Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2929

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-10-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
201604008/3/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 april 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Zwanenhof" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201604008/3/R4.

Datum uitspraak: 24 oktober 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Zenderen, gemeente Borne,

2. [verzoeker sub 2], wonend te Zenderen, gemeente Borne,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Borne,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 april 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Zwanenhof" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] beroep ingesteld.

[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben een nader stuk in het geding gebracht.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Zwanenhof B.V. een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 oktober 2016, waar [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd door ing. M.H. Middelkamp, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. Otten en ing. D.M. Holtslag, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting De Zwanenhof, vertegenwoordigd door [gemachtigden[, bijgestaan door mr. J. Gundelach, advocaat te Almelo, als partij gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan maakt het realiseren van een zorghotel van twee verdiepingen met 60 kamers mogelijk ten westen van De Zwanenhof, een centrum voor training en verdieping, gevestigd aan de Retraitehuisweg 6 te Zenderen. Het plangebied bestaat uit het terrein van De Zwanenhof. Aan het plangebied was in het voorheen geldende bestemmingsplan de bestemming "Bijzondere bebouwing" met de aanduiding "klooster" toegekend. Aan de gronden waar nu het zorghotel is voorzien was geen bouwvlak toegekend.

3. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] exploiteren beiden een agrarisch bedrijf in de nabijheid van het plangebied. Zij vrezen dat het plan zal leiden tot een beperking van hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden. [verzoeker sub 1] stelt dat hij concrete plannen heeft voor uitbreiding van zijn intensieve veehouderij en dat hij daartoe reeds een aanvraag voor een omgevingsvergunning heeft ingediend. Zij keren zich daarom tegen het plan.

4. Bij besluit van 21 juli 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van het in het plan voorziene zorghotel. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben daartegen bezwaar gemaakt. Er is derhalve sprake van een spoedeisend belang.

5. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] stellen samengevat weergegeven dat het geuronderzoek dat ten grondslag is gelegd aan het plan ondeugdelijk is, omdat daarin van onjuiste uitgangspunten is uitgegaan. Voorts betwisten zij de stelling van de raad dat er een regionale behoefte bestaat aan het zorghotel en dat het onmogelijk is het zorghotel binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren. In dat verband voeren zij onder meer aan dat er in en nabij de Twentse binnensteden braakliggende bouwkavels beschikbaar zijn en dat ook ter plaatse van het gezondheidspark Hengelo voldoende gronden beschikbaar zijn.

6. De raad en De Zwanenhof betogen dat [verzoeker sub 1] planologisch geen mogelijkheden had en heeft om zijn intensieve veehouderij (opnieuw) te exploiteren, dan wel uit te breiden, omdat het bestemmingsplan "Buitengebied Borne, actualisatie en reparatie" de oprichting van een nieuwe intensieve veehouderij niet toelaat.

Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1859, stellen de raad en De Zwanenhof dat [verzoeker sub 1] op de peildatum van 25 december 2010, de datum van het inwerking treden van het bestemmingsplan "Buitengebied Borne, actualisatie en reparatie", geen vleeskuikens meer hield. Er was vanaf het moment van de peildatum geen sprake van een bestaande intensieve veehouderij als bedoeld in het bestemmingsplan "Buitengebied Borne, actualisatie en reparatie". Inmiddels heeft de raad op 24 mei 2016 een nieuw bestemmingsplan vastgesteld en ook dat plan laat de oprichting van een intensieve veehouderij niet toe, aldus de raad.

7. In reactie op dit betoog stelt [verzoeker sub 1] ter zitting dat hij een onherroepelijke vergunning heeft voor het houden van 10.000 vleeskuikens, dat hij zijn bedrijfsvoering nimmer heeft gestaakt en hij altijd vleeskuikens heeft gehouden. Voorts stelt [verzoeker sub 1] dat hij de beschikking heeft over een volledig ingerichte stal voor het houden van vleeskuikens, zodat ten tijde van de peildatum op 25 december 2010 en ook nu nog sprake is van een bestaande intensieve veehouderij als bedoeld in het bestemmingsplan "Buitengebied Borne, actualisatie en reparatie". Voorts stelt [verzoeker sub 1] dat, voor zover de raad betoogt dat onder het nieuwe bestemmingsplan een intensieve veehouderij op zijn perceel planologisch niet is toegestaan, het gebruik van zijn gronden en opstallen voor een intensieve veehouderij onder het gebruiksovergangsrecht valt.

De voorzieningenrechter overweegt dat deze aspecten en de hiervoor in 5 samengevat weergegeven stellingen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] nader onderzoek vergen waarvoor deze procedure zich niet leent. De vraag of vooruitlopend op de beoordeling in de hoofdzaak een voorlopige voorziening moet worden getroffen zal dan ook worden beantwoord aan de hand van een belangenafweging.

8. Het belang van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] is erin gelegen dat zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten en eventuele uitbreidingsmogelijkheden kunnen behouden. [verzoeker sub 1] heeft daartoe concrete plannen kenbaar gemaakt. Gelet hierop is het belang bij het treffen van een voorlopige voorziening om te verzekeren dat zich voor de uitspraak in de hoofdzaak geen onomkeerbare gevolgen zullen voordoen, groot.

Tegenover de belangen van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] staat het belang van De Zwanenhof om op korte termijn met de voorbereidende werkzaamheden te beginnen. Het zorghotel dient volgens De Zwanenhof uiterlijk op 1 december 2017 in gebruik te kunnen worden genomen, omdat het verzorgingshuis ’t Woolde aan de Geerdinksweg te Hengelo, dat nu patiënten na een orthopedische ingreep opvangt, wordt gesloopt. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] alsmede De Zwanenhof hebben ter zitting verklaard dat zij bereid zijn ermee in te stemmen dat het besluit op bezwaar met betrekking tot de bij besluit van 21 juli 2016 verleende omgevingsvergunning voor bouwen pas wordt genomen nadat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Zij hebben tevens verklaard geen rechtsmiddelen in te zullen stellen tegen het niet tijdig nemen van het besluit op bezwaar. Gelet daarop gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat het college van burgemeester en wethouders het besluit op bezwaar pas zal nemen na de Afdelingsuitspraak in de hoofdzaak omtrent het bestemmingsplan.

[verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben ter zitting aangegeven er geen bezwaar tegen te hebben wanneer een aanvang wordt gemaakt met bepaalde voorbereidende werkzaamheden, maar stellen daaraan de voorwaarde dat deze niet onomkeerbaar mogen zijn.

De hoofdzaak zal naar alle waarschijnlijkheid eind maart of begin april 2017 op zitting worden behandeld. Tegen deze achtergrond valt niet in te zien dat schorsing van het bestreden plan thans leidt tot onevenredig nadeel voor de raad en De Zwanenhof. Het belang van de raad en De Zwanenhof is naar het oordeel van de voorzieningenrachter dan ook minder groot dan het belang van [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2].

9. Onder deze omstandigheden ziet de voorzieningenrechter, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding de hierna beschreven voorlopige voorziening te treffen.

10. De voorzieningenrechter schorst het plan. De voorzieningenrechter treft de voorlopige voorziening dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals weergegeven in de bij deze uitspraak behorende bijlage, op eigen risico van De Zwanenhof doorgang kunnen vinden in ieder geval totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. De voorzieningenrechter wijst erop dat het aanbrengen van fundatie en palen in de grond, het aansluiten van elektrabekabeling, grondleidingen en het uitvoeren van heiwerkzaamheden niet tot die voorbereidende werkzaamheden behoren.

11. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van 12 april 2016, waarbij de raad van de gemeente Borne het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening Zwanenhof" heeft vastgesteld;

II. treft de voorlopige voorziening dat de voorbereidende werkzaamheden, zoals weergegeven in de bij deze uitspraak behorende bijlage, doorgang kunnen vinden in ieder geval totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Borne tot vergoeding van bij [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 992,00 (zegge: negenhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Borne aan [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 168,00 (zegge: honderdachtenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier.

w.g. Koeman w.g. Heinen

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2016

632.

Bijlage

 Ontsluiting bouwterrein.

 Ingraven duikers t.p.v. waterlopen/sloten.

 Opbreken asfaltbestrating/opgraven aansluitingen water/elektra/riool.

 Herstellen asfaltbestratingen en aanbrengen tijdelijke inrit.

 Beplantingen.

 Uitgraven en herplanten diverse struiken/bomen.

 Tijdelijke bouwweg vanaf de Bornerbroeksestraat naar de bouwlocatie.

 Uitzetten, maatvoeringen.

 Ontgraven cunet, aanbrengen worteldoek, puinlaag.

 Kantopsluitingen.

 Plaatsen trafo’s Enexis.

 Grondwerken t.b.v. trafo en leidingtracé.

 Plaatsen trafo units middenspanning en laagspanning.

 Bouwstroomkast aansluiten op trafo.

 Aanbrengen persriool.

 Grondwerken t.b.v. pompput en leidingtracé.

 Plaatsen pompput, aanbrengen pers(riool)leiding.

 Aansluiting maken op persrioolleiding in openbare weg.

 Aansluiting op elektra (trafo).

 Aanbrengen waterleiding ten behoeve van blusvoorziening.

 Grondwerken t.b.v. leidingtracé.

 Aanbrengen hoge drukleiding.

 Stellen brandkranen.

 Tijdelijke (bouw)waterput aansluiten op leidingsysteem.

 Plaatsen tijdelijke afrastering.

 Transport over tijdelijke bouwweg.

 Uitzetten betonblokken.

 Stellen bouwhekken.

 Plaatsen bouwketen.

 Transport bouwketen over tijdelijke bouwweg.

 Grondwerken t.b.v. riool en stroomaansluitingen.

 Plaatsen bouwketen m.b.v. telescoopkraan.

 Dakbedekkingen.

 Inrichten bouwketen, verwarming aansluiten.

 Heiwerken.

 Uitzetten heiplan, ontzoden bouwterrein, grondwerken.

 Aanvoeren heistelling en heipalen over tijdelijke bouwweg.