Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:3063

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-11-2016
Datum publicatie
16-11-2016
Zaaknummer
201600332/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 oktober 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Huisduinen en de Stelling 2015" (hierna: het plan) vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2016/7668
JOM 2016/1159
JGROND 2017/4 met annotatie van Loo, F.M.A. van der
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201600332/2/R1.

Datum uitspraak: 16 november 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Huisduinen, gemeente Den Helder,

en

de raad van de gemeente Den Helder,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 oktober 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Huisduinen en de Stelling 2015" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juni 2016, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door ing. H.J. Winter, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 6 juli 2016, zaak nr. 201600332/1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken het daarin omschreven gebrek in het besluit van 12 oktober 2015 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 27 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders meegedeeld dat aan de bij de tussenuitspraak gegeven opdracht is voldaan.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [appellant] een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak vastgesteld dat de raad blijkens het vaststellingsbesluit, gelezen in samenhang met de Nota van beantwoording van de zienswijzen, heeft ingestemd met de zienswijze van [appellant] om aan het perceel de aanduiding "horeca van categorie 5" toe te kennen. Voorts heeft de Afdeling in de tussenuitspraak overwogen dat in het vastgestelde plan deze aanduiding niet in de verbeelding is opgenomen. De verbeelding stemt, aldus de Afdeling, in zoverre niet overeen met het vaststellingsbesluit. Gelet hierop heeft de Afdeling geoordeeld dat het bestreden besluit en het plan in onderlinge samenhang in zoverre zijn vastgesteld in strijd met de rechtszekerheid.

2. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, dient het beroep van [appellant] gegrond te worden verklaard en het besluit van 12 oktober 2015 te worden vernietigd, voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie] voor zover daaraan op de elektronische verbeelding niet de aanduiding "horeca van categorie 5" is toegekend.

3. De Afdeling heeft bij de tussenuitspraak de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van overweging 14 de elektronische verbeelding in overeenstemming te brengen met het vaststellingsbesluit van 12 oktober 2015.

4. Bij brief van 27 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders meegedeeld dat overeenkomstig de beslissing van de Raad van State met inachtneming van de in de uitspraak genoemde overweging 14 de elektronische verbeelding in overeenstemming is gebracht met het vaststellingsbesluit van 12 oktober 2015. Voorts staat in die brief dat het aangepaste bestemmingsplan vanaf 1 augustus 2016 gedurende een periode van zes weken ter inzage ligt op nader aangegeven wijzen.

5. De Afdeling stelt vast dat thans in de elektronische verbeelding ter plaatse van het plandeel met de bestemming "Wonen" voor [locatie] de aanduiding "horeca van categorie 5" is toegekend.

6. [appellant] betoogt dat de brief van 27 juli 2016 niet afkomstig is van de raad, maar van het college van burgemeester en wethouders en dat daarom niet is voldaan aan de opdracht van de Afdeling, welke immers aan de raad is gericht.

6.1. De Afdeling overweegt dat bij de tussenuitspraak aan de raad de opdracht is gegeven om het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te wijzigen, zodanig dat de elektronische verbeelding in overeenstemming is met het vaststellingsbesluit, waarbij wat betreft het ontbreken van de aanduiding "horeca van categorie 5" de zienswijze van [appellant] gegrond is verklaard. De raad heeft binnen de daartoe gegeven termijn geen gewijzigd besluit genomen. Derhalve is niet aan de opdracht van de Afdeling voldaan. In dit verband is niet voldoende dat de elektronische verbeelding, zonder grondslag in een besluit van de raad, in overeenstemming is gebracht met het vaststellingsbesluit.

6.2. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien door voor het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie] te bepalen dat in de elektronische verbeelding met het kenmerk NL.IMRO.0400.612BPSTELLING2015-VST1 de aanduiding "horeca van categorie 5" wordt opgenomen. Niet aannemelijk is dat belanghebbenden in hun belangen worden geschaad, nu het bestemmingsplan met de aangepaste verbeelding vanaf 1 augustus 2016 gedurende een periode van zes weken ter inzage heeft gelegen, onder vermelding dat beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling, en daartegen geen beroep is ingesteld.

7. Voor zover [appellant] een verdergaande wijziging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan beoogt en er vanuit gaat dat zijn bezwaren vermoedelijk verder zullen worden besproken in de einduitspraak, stelt de Afdeling vast dat bij de tussenuitspraak is beslist op de overige beroepsgronden van [appellant]. Behoudens zeer uitzonderlijke gevallen kan niet worden teruggekomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.

8. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van 12 oktober 2015 waarbij het bestemmingsplan "Huisduinen en de Stelling 2015" is vastgesteld voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen" voor [locatie], voor zover daaraan in de elektronische verbeelding niet de aanduiding "horeca van categorie 5" is toegekend;

III. bepaalt dat voor het plandeel met de bestemming "Wonen" aan de [locatie] de aanduiding "horeca van categorie 5" wordt opgenomen in de elektronische verbeelding met het kenmerk NL.IMRO.0400.612BPSTELLING2015-VST1;

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 12 oktober 2015, voor zover dit is vernietigd;

V. draagt de raad van de gemeente Den Helder op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel onder III wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Den Helder aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.

w.g. Pans w.g. Zwemstra

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 november 2016

91.