Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2960

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-11-2016
Datum publicatie
09-11-2016
Zaaknummer
201501299/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 november 2012 heeft het college Hotel Rokin een schadevergoeding van € 1.453.388,00 toegekend in verband met de aanleg van de Noord-Zuidlijn in de jaren 2004 tot en met 2008.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/1146
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201501299/1/A2.

Datum uitspraak: 9 november 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hotel Rokin B.V. (hierna: Hotel Rokin), gevestigd te Amsterdam,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 januari 2015 in zaak nr. 13/5946 in het geding tussen:

Hotel Rokin

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.

Procesverloop

Bij besluit van 23 november 2012 heeft het college Hotel Rokin een schadevergoeding van € 1.453.388,00 toegekend in verband met de aanleg van de Noord-Zuidlijn in de jaren 2004 tot en met 2008.

Bij besluit verzonden op 4 september 2013, als gewijzigd bij besluit van 11 oktober 2013, heeft het college het door Hotel Rokin daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de schadevergoeding op € 1.485.555,00 vastgesteld.

Bij uitspraak van 6 januari 2015 heeft de rechtbank het door Hotel Rokin daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Hotel Rokin hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 oktober 2016, waar Hotel Rokin, vertegenwoordigd door mr. M.J. Faro, advocaat te Amsterdam, V.B.L. Kroon en H.J. Jansen, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.J.P.G. Roozendaal, advocaat te Breda, en mr. H.M. van Velsen en T.L.J. Ramaker, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Hotel Rokin exploiteert een driesterrenhotel in het pand aan het Rokin 71 en 73 te Amsterdam. Bij brief van 16 november 2009 heeft zij het college op grond van de Verordening Nadeelcompensatie en Planschade Noord-Zuidlijn verzocht om nadeelcompensatie over de jaren 2004 tot en met 2008 (hierna: de schadeperiode). Aan dat verzoek heeft zij ten grondslag gelegd dat haar omzet is gedaald als gevolg van de overlast in verband met de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn.

In hoger beroep is uitsluitend de hoogte van de aan Hotel Rokin toegekende schadevergoeding, in verband met de in de schadeperiode gerealiseerde kamerprijzen, in geschil.

2. Het college heeft voor het op het verzoek te nemen besluit advies gevraagd aan de Schadecommissie Noord-Zuidlijn (hierna: de schadecommissie).

In een definitief advies van 27 juli 2012 heeft de schadecommissie uiteengezet dat de omzet in de schadeperiode, ten opzichte van de op grond van de referentiegegevens over die periode te verwachten omzet, is gedaald en dat dit een gevolg is van de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Omdat het hotel, na uitbreiding en verbouwing van het pand, in het jaar 2004 als driesterrenhotel is geclassificeerd, is voor de berekening van de te verwachten omzet als de schadeveroorzakende gebeurtenis achterwege was gebleven geen gebruik gemaakt van historische gegevens van Hotel Rokin, maar van branchegegevens over de schadeperiode.

Uit het door Hotel Rokin overgelegde rapport van Horwath Consulting B.V. (hierna: Horwath) van 2 november 2009 valt af te leiden dat de door Hotel Rokin in de schadeperiode gerealiseerde kamerprijzen gemiddeld 3 procent lager waren dan de gerealiseerde kamerprijzen van de twaalf door Horwath geselecteerde hotels die niet zijn gehinderd door de werkzaamheden. Volgens de schadecommissie heeft Hotel Rokin met dit rapport niet aannemelijk gemaakt dat zij haar kamerprijzen in de schadeperiode heeft verlaagd als gevolg van de werkzaamheden.

Daartoe heeft de schadecommissie in de eerste plaats gesteld dat de gegevens van de geselecteerde hotels niet representatief zijn voor de situatie van Hotel Rokin, omdat Hotel Rokin een kleiner aantal kamers dan het gemiddelde van de andere hotels heeft (43 om 117), Hotel Rokin, anders dan de meeste andere hotels, geen onderdeel van een keten is en sommige andere hotels zich op een afstand van meer dan één kilometer van Hotel Rokin bevinden. Ter nadere onderbouwing van deze stelling heeft de schadecommissie vier andere hotels geselecteerd die in de buurt van Hotel Rokin zijn gelegen, in de schadeperiode geen overlast van de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn hebben ondervonden en in omvang Hotel Rokin meer benaderen en die niet in de door Horwath gemaakte selectie zijn opgenomen. Van die vier hotels zijn er drie geen onderdeel van een keten.

In de tweede plaats heeft de schadecommissie gesteld dat de branchegegevens in het rapport van Horwath geen absolute norm weergeven, maar slechts een gemiddelde, waarbij uitschieters naar boven en naar beneden mogelijk zijn. De gerealiseerde kamerprijzen van Hotel Rokin wijken niet zodanig af van de gemiddelde kamerprijzen van de in het rapport van Horwath geselecteerde hotels, dat gesproken kan worden van een verlaging van de prijzen. De gerealiseerde kamerprijzen van Hotel Rokin zijn in de jaren 2004 tot en met 2007 gestegen, met uitzondering van een kleine terugval in 2005, en vanaf 2008 gedaald als gevolg van de verslechterde economische situatie. Verder is in het rapport van Horwath vermeld dat het een bewuste strategie van het management van Hotel Rokin is geweest om de kamerprijzen niet te verlagen, maar passend te houden op het niveau van een driesterrenhotel, onder meer om te voorkomen dat in grotere aantallen een ander publiek zou worden aangetrokken.

De door Hotel Rokin in de schadeperiode gerealiseerde kamerprijzen passen bij het niveau van een driesterrenhotel en zijn representatief om de gederfde omzet te kunnen berekenen. Dat die kamerprijzen zich iets onder het gemiddelde van de door Horwath geselecteerde hotels bevinden, betekent nog niet dat Hotel Rokin die kamerprijzen bewust lager heeft gehouden in verband met de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn, aldus de schadecommissie.

3. Hotel Rokin betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar kamerprijzen in de schadeperiode heeft verlaagd in verband met de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Daartoe voert zij aan dat niet aannemelijk is dat een hotelondernemer die structureel wordt geconfronteerd met een overlastgevende situatie, in strijd met zijn schadebeperkingsplicht, zijn kamerprijzen niet zou verlagen om de bezettingsgraad en omzet van zijn hotel op peil te houden. Voorts voert zij aan dat zij dit standpunt met het rapport van Horwath van 2 november 2009 heeft onderbouwd, dat Horwath een deskundige op het gebied van de hotelbranche is, dat in het rapport deugdelijk is gemotiveerd waarom de geselecteerde hotels representatief zijn en dat in dit verband niet van belang is of die hotels onderdeel van een keten zijn. Verder voert zij aan dat zij voldoende aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies van de schadecommissie naar voren heeft gebracht.

3.1. Indien in een advies van een door een bestuursorgaan benoemde onafhankelijke en onpartijdige deskundige op objectieve wijze verslag is gedaan van het door die deskundige verrichte onderzoek en daarin op inzichtelijke wijze is aangegeven welke feiten en omstandigheden aan de conclusies ervan ten grondslag zijn gelegd en deze conclusies niet onbegrijpelijk zijn, mag dat bestuursorgaan bij het nemen van een besluit op een verzoek om nadeelcompensatie van dat advies uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan naar voren zijn gebracht.

Indien de aanvrager een op een advies van een onafhankelijke en onpartijdige deskundige gebaseerd oordeel van het bestuursorgaan over het bestaan van schade, over de omvang van de schade of over het oorzakelijk verband tussen de schadeveroorzakende handeling en de schade bestrijdt, rust in beginsel op de aanvrager de bewijslast om zijn andersluidende standpunten aannemelijk te maken.

3.2. In het advies van 27 juli 2012 is inzichtelijk gemaakt welke feiten en omstandigheden ten grondslag zijn gelegd aan de conclusie van de schadecommissie dat Hotel Rokin niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij haar kamerprijzen in de schadeperiode heeft verlaagd als gevolg van de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn. Deze conclusie is niet onbegrijpelijk. Voorts bestaat, gelet op het volgende, geen grond voor het oordeel dat concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van deze conclusie naar voren zijn gebracht.

3.3. Dat Hotel Rokin, als gevolg van de structurele overlast veroorzaakt door de werkzaamheden ten behoeve van de aanleg van de Noord-Zuidlijn, haar kamerprijzen in de schadeperiode heeft moeten verlagen, heeft zij niet aannemelijk gemaakt. Uit het rapport van Horwath volgt dat niet, omdat daarin slechts is verwezen naar de gemiddelde kamerprijzen van een aantal andere hotels, waarvan Horwath heeft gesteld dat die vergelijkbaar met Hotel Rokin zijn.

3.4. In het advies van 27 juli 2012 heeft de schadecommissie uiteengezet waarom de gegevens van de door Horwath geselecteerde hotels niet representatief zijn voor de situatie van Hotel Rokin. Daartoe is volgens de schadecommissie onder meer van belang dat Hotel Rokin, anders dan de meerderheid van die geselecteerde hotels, geen onderdeel van een keten is en dat een hotel dat onderdeel is van een keten in het algemeen meer toeristen via een touroperator aangeboden krijgt, een grotere naamsbekendheid onder toeristen heeft, meer reserveringen heeft, minder afhankelijk van passanten is en een hogere gemiddelde bezettingsgraad heeft, dan een hotel dat geen onderdeel van een keten is.

Hotel Rokin heeft niet aannemelijk gemaakt dat het door de schadecommissie gemaakte onderscheid in dit verband irrelevant is. Voor zover hotels tegenwoordig allemaal even goed via websites te vinden zijn, zoals Hotel Rokin stelt, leidt dat niet tot een ander oordeel, omdat slechts de situatie ten tijde van de schadeperiode relevant is.

Volgens de schadecommissie is verder van belang dat Hotel Rokin een kleiner aantal kamers dan het gemiddelde van de andere hotels heeft en sommige andere hotels zich op een afstand van meer dan één kilometer van Hotel Rokin bevinden. Hotel Rokin heeft niet bestreden dat dit relevante verschillen zijn.

Onder deze omstandigheden bestaat geen grond voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de gegevens van de door Horwath geselecteerde hotels onvoldoende representatief zijn voor de situatie van Hotel Rokin en dus niet bruikbaar zijn voor het berekenen van de kamerprijzen die Hotel Rokin in de schadeperiode had kunnen realiseren als de schadeveroorzakende gebeurtenis achterwege was gebleven.

3.5. Dat, zoals Hotel Rokin stelt, de schadecommissie de gemiddelde bezettingsgraad van de door Horwath geselecteerde hotels wel heeft gebruikt voor het berekenen van de bezettingsgraad van de kamers als de schadeveroorzakende gebeurtenis in de schadeperiode achterwege was gebleven, leidt niet tot een ander oordeel. In het advies van 27 juli 2012 heeft de schadecommissie uiteengezet dat representatieve branchegegevens voor de bezettingsgraad van een driesterrenhotel in de schadeperiode niet beschikbaar zijn, dat zij daarom de keuze heeft gemaakt om de gegevens van Horwath voor de schadeberekening te hanteren en dat de gemiddelde bezettingsgraad van de geselecteerde hotels overeenkomt met de gemiddelde gerealiseerde bezettingsgraad van Hotel Rokin vóór aanvang van de schadeveroorzakende werkzaamheden. Deze keuze is niet onbegrijpelijk en niet tegenstrijdig met de keuze om de gegevens van Horwath niet te gebruiken voor het berekenen van de kamerprijzen.

3.6. Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Hazen

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 november 2016

452.