Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2275

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-08-2016
Datum publicatie
17-08-2016
Zaaknummer
201604830/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 mei 2016, nummer 5571, heeft de raad het bestemmingsplan "Leeuwarden - Bioscoop Harmonieplein" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201604830/2/R4.

Datum uitspraak: 9 augustus 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], gevestigd te Leeuwarden, en anderen,

en

de raad van de gemeente Leeuwarden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2016, nummer 5571, heeft de raad het bestemmingsplan "Leeuwarden - Bioscoop Harmonieplein" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] en anderen en de raad hebben nadere stukken in het geding gebracht.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 2 augustus 2016, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [bestuurder] van [verzoeker], [commissaris] bij [verzoeker], bijgestaan door mr. W. Sleijfer, advocaat te Leeuwarden, en ing. J. Jansen, adviseur bij Rho Adviseurs, en de raad, vertegenwoordigd door R. Otte en P. Jager, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting gehoord de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Pathé Theatres B.V. (hierna: Pathé), vertegenwoordigd door B. van der Schans, adviseur bij Pathé, bijgestaan door mr. H. Wiersema, advocaat te Rotterdam.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het bestemmingsplan voorziet in een nieuwe bioscoop met zeven zalen en ongeveer 1000 tot 1200 stoelen in het centrum van Leeuwarden op het Harmonieplein tussen het gerechtshof en de schouwburg De Harmonie. De bioscoop zal worden geëxploiteerd door Pathé.

3. [verzoeker] en anderen zijn eigenaren en exploitanten van twee bioscopen aan de Nieuwestad in het centrum van Leeuwarden, Cinema Bioscoop en Tivoli Bioscoop. [verzoeker] en anderen vrezen voor de gevolgen van de nieuwe bioscoop voor de exploitatie van deze twee bioscopen en keren zich daarom tegen het plan. Samengevat betogen [verzoeker] en anderen dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun van de gemeente aan Pathé en betwisten zij de stelling van de raad dat sprake is van een actuele regionale behoefte aan de nieuwe bioscoop.

4. Ter zitting heeft Pathé desgevraagd bevestigd dat zij voornemens is om in oktober een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen, zodat sprake is van spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

5. De voorziene bioscoop aan het Harmonieplein betreft, tegen de achtergrond van het bestaande bioscoopaanbod in Leeuwarden, een substantieel project met een grote marktimpact. Uit verschillende door partijen overgelegde onderzoeken, waaronder de door BügelHajema opgestelde "Rapportage Ladder voor duurzame verstedelijking Pathé bioscoop Harmonieplein in Leeuwarden" van 16 december 2015 en de door Rho Adviseurs opgestelde "Memo beoordeling laddertoets bestemmingsplan ‘Leeuwarden - Bioscoop Harmonieplein’" van 24 juni 2016, blijkt dat de nieuwe bioscoop gevolgen kan hebben voor het voortbestaan van tenminste een van de twee bioscopen van [verzoeker] en anderen. Ter zitting is voorts gesteld dat panden waarin Cinema Bioscoop en Tivoli Bioscoop gevestigd zijn bij een eventuele sluiting van deze bioscopen niet eenvoudig en alleen tegen hoge kosten geschikt kunnen worden gemaakt voor andere functies. Gelet op het voorgaande is het belang van [verzoeker] en anderen bij het treffen van een voorlopige voorziening groot.

Tegenover de belangen van [verzoeker] en anderen staat het belang van Pathé om op korte termijn een omgevingsvergunning aan te vragen en te beginnen met de bouw van de bioscoop. Ter zitting is evenwel gebleken dat nog niet is begonnen met het bouwrijp maken van de locatie. Voorts staat in de tussen de gemeente en Pathé gesloten samenwerkings- en koopovereenkomst van 12 augustus 2015 dat de grond pas door de gemeente wordt geleverd als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Een van deze voorwaarden is dat Pathé beschikt over een onherroepelijke omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning dient volgens de overeenkomst uiterlijk op 31 december 2018 onherroepelijk te zijn. Bovendien zal de bodemzaak naar alle waarschijnlijkheid eind september of begin oktober 2016 op zitting worden behandeld. Tegen deze achtergrond valt niet in te zien dat schorsing van het bestreden besluit thans leidt tot onevenredig nadeel voor de raad en Pathé. Het belang van de raad en Pathé is naar het oordeel van de voorzieningenrechter dan ook minder groot dan het belang van [verzoeker] en anderen.

6. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter, bij afweging van alle betrokken belangen, de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Leeuwarden van 9 mei 2016, nummer 5771, waarbij het bestemmingsplan "Leeuwarden - Bioscoop Harmonieplein" is vastgesteld;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Leeuwarden tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 992,00 (zegge: negenhonderdtweeënnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de raad van de gemeente Leeuwarden aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 334,00 (zegge: driehonderdvierendertig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Nijholt, griffier.

w.g. Koeman w.g. Nijholt

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 augustus 2016

767.