information and Guidance - Iraq: Sunni (Arab) Muslims' van augustus 2016

8. Een brief van Periklis Kortsaris, Senior Regional Protection Advisor UNHCR, Office of the MENO Director Amman, Jordan 'Internal Flight Alternative in Bagdhad' van 3 augustus 2016

9. Een notitie van Vluchtelingenwerk Nederland 'Veelgestelde Vragen - Bagdad - Veiligheidssituatie' van augustus 2016

10. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Irak - Bagdad vestigingsalternatief' van 29 juli 2016

11. Een overzicht van de website http://iraqdtm.iom.int/DtmReports.aspx over juni 2016

12. Het rapport van de United Nations High Commissioner for Refugees 'Relevant COI for Assessment on the Availability of an Internal Flight or Relocation Alternative (IFA/IRA) in Baghdad for Sunni Arabs from ISIS-Held Areas' van 3 mei 2016

13. Een notitie van Vluchtelingenwerk Nederland 'Veelgestelde Vragen - Irak - Vestigingsalternatief' van mei 2016

14. Een brief van Vluchtelingenwerk Nederland 'Irak - veiligheidssituatie Bagdad' van 11 april 2016

15. Het rapport van het Britse Home Office 'Country Information and Guidance Iraq: Security situation in Baghdad, the south and the Kurdistan Region of Iraq (KRI)' van april 2016

16. Een bericht van Sky News 'Sharp Rises in Iraqi Dead As IS Steps Up Attacks' van 2 april 2016

17. Een notitie van Vluchtelingenwerk Nederland 'Veelgestelde Vragen - Irak - Vestigingsalternatief' van januari 2016

18. Een notitie van Vluchtelingenwerk Nederland 'Veelgestelde Vragen - Bagdad - Veiligheidssituatie' van januari 2016

19. De uitspraak van het Britse Upper Tribunal (Immigration and Asylum Chamber) van 30 oktober 2015 ([2015] UKUT 00544)

20. Het thematisch ambtsbericht over de veiligheidssituatie in Irak van de minister van Buitenlandse Zaken van oktober 2015