Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:2058

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-07-2016
Datum publicatie
20-07-2016
Zaaknummer
201603937/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 september 2014 heeft het college aan de Stichting Sint Josephscholen (hierna: de stichting) een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) verleend voor het bouwen van een basisschool en buitenschoolse kinderopvang op het perceel Heyendaalseweg 235 te Nijmegen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201603937/2/A1.

Datum uitspraak: 12 juli 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

[verzoeker] en anderen, allen wonend dan wel gevestigd te Nijmegen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 14 april 2016 in zaak nr. 15/3138 in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen,

en

het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen.

Procesverloop

Bij besluit van 23 september 2014 heeft het college aan de Stichting Sint Josephscholen (hierna: de stichting) een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) verleend voor het bouwen van een basisschool en buitenschoolse kinderopvang op het perceel Heyendaalseweg 235 te Nijmegen.

Bij besluit van 24 april 2015 heeft het college het door [verzoeker] en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 23 september 2014 in stand gelaten, waarbij het college alsnog omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan heeft verleend.

Bij uitspraak van 14 april 2016 heeft de rechtbank het door [verzoeker] en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 24 april 2015 vernietigd voor zover daarin de bezwaren van enkele eisers ontvankelijk zijn verklaard, die bezwaren alsnog niet-ontvankelijk verklaard en bepaald dat de uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 24 april 2015.

Tegen deze uitspraak hebben [verzoeker] en anderen hoger beroep ingesteld. Het college en de stichting hebben incidenteel hoger beroep ingesteld.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 30 juni 2016, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door mr. B. Oudenaarden en mr. J.J.H. Hulshof, beiden advocaat te Arnhem, en het college, vertegenwoordigd door E.P.Q. Leijenaar, ing. G.T. Siebenga en M.D.P. Verstappen, allen werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. K.E.M. Tilleman en mr. J. Molenaar, beiden advocaat te Arnhem, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de stichting, vertegenwoordigd door mr. P.J.G. Poels, advocaat te Nijmegen, vergezeld van P. Tiggelaar en ing. M.H.M. van Kesteren, gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het door [verzoeker] en anderen gedane verzoek strekt tot schorsing van de verleende omgevingsvergunning, totdat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan. Aan dit verzoek is ten grondslag gelegd dat de stichting met de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van de school is begonnen, zodat de bouw van de school op het punt staat te beginnen en een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan. [verzoeker] en anderen vrezen dat realisering van het schoolgebouw zal leiden tot een onaanvaardbare parkeerdruk in de directe omgeving van de school en zijn van mening dat het bestemmingsplan de vestiging van een school op het perceel Heyendaalseweg 235 vanuit een oogpunt van geluid niet toestaat.

3. De vraag of de rechtbank terecht geen grond heeft gevonden voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid de gevraagde omgevingsvergunning voor de bouw van de school en buitenschoolse kinderopvang heeft kunnen verlenen, leent zich niet voor beantwoording in deze procedure en zal in de bodemprocedure onderzocht moeten worden.

Het geschil in hoger beroep spitst zich toe op de vraag of het college in redelijkheid omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen voor het afwijken van de in het bestemmingsplan neergelegde parkeereis en of het bouwplan in strijd is met artikel 9 van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Nijmegen Brakkenstein" wegens de te verwachten geluidsbelasting voor de school.

Hetgeen [verzoeker] en anderen in hoger beroep naar voren hebben gebracht geeft geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans uiteindelijk zal blijken dat geen omgevingsvergunning voor de bouw van de school en buitenschoolse kinderopvang mocht worden verleend.

4. Gelet hierop en de belangen van de stichting bij de omgevingsvergunning, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen. Daarbij wijst de voorzieningenrechter erop dat een houder van een verleende vergunning, zolang deze niet in rechte onaantastbaar is, op eigen risico daarvan gebruik maakt, ook als het verzoek als thans aan de orde worden afgewezen.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Deen

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 juli 2016

604.