Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2210

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-08-2016
Datum publicatie
10-08-2016
Zaaknummer
201602472/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 januari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Rotonde N386 en nieuwbouw SV Tynaarlo" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/792

Uitspraak

201602472/1/R6.

Datum uitspraak: 10 augustus 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend te Tynaarlo (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),

appellanten,

en

1. de raad van de gemeente Tynaarlo,

2. het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 19 januari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Rotonde N386 en nieuwbouw SV Tynaarlo" vastgesteld.

Bij besluit van 25 februari 2016 heeft het college aan de provincie Drenthe een omgevingsvergunning verleend voor het vellen of doen vellen van 31 bomen nabij de kruising van de N386 en de Dorpsstraat in Tynaarlo op de percelen kadastraal bekend gemeente Vries, sectie H, nummers 2781, 3065, 3066 en 3113.

Tegen deze besluiten heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juli 2016, waar [appellant], en de raad en het college vertegenwoordigd door J.E. Ploeger, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting het college van gedeputeerde staten van de provincie Drenthe, vertegenwoordigd door F. Hellinga en A. Mesken, beiden werkzaam bij de provincie, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. De bestreden besluiten van 19 januari 2016 en 25 februari 2016 zijn met toepassing van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening gecoördineerd voorbereid en bekend gemaakt.

2. Het plan voorziet in een rotonde ter plaatse van de aansluiting van de Dorpsstraat en Berkenlaan op de N386 te Tynaarlo en vervanging van het kleed- en kantinegebouw van Sportvereniging Tynaarlo (hierna: SV Tynaarlo). De omgevingsvergunning is verleend voor het vellen van vijftien eiken, één lariks en vijftien beuken nabij de kruising van de Dorpsstraat, Berkenlaan en de N386 ten behoeve van de realisering van de rotonde. Daarbij is een herplantplicht opgelegd inhoudende dat twee bomen met een breed uitlopende kroon worden herplant.

3. [appellant] woont aan de [locatie] te Tynaarlo in de directe omgeving van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met de bestreden besluiten voor zover deze het mogelijk maken dat nabij zijn woning een rotonde wordt gerealiseerd en een groot aantal bomen wordt gekapt. Volgens hem zijn er minder ingrijpende oplossingen mogelijk om de aansluiting van de Dorpsstraat en de Berkenlaan op de N386 en de oversteek van en naar de sportvelden verkeersveiliger te maken.

Het plan

4. [appellant] betoogt dat de raad voor een andere oplossing voor de kruising van de Dorpsstraat, Berkenlaan en de N386 had moeten kiezen. Daartoe voert hij aan dat de noodzaak van de aanleg van een rotonde niet met verkeerstellingen is aangetoond. De tellingen die zijn verricht in de Dorpsstraat en Berkenlaan geven volgens [appellant] een veel te hoog aantal verkeersbewegingen aan. Uit handmatige tellingen blijkt volgens [appellant] dat slechts één voertuig per vier à vijf minuten de N386 oprijdt. Ook vinden volgens [appellant] bijna nooit ongelukken plaats op de bedoelde kruising en staat de kruising bij gemeente, provincie en politie niet bekend als zijnde gevaarlijk. Daarnaast voert [appellant] aan dat door aanwonenden verschillende alternatieven zijn aangedragen die minder ingrijpend zijn om de bedoelde kruising verkeersveiliger te maken, zoals het realiseren van een voetgangers- en fietserstunneltje, handbediende verkeerslichten of een extra knik in de weg. Ook zou de rotonde op een andere locatie, bijvoorbeeld ter plaatse van het huidige kruispunt kunnen worden gerealiseerd, aldus [appellant]. Deze oplossingen zijn volgens [appellant] onvoldoende in de besluitvorming betrokken. Voor zover beleid van de provincie in de weg zou staan aan deze oplossingen wijst [appellant] erop dat op meerdere plaatsen op de N386 van dat beleid is afgeweken. Verder voert [appellant] aan dat de groene entree van het dorp wordt aangetast door de kap van een groot aantal bomen ten behoeve van de realisering van de rotonde, terwijl ruim 85 steunbetuigingen zijn geuit voor het behoud van de groene entree van het dorp. Volgens [appellant] hebben aanwonenden onvoldoende inbreng gehad in de projectgroep die is ingesteld om een oplossing voor de bedoelde kruising te bedenken.

4.1. Bij de keuze van een bestemming dient de raad een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die belangenafweging te worden meegenomen.

4.2. Volgens de plantoelichting is na een dodelijk ongeluk in 2013 door vijf jongens uit het dorp Tynaarlo een handtekeningenactie gestart om de kruising van de N386 en de Berkenlaan ter hoogte van de sportvelden verkeersveiliger te maken. Naar aanleiding daarvan is een projectgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de provincie Drenthe, de gemeente Tynaarlo, Dorpsbelangen Tynaarlo en SV Tynaarlo (hierna: projectgroep), opgericht om tot een oplossing te komen met groot draagvlak vanuit het dorp. Via de website van Dorpsbelangen konden de inwoners meedenken over de problemen, oorzaken, doelen en oplossingen voor de kruising. In november 2013 is er een inloopavond geweest waar inwoners hun oplossingen konden schetsen. De verschillende aangedragen oplossingen zijn vervolgens door de projectgroep beoordeeld op verkeersveiligheid, verkeersafwikkeling, parkeren, sociale veiligheid, probleemoplossend vermogen en kosteneffectiviteit, aldus de plantoelichting. De aanleg van een rotonde met een parkeerterrein bij het sportcomplex kwam volgens de plantoelichting als beste oplossing naar voren en is tijdens een informatieavond in december 2013 gepresenteerd aan het dorp en kan, aldus de toelichting, rekenen op een groot draagvlak in het dorp.

4.3. Ter zitting hebben de raad en het college van gedeputeerde staten toegelicht dat met de in het plan voorziene rotonde niet alleen in een verkeersveilige kruising wordt voorzien, maar dat daarbij ook de verkeersdoorstroming verbetert en andere verkeersproblemen worden aangepakt. In dat kader hebben zij onweersproken naar voren gebracht dat in de huidige situatie bezoekers van de sportvelden hun auto’s parkeren in de Dorpsstraat en de Berkenlaan. Door een parkeerplaats aan te leggen bij het sportterrein die bereikbaar is via de rotonde wordt dit tegengegaan, aldus de raad en het college van gedeputeerde staten. Daarnaast vergemakkelijkt een rotonde het oprijden op de N386 vanuit het dorp. De rotonde is zo ontworpen dat ook het vrachtverkeer in een keer de N386 kan oprijden, aldus de raad en het college van gedeputeerde staten. Verder is ter zitting besproken dat verkeerstellingen zijn verricht ten behoeve van het akoestisch onderzoek naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en dat deze niet ten grondslag liggen aan de keuze voor een rotonde. In de enkele stellingen van [appellant] dat de verkeerstellingen niet juist zijn en dat er weinig ongelukken gebeuren, ziet de Afdeling, mede gelet op hetgeen in de plantoelichting staat over de aanleiding van het plan en het verhandelde ter zitting, geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat nut en noodzaak bestaan bij realisering van de rotonde.

Het betoog faalt in zoverre.

4.4. Uit de plantoelichting volgt dat verschillende aangedragen alternatieven zijn onderzocht. Ter zitting zijn de door [appellant] voorgestelde alternatieven besproken. Met betrekking tot de voorgestelde aanleg van een voetgangers- en fietstunneltje hebben de raad en het college van gedeputeerde staten onderbouwd dat er te weinig ruimte is om een in- en uitrit van voldoende lengte aan te leggen om de helling van het voorgestelde tunneltje begaanbaar te maken. Over het toepassen van verkeerslichten hebben de raad en het college van gedeputeerde staten naar voren gebracht dit niet veilig genoeg te vinden. Daartoe hebben zij toegelicht dat er niet heel veel verkeer vanuit de Berkenlaan en de Dorpsstraat de N386 oprijdt, waardoor roodlichtnegatie kan ontstaan en mensen niet meer stoppen voor een rood verkeerslicht. Een rotonde is volgens hen veiliger, omdat het gemotoriseerde verkeer dat de rotonde nadert rustiger moet rijden en per oversteek maar één rijrichting in de gaten hoeft te worden gehouden. Ten aanzien van de voorgestelde knik in de weg met een middengeleider hebben de raad en het college van gedeputeerde staten naar voren gebracht dit niet wenselijk te achten onder meer in verband met het wegverloop. Ter zitting heeft [appellant] erop gewezen dat een dergelijke middengeleider verderop, ter hoogte van Hageneind, op de N386 wel is gerealiseerd en daar het beleid van de provincie geen belemmering vormde. Volgens de raad en het college van gedeputeerde staten is de hier aan de orde zijnde situatie niet vergelijkbaar met de situatie ter plaatse van Hageneind, omdat hier veel meer fietsers moeten oversteken en er minder ruimte is in verband met de twee grote kuilen die aanwezig zijn langs de weg. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de situatie ter plaatse van Hageneind niet overeenkomt met de thans aan de orde zijnde situatie.

Voorts hebben de raad en het college van gedeputeerde staten naar voren gebracht dat de rotonde twintig meter in oostelijke richting is verplaatst ten opzichte van het plan van december 2013. Het is volgens de raad en het college van gedeputeerde staten niet mogelijk om de rotonde nog verder op te schuiven vanwege de natuurwaarden bij het Natuurbad die zoveel mogelijk behouden moeten blijven.

4.5. In aanmerking genomen de door de raad en het college van gedeputeerde staten gegeven uiteenzetting van de verschillende alternatieven, ziet de Afdeling in hetgeen [appellant] daarover heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de raad alternatieven onvoldoende in zijn afweging heeft betrokken. Het aangevoerde geeft evenmin aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid ervoor heeft kunnen kiezen om een rotonde te realiseren.

Het betoog faalt in zoverre.

4.6. De kap van bomen is nodig om de rotonde te kunnen realiseren. In hoofdstuk 2 van de plantoelichting staat dat de provincie en de gemeente net als de inwoners van Tynaarlo het van belang vinden dat de entree van het dorp een groene aanblik houdt en dat daarvoor een "Groenplan" is opgesteld. Daarin is volgens de plantoelichting voorgesteld om niet meer te kappen dan nodig is voor de nieuwe rotonde en het nieuwe wegtracé. De weg blijft daarmee volgens de plantoelichting aan weerszijden omsloten door groen en bomen. De monumentale beuk en de andere bomen tussen de Berkenlaan en de N386 blijven behouden. Omdat de bomen die er nu staan volwassen zijn, zorgt dit voor een blijvend groen beeld en blijft de entree zoveel als mogelijk groen, aldus de plantoelichting. Om de bomen prominent aanwezig te laten zijn, zal volgens de plantoelichting de onderbeplanting bestaan uit gras. Gras met bomen is volgens de plantoelichting passend in de omgeving. Verder staat er in de plantoelichting dat na overleg met aanwonenden in de Dorpsstraat in het ontwerp van de rotonde een lichtwerende maatregel van rododendrons met een scherm van wilgentenen is opgenomen langs de kuil tussen de rotonde en de kruising Dorpsstraat en Berkenlaan om het inschijnen van koplampen te weren.

4.7. De groene woonomgeving van [appellant] wordt aangetast als gevolg van de realisering van het plan. Gelet op het in de plantoelichting beschreven Groenplan en het verhandelde ter zitting ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad bij afweging van alle betrokken belangen aan de belangen van de verkeersveiligheid, doorstroming van het verkeer en het parkeren niet in redelijkheid meer gewicht heeft kunnen toekennen dan aan het belang van [appellant] bij het behoud van de bomen in de omgeving van zijn woning.

Het betoog faalt in zoverre.

4.8. Het bieden van inspraak en het plegen van overleg met omwonenden voorafgaande aan de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan maakt geen deel uit van de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening neergelegde bestemmingsplanprocedure. Het niet, onvoldoende of op onjuiste wijze bieden van inspraak in deze fase heeft daarom geen gevolgen voor de rechtmatigheid van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan. Hetgeen [appellant] heeft aangevoerd over de besluitvorming van en de inbreng in de projectgroep ziet op de procedure voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpplan en kan derhalve niet tot vernietiging van het plan leiden. Verder is niet gesteld noch gebleken dat het plan niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. In dat verband is van belang dat een ieder in de gelegenheid is geweest een zienswijze over het ontwerpplan naar voren te brengen. [appellant] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat het plan niet zorgvuldig is vastgesteld.

Het betoog faalt.

De omgevingsvergunning

5. De omgevingsvergunning is verleend voor het kappen van vijftien eiken, één lariks en vijftien beuken nabij de kruising van de N386 met de Dorpsstraat in Tynaarlo. Daarbij is een herplantplicht opgelegd, inhoudende dat twee bomen met een breed uitlopende kroon worden herplant. De vergunning is door de provincie Drenthe aangevraagd om de realisering van een rotonde op deze kruising mogelijk te maken.

6. De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant], gelet op de ter zitting gegeven toelichting, aldus dat door de kap van de bomen de groene entree van het dorp en de beleving van zijn woonomgeving worden aangetast. Volgens [appellant] is geen deugdelijke belangenafweging gemaakt en is het belang van het behoud van de groene entree van het dorp, zoals blijkt uit de ruim 85 steunbetuigingen, onvoldoende meegewogen.

6.1. Ingevolge artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt, voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om houtopstand te vellen of te doen vellen, een zodanige bepaling als een verbod om een project voor zover dat geheel of gedeeltelijk uit die activiteiten bestaat, uit te voeren zonder omgevingsvergunning.

Ingevolge artikel 2.18 kan voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, de omgevingsvergunning slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening.

6.2. Ingevolge artikel 4:11, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Tynaarlo 2015 (hierna: de APV) is het verboden zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders de volgende werkzaamheden uit te voeren:

(a) kappen van een boom met een stamdoorsnede van 40 cm of meer wanneer deze niet in het achtererfgebied staat;

(b) kappen van een boom met een stamdoorsnede van 40 cm of meer in het achtererfgebied indien het totale perceel groter is dan 2000 m2;

(c) kappen van een monumentale boom of herdenkingsboom.

Ingevolge het vierde lid, aanhef en onder a, is geen vergunning nodig voor kappen van een boom tot een stamdoorsnede van 40 cm wanneer de boom niet monumentaal is.

Ingevolge artikel 4:12a, eerste lid, kan het college van burgemeester en wethouders de vergunning weigeren dan wel onder voorschriften verlenen in het belang van:

a. natuur- en milieuwaarden;

b. landschappelijke waarden;

c. cultuurhistorische waarden;

d. de beeldbepalende waarde;

e. de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;

f. de waarde van de houtopstand voor recreatie en leefbaarheid;

Ingevolge het derde lid kan het college van burgemeester en wethouders bij het weigeren of onder voorschriften verlenen van een vergunning tevens de boomwaarde als motivering gebruiken. Zij verwijzen zo veel mogelijk naar bestemmings-, groen-, bomen- of landschapsplannen.

6.3. Het college stelt dat gelet op het Groenplan, zoals toegelicht in hoofdstuk 2 van de plantoelichting, en het door BügelHajema Adviseurs opgestelde rapport "Advies Natuurwaarden rotonde N386 en nieuwbouw SV Tynaarlo" van 3 februari 2015 dat de natuur- en milieuwaarden, de landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en beeldbepalende waarden niet in het geding komen bij verlening van de omgevingsvergunning. Ook wordt volgens het college aan de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon, recreatie en leefbaarheid geen afbreuk gedaan. Ter zitting heeft het college naar voren gebracht dat het uitgangspunt is dat niet meer gekapt wordt dan nodig is voor de realisering van het plan en dat voldoende groen overblijft om de groene aanblik van de entree van het dorp zoveel mogelijk te behouden. Voor herplant is daardoor niet veel ruimte. Daarbij heeft het college toegelicht dat er één monumentale boom is in het gebied en dat deze boom behouden blijft. In hetgeen [appellant] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de bomen waarop de vergunning ziet een zodanige waarde hebben dat die daarom moeten worden behouden en daarin grond is gelegen de vergunning te weigeren. De omstandigheid dat het verwijderen van deze bomen de beleving van de woonomgeving aantast, is daarvoor onvoldoende. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college het belang van de aanvrager dat is gediend met het realiseren van een rotonde ter verbetering van de verkeersveiligheid en de doorstroming van het verkeer in redelijkheid zwaarder kunnen laten wegen dan het belang bij het behoud van de bomen. Het college heeft in zoverre in redelijkheid kunnen besluiten de omgevingsvergunning te verlenen.

Het betoog faalt.

Conclusie en proceskosten

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.C. van Sloten, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Alderlieste, griffier.

w.g. Van Sloten w.g. Alderlieste

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2016

590.