Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2933

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-10-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
201606446/2/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij onderscheiden besluiten van 11 mei 2016 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201606446/2/V3.

Datum uitspraak: 25 oktober 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling 1], [vreemdeling 2], mede voor haar minderjarige kind, en [vreemdeling 3], [vreemdeling 4] en [vreemdeling 5],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 18 augustus 2016 in zaken nrs. NL16.1064, NL16.1066, NL16.1068, NL16.1070 en NL16.1072 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 11 mei 2016 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 18 augustus 2016 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld.

Voorts hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. Het verzoek is erop gericht te voorkomen dat de vreemdelingen worden overgedragen gedurende de behandeling van het ingestelde hoger beroep.

2. De in hoger beroep voorgedragen grieven zijn gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat de vreemdelingen op grond van Verordening (EU) nr. 604/2013 (PbEU 2013 L180) aan Bulgarije kunnen worden overgedragen.

De beoordeling van deze grieven vergt nader onderzoek, waartoe deze procedure zich niet goed leent. Nu voorts is gebleken van een spoedeisend belang, als bedoeld in artikel 8:81 van de Awb, ziet de voorzieningenrechter, gelet op de betrokken belangen, aanleiding om de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

3. De voorzieningenrechter acht termen aanwezig om de staatssecretaris op na te melden wijze in de proceskosten te veroordelen

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden overgedragen, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;

II. veroordeelt de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 496,00 (zegge: vierhonderdzesennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, griffier.

w.g. Bijloos w.g. Verbeek

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 oktober 2016

574.