Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2598

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-10-2016
Datum publicatie
05-10-2016
Zaaknummer
201504790/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201504790/2/R1.

Datum uitspraak: 5 oktober 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hornbach Bouwmarkt Nederland B.V. en anderen, gevestigd te Nieuwegein,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Sittard-Geleen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [belanghebbende] en Hornbach en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[belanghebbende] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 januari 2016, waar [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. J.H.P. Hardy, advocaat te Maastricht, Hornbach en anderen, vertegenwoordigd door [manager], en mr. G.H.J. Heutink, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R.P.A.M. Friesen, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens zijn daar de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Gardenz B.V. en Kijabo Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door [directeur], als partij gehoord.

Bij tussenuitspraak van 20 april 2016, in de zaak nr. 201504790/1/R1, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek te herstellen. De tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 7 juli 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard" gewijzigd vastgesteld. De raad heeft aangegeven met dit besluit het gebrek in het besluit van 30 april 2015 te hebben hersteld.

Hornbach en anderen zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

De tussenuitspraak

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat de raad bij het vaststellen van het plan niet in redelijkheid artikel 4, lid 4.4., onder a, van de planregels heeft kunnen vaststellen. Ingevolge lid 4.4, onder a, is detailhandel uitsluitend toegestaan indien een calamiteitenweg in stand wordt gelaten, die het plangebied ontsluit op de Urmonderbaan. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak overwogen dat Hornbach niet aannemelijk heeft gemaakt dat voor het gehele gebied van de Huis- en tuinboulevard, in het bijzonder uit een oogpunt van veiligheid, een ontsluiting op de Urmonderbaan nodig kan zijn. De Afdeling achtte het echter met Hornbach onvoldoende duidelijk welke ontsluiting met de calamiteitenweg wordt bedoeld. Voor zover de raad beoogde de calamiteitenweg te voorzien ter hoogte van de Egelantier 7, stelde de Afdeling vast dat Hornbach geen eigenaar is van deze gronden en het derhalve niet in haar macht heeft om de calamiteitenweg in stand te laten.

2. Gelet op hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van Hornbach en anderen tegen het besluit van 30 april 2015 gegrond. Dat besluit dient te worden vernietigd voor zover het betreft artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels.

Bij tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak in overeenstemming met rechtsoverweging 4.4 het bestemmingsplan aan te passen. De raad kan dat doen door de planregels zodanig aan te passen dat duidelijk is waar de calamiteitenweg ligt en aan welke eisen deze moet voldoen, alsmede een regeling omtrent de calamiteitenweg op te nemen die slechts gevolgen heeft voor degene die zeggenschap daarover heeft.

Het besluit van 7 juli 2016

3. Bij besluit van 7 juli 2016 heeft de raad ter uitvoering van deze in de tussenuitspraak gegeven opdracht het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard" gewijzigd vastgesteld. Artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels vervalt. Daarvoor in de plaats is artikel 4, lid 4.1, onder m, van de planregels ingevoegd. Dit luidt: "m. een calamiteitenweg ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - calamiteitenontsluiting"." Artikel 4, lid 4.1, onder m en onder n, is vernummerd naar onderscheidenlijk onder n en onder o. Artikel 1, lid 1.22, is ingevoegd en luidt: "Calamiteitenweg: een weg die of verhard oppervlak dat bedoeld en geschikt is als ontsluiting voor nood- en hulpdiensten en die tevens dienst kan doen als extra ontsluiting van het plangebied voor het ontvluchten van het plangebied in het geval van een calamiteit.". De overige leden van artikel 1 zijn vernummerd. Voorts is aan de verbeelding een aanduidingsvlak toegevoegd met de aanduiding "specifieke vorm van detailhandel - calamiteitenweg". De raad heeft toegelicht dat er voor is gekozen de aanvankelijke koppeling tussen detailhandel en de calamiteitenweg los te laten. De calamiteitenweg is niet meer als voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen, maar is in een overeenkomst vastgelegd.

4. Het besluit van 7 juli 2016 is ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht mede onderwerp van het geding.

5. Hornbach en anderen hebben naar aanleiding van het besluit van 7 juli 2016 geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat Hornbach en anderen geen bezwaren hebben tegen het besluit van 7 juli 2016. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

Proceskostenveroordeling

6. De raad dient ten aanzien van Hornbach en anderen op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hornbach Bouwmarkt Nederland B.V. en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Sittard-Geleen van 30 april 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Sittard-Geleen van 30 april 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard", wat betreft artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels;

III. verklaart het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hornbach Bouwmarkt Nederland B.V. en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Sittard-Geleen van 7 juli 2016 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Huis- en tuinboulevard" ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Sittard-Geleen tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hornbach Bouwmarkt Nederland B.V. en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 992,00 (zegge: negenhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

V. gelast dat de raad van de gemeente Sittard-Geleen aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Hornbach Bouwmarkt Nederland B.V. en anderen het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,00 (zegge: driehonderdeenendertig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. E. Helder en mr. F.D. van Heijningen, leden, in tegenwoordigheid van mr. Y. Verhage, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Verhage

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 oktober 2016

655.