Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2217

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-08-2016
Datum publicatie
10-08-2016
Zaaknummer
201605853/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juni 2016 heeft het college van gedeputeerde staten aan Pyroworks toestemming verleend als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, aanhef en onder a, van het Vuurwerkbesluit voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op 6 augustus 2016 op een perceel aan de Grefteberghoekweg te Enschede.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201605853/2/A1.

Datum uitspraak: 4 augustus 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

de stichting Stichting Lonnekerberg en omgeving (StiL), gevestigd te Lonneker, gemeente Enschede,

verzoekster,

en

het college van gedeputeerde staten van Overijssel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2016 heeft het college van gedeputeerde staten aan Pyroworks toestemming verleend als bedoeld in artikel 3B.1, derde lid, aanhef en onder a, van het Vuurwerkbesluit voor het tot ontbranding brengen van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik op 6 augustus 2016 op een perceel aan de Grefteberghoekweg te Enschede.

Tegen dit besluit heeft de stichting bezwaar gemaakt.

De stichting heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting.

2. Op 6 augustus 2016 staat het muziekevenement Airforce Festival gepland op de voormalige vliegbasis Twenthe. De bedoeling is om tijdens het evenement op verschillende momenten tussen 21:30 uur en 00:00 uur vuurwerk af te steken. Het college van gedeputeerde staten heeft voor het ontbranden van het vuurwerk bij het besluit van 23 juni 2016 toestemming verleend.

De stichting heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het besluit van 23 juni 2016 wordt geschorst tot zes weken nadat op het door haar gemaakte bezwaar is beslist. De stichting vreest dat door de ontbranding van vuurwerk onomkeerbare schade wordt toegebracht aan diersoorten, met name vleermuizen, in de directe omgeving van het festival.

3. Het besluit waarbij toestemming voor de ontbranding van het vuurwerk is verleend, is reeds op 23 juni 2016 genomen. Desondanks heeft de stichting tot 2 augustus 2016 laat in de middag gewacht met het indienen van het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Dat, zoals in het verzoekschrift wordt gesteld, pas op 26 juli 2016 bekend is geworden dat andere voor het festival benodigde vergunningen door het college van burgemeester en wethouders van Enschede en de burgemeester van Enschede zijn verleend, doet er niet aan af dat de toestemming voor het ontbranden van het vuurwerk al enkele weken daarvoor was verleend. Bovendien heeft de stichting ook na 26 juli 2016 nog een week gewacht met het indienen van een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening. Met de opbouw van de vuurwerkbenodigdheden wordt blijkens het besluit van 23 juni 2016 op 4 augustus 2016 om 10:00 uur gestart. Zoals hiervoor vermeld, zal het ontbranden van het vuurwerk op 6 augustus 2016 plaatsvinden. Onder deze omstandigheden en met name gezien de duidelijk aanwezige belangen van de zijde van Pyroworks ziet de voorzieningenrechter bij afweging van alle betrokken belangen in hetgeen van de zijde van de stichting in dit late stadium naar voren is gebracht geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening. Daarbij heeft de voorzieningenrechter nog in aanmerking genomen dat, zoals in het besluit van 23 juni 2016 is vermeld, het verlenen van ontbrandingstoestemming niet betekent dat ook ontheffing van enig ander wettelijk voorschrift is verleend. Het verzoek dient als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Van Roessel

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2016

457.