Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2850

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-10-2016
Datum publicatie
26-10-2016
Zaaknummer
201606425/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "1e gedeeltelijke herziening bedrijventerrein ’t Heen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201606425/2/R4.

Datum uitspraak: 19 oktober 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kantoren- en Bedrijvencentrum De Rijnpoort B.V., gevestigd te Katwijk,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Katwijk,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "1e gedeeltelijke herziening bedrijventerrein ’t Heen" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft De Rijnpoort beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Rijnpoort en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ambaf B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 11 oktober 2016, waar De Rijnpoort, vertegenwoordigd door B.J. van Dinten, bijgestaan door mr. L.J. Smale, advocaat te Leiden, vergezeld door A.H.K. de Jong, en de raad, vertegenwoordigd door J.C. Niemeijer, werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. F.P. van Galen, advocaat te Leiden, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als belanghebbende gehoord Ambaf, vertegenwoordigd door mr. drs. E.C.H.M. Hilders en H.T.M.M. Hilders, bijgestaan door mr. A.M. Nijboer, advocaat te Den Haag.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. De Rijnpoort is eigenaar van het perceel Ambachtsweg 23, dat zich bevindt op bedrijventerrein ’t Heen. Op haar perceel staat een bedrijfspand dat zij thans verhuurt aan de exploitant van de Gamma in Katwijk. Deze exploitant is voornemens de bouwmarkt te verplaatsen naar het perceel Zeilmakerstraat 1, dat eigendom is van Ambaf en dat zich eveneens op bedrijventerrein ’t Heen bevindt.

3. In haar uitspraak van 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2217, heeft de Afdeling het besluit van de raad van 27 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein ’t Heen" vernietigd, onder meer voor zover aan de gronden van Ambaf aan de Zeilmakerstraat 1 niet de aanduiding "detailhandel in volumineuze goederen" is toegekend. De Afdeling heeft tevens de raad opgedragen een nieuw besluit te nemen voor onder meer het perceel Zeilmakerstraat 1. Het plan is naar aanleiding van deze opdracht vastgesteld.

4. Het verzoek is gericht tegen het plan voor zover het bij recht een bouwmarkt met maximaal 3.500 m² winkelvloeroppervlakte mogelijk maakt voor het perceel Zeilmakerstraat 1. Het plan is op dit punt ten opzichte van het ontwerp ongewijzigd vastgesteld.

5. Gelet op de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan is de termijn om een zienswijze over het ontwerp naar voren te brengen begonnen op 8 april 2016 en geëindigd op 19 mei 2016.

6. Vast staat dat De Rijnpoort geen schriftelijke zienswijze naar voren heeft gebracht. De Rijnpoort heeft betoogd dat B.J. van Dinten tijdens een telefoongesprek met J.C. Niemeijer een mondelinge zienswijze naar voren heeft gebracht. De voorzieningenrechter overweegt dat De Rijnpoort heeft erkend dat het telefoongesprek pas op 31 mei 2016 en dus na afloop van de zienswijzentermijn heeft plaatsgevonden. Hetgeen De Rijnpoort over het telefoongesprek heeft aangevoerd kan daarom, wat hier verder ook van zij, niet leiden tot het oordeel dat zij tijdig een mondelinge zienswijze naar voren heeft gebracht.

7. Ter zitting heeft De Rijnpoort betoogd dat de kennisgeving van het ontwerpplan gebrekkig is. Volgens haar had in de zakelijke weergave van het plan ofwel melding moeten worden gemaakt van de bouwmarkt die het plan bij recht mogelijk maakt, ofwel had daarin niet moeten worden verwezen naar de uitspraak van de Afdeling. Volgens De Rijnpoort is zij door de verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling op het verkeerde been gezet, omdat de mogelijkheid om een bouwmarkt bij recht toe te staan in die uitspraak niet aan de orde was.

8. De Rijnpoort doet met dit betoog een beroep op verschoonbaarheid voor het niet indienen van een zienswijze binnen de daarvoor gestelde termijn.

9. Ingevolge artikel 3:12, eerste lid, van de Awb geeft het bestuursorgaan voorafgaand aan de terinzagelegging in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud. Dit artikellid is ingevolge artikel 3.8, eerste lid, aanhef, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) op de voorbereiding van een bestemmingsplan van toepassing.

10. In de kennisgeving van het ontwerpplan staat onder meer dat het plangebied gronden aan de Zeilmakerstraat betreft. Verder staat hierin dat het plan een gedeeltelijke herziening van bestemmingsplan "Bedrijventerrein ’t Heen" betreft en dat deze herziening plaatsvindt naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State over de beroepen tegen dat bestemmingsplan. Ook staat vermeld dat het gaat om een wijziging met betrekking tot een zone waarin detailhandel in volumineuze goederen is voorzien.

De kennisgeving bevat de zakelijke inhoud van het plan. Hiermee voldoet deze aan het vereiste van artikel 3:12, eerste lid, van de Awb in samenhang gelezen met artikel 3.8, eerste lid, aanhef van de Wro. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter kan hetgeen De Rijnpoort over de kennisgeving heeft aangevoerd daarom niet leiden tot de conclusie dat het niet tijdig indienen van een zienswijze in dit geval verschoonbaar moet worden geacht.

11. Gelet op het voorgaande gaat de voorzieningenrechter er vanuit dat de Afdeling het beroep in de bodemprocedure niet-ontvankelijk zal verklaren. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.

12. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, griffier.

w.g. Koeman w.g. Kooijman

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2016

177-813.