Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2716

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-10-2016
Datum publicatie
12-10-2016
Zaaknummer
201606191/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Spitsbusbaan N235-2016" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201606191/2/R1.

Datum uitspraak: 4 oktober 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht, hierna: Awb) in het geding tussen:

[verzoeker A] en anderen, allen wonend te Ilpendam, gemeente Waterland,

en

de raad van de gemeente Waterland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Spitsbusbaan N235-2016" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker A] en anderen beroep ingesteld. Daarnaast hebben [verzoeker A] en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker B], [verzoeker C] en [verzoeker D], hebben bij brief van 30 augustus 2016 te kennen gegeven dat het verzoekschrift mede namens hen is ingediend.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker A] en anderen hebben een nader stuk ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 september 2016, waar [verzoeker A] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door drs. H. Koldewijn, zijn verschenen. Voorts is ter zitting gehoord het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, vertegenwoordigd door mr. J. Damen, ing. B.J. Derix en ing. J. Steenis.

Overwegingen

Algemeen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Ontvankelijkheid

2. Ingevolge artikel 8:81, tweede lid, van de Awb kan, indien bij de bestuursrechter beroep is ingesteld, een verzoek om voorlopige voorziening worden gedaan door een partij in de hoofdzaak.

2.1. Na de indiening van het verzoekschrift door [verzoeker A] en anderen en na het verstrijken van de beroepstermijn hebben [verzoeker B], [verzoeker C] en [verzoeker D] gesteld dat het verzoek om voorlopige voorziening mede namens hen is ingediend. Zij hebben evenwel geen beroep ingesteld. Gelet hierop moet het verzoek om voorlopige voorziening, voor zover ingediend door [verzoeker B], [verzoeker C] en [verzoeker D] niet-ontvankelijk worden verklaard.

3. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan door een belanghebbende geen beroep worden ingesteld tegen onderdelen van het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarover hij bij het ontwerpplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

3.1. De raad heeft betoogd dat niet alle mede-ondertekenaars van het beroepschrift van [verzoeker A] en anderen een zienswijze hebben ingediend en dat in zoverre geen sprake is van een ontvankelijk beroep.

3.2. Vast staat dat [verzoeker A] zelf en enkele andere verzoekers een zienswijze tegen het ontwerpplan hebben ingediend. Nu de verwachting bestaat dat het beroep van die personen inhoudelijk in de bodemprocedure zal worden behandeld, bestaat aanleiding om inhoudelijk op het verzoek van [verzoeker A] en anderen in te gaan.

Inhoudelijk

4. Het plan voorziet in een spitsbusbaan direct ten oosten van het Noordhollandsch Kanaal en aan de westzijde van de N235, een en ander tussen de Dorpsstraat te Ilpendam en de Verzetslaan te Purmerend. In de huidige situatie is daar, tussen de Verzetslaan en de Aalduikerweg, een busstrook aanwezig die alleen in de richting van Amsterdam, in de ochtendspits, door het openbaar vervoer kan worden gebruikt en die niet fysiek van het overige gemotoriseerde verkeer is afgescheiden. Deze busstrook zal worden verbreed en van het overige wegverkeer worden afgescheiden. De spitsbusbaan zal volgens de toelichting worden uitgevoerd in zogenoemde tidal flow. Daarbij kan deze spitsbusbaan in eenrichtingsverkeer ’s-ochtends richting Amsterdam en in de avondspits in tegengestelde richting gebruikt worden. Gelijktijdig met de aanleg van de spitsbusbaan zal het wegprofiel van de N235 worden gewijzigd en zal een aantal maatregelen aan de weg worden uitgevoerd.

5. [verzoeker A] en anderen wonen allen aan de Jaagweg, die onderdeel uitmaakt van de N235. Naar hun mening heeft de raad op onzorgvuldige wijze beslist en de mobiliteit van de bewoners van Purmerend ten onrechte zwaarder laten wegen dan de verkeersveiligheid en de overige belangen van omwonenden. Niet is gekeken naar de door hen aangedragen alternatieven, voor een ventweg parallel aan de oostzijde van de N235. Hun percelen zouden dan op deze ventweg kunnen worden ontsloten. Hiermee zou een einde komen aan de bestaande situatie waarbij hun percelen direct ontsluiten op de N235. Door de manier waarop de busbaan thans zal worden aangelegd zal naar hun mening de verkeersveiligheid ter plaatse verder verslechteren, met name door de vervanging van het bestaande asfalt door grasbetonklinkers bij de uitritten van hun woningen, het weghalen van de bestaande verlichting en het ontbreken van borden die waarschuwen voor de uitritten. Bovendien vervalt als gevolg van de verwezenlijking van het plan de bushalte nabij hun woningen.

6. De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen.

Bij het vaststellen van het plan zijn verschillende alternatieven bezien en afgewogen. Het provinciaal bestuur heeft in dit kader als wegbeheerder aangegeven dat het maken van een ventweg is afgestuit op het ontbreken van voldoende ruimte naast de N235. Hierdoor zou deze weg naar de huizen van omwonenden toe moeten worden verlegd, hetgeen de nodige kosten met zich brengt. Ook zou de N235 door vangrail van de ventweg moeten worden afgescheiden, waardoor in tegenstelling tot de bestaande situatie, op de N235 geen uitwijkruimte meer zou bestaan en een aparte vluchtstrook zou moeten worden aangelegd. Voorts zijn in de plantoelichting de verschillende mogelijke uitritten bij woningen, landbouw- en andere bedrijven aangegeven. Niet is gebleken dat de percelen van [verzoeker A] en anderen na de verwezenlijking van het plan, in het geheel niet op een verkeersveilige manier kunnen worden ontsloten. Gelet hierop bestaat voorshands geen grond voor het oordeel dat de raad, in aanmerking genomen de hem toekomende beleidsvrijheid, onvoldoende oog heeft gehad voor de belangen van de aanwonenden dan wel alternatieven onvoldoende heeft bezien. In dit verband is nog van belang dat hetgeen [verzoeker A] en anderen hebben aangevoerd over de vervanging van asfalt bij de uitritten door grasbetonklinkers, het weghalen van de bestaande verlichting en het ontbreken van borden die waarschuwen voor de uitritten geen betrekking heeft op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Deze uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen en moeten derhalve buiten beschouwing blijven. Daarbij wijst de voorzieningenrechter er op dat het plan niet in de weg staat aan het gebruik van asfalt en de plaatsing van verlichting en waarschuwingsborden zoals [verzoeker A] en anderen wensen. De door [verzoeker A] en anderen bestreden maatregelen konden verder ook onder het voorafgaande plan al worden uitgevoerd.

Overigens wijst de voorzieningenrechter er in dit verband nog op dat de raad in het verweerschrift heeft gesteld dat bij de uitritten waarschuwingsborden zullen worden geplaatst, dat in de wegas van het naast de N235 gelegen fietspad LED-verlichting zal worden geplaatst en dat ook bij alle uitritten bij gebouwen dergelijke verlichting zal worden geplaatst ter markering van die uitritten.

Verder is ook het verdwijnen van de bushalte bij de woningen van [verzoeker A] en anderen niet voorzien in het plan. In de planregels is uitdrukkelijk voorzien in de mogelijkheid om halteplaatsen voor openbaar vervoer in het betreffende gedeelte van het plangebied aan te leggen. In dit verband heeft de raad er bovendien terecht op gewezen dat voor het verwijderen van de bushalte zelf een verkeersbesluit noodzakelijk is. Tegen een dergelijk besluit staat voor belanghebbenden de mogelijkheid van bezwaar en beroep open.

Conclusie en proceskosten

7. Het verzoek om voorlopige voorziening, voor zover ingediend door [verzoeker B], [verzoeker C] en [verzoeker D], dient niet-ontvankelijk verklaard te worden.

In hetgeen [verzoeker A] en anderen hebben aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor de verwachting dat het bestreden besluit in de bodemprocedure geen stand zal houden en bestaat, na afweging van alle betrokken belangen, aanleiding het verzoek af te wijzen.

8. Voor een

proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het verzoek, voor zover ingediend door [verzoeker B], [verzoeker C] en [verzoeker D], niet-ontvankelijk;

II. wijst het verzoek, voor het overige, af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.E.A. Matulewicz, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. Matulewicz

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 oktober 2016

45.