Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2216

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-08-2016
Datum publicatie
10-08-2016
Zaaknummer
201601874/1/V3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2016:1494, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 20 januari 2016 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod jegens hem uitgevaardigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201601874/1/V3.

Datum uitspraak: 4 augustus 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 februari 2016 in zaak nr. 16/1535 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Op 20 januari 2016 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod jegens hem uitgevaardigd. De brief is aangehecht.

Bij uitspraak van 15 februari 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.P.W. Temminck Tuinstra, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Opdracht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten

1. De vreemdeling klaagt in grief 1 terecht dat de opdracht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten niet op rechtsgevolg is gericht. De staatssecretaris heeft namelijk al bij besluit van 22 juni 2012 een terugkeerbesluit jegens de vreemdeling genomen. Dit terugkeerbesluit gold nog op 20 januari 2016.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank ten onrechte nagelaten zich onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van het beroep tegen de opdracht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten. Grief 1 slaagt.

2. Het hoger beroep is kennelijk gegrond voor zover gericht tegen de aangevallen uitspraak voor zover betrekking hebbend op het beroep tegen vorenbedoelde opdracht. De aangevallen uitspraak moet in zoverre worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling de rechtbank alsnog onbevoegd verklaren om van vorenbedoeld beroep kennis te nemen.

Inreisverbod

3. Hetgeen de vreemdeling voor het overige aanvoert, kan niet tot vernietiging van de aangevallen uitspraak leiden. Omdat het aldus aangevoerde geen vragen opwerpt die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoording behoeven, wordt, gelet op artikel 91, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000, met dat oordeel volstaan.

4. Het hoger beroep is kennelijk ongegrond voor zover gericht tegen de aangevallen uitspraak voor zover betrekking hebbend op het beroep tegen het inreisverbod. De aangevallen uitspraak moet in zoverre worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond voor zover gericht tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 februari 2016 in zaak nr. 16/1536 voor zover betrekking hebbend op het beroep tegen de opdracht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten;

II. vernietigt de aangevallen uitspraak in zoverre;

III. verklaart de rechtbank onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de opdracht de Europese Unie onmiddellijk te verlaten;

IV. bevestigt de aangevallen uitspraak voor het overige.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, griffier.

w.g. Van der Wiel w.g. Waasdorp

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2016

714.