Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:1976

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-07-2016
Datum publicatie
13-07-2016
Zaaknummer
201507966/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Leidsenhage" (hierna: het plan) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201507966/1/R4.

Datum uitspraak: 13 juli 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg,

en

de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Leidsenhage" (hierna: het plan) vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Unibail Rodamco Nederland Winkels B.V. (hierna: Unibail Rodamco) een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant], de raad en Unibail Rodamco hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juni 2016, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door S.E. de Jong-Commandeur, D.G.M.M. van Berlo en B.N.P. Ligthart, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord Unibail Rodamco, vertegenwoordigd door mr. G. Aarts, advocaat te Amsterdam, A.A.W. Koek, [directeur], en ing. R. Ruisch, deskundige.

Overwegingen

Intrekking beroepsgronden

1. Ter zitting heeft [appellant] de beroepsgrond over de aantasting van een deel van het Groot Zijdepark door de bouw van een parkeergarage ingetrokken. De beroepsgrond over het kappen van bomen in verband met het bebouwen van een aantal parkeerterreinen heeft hij ter zitting eveneens ingetrokken.

Inleiding

2. Het plan maakt de herontwikkeling van winkelcentrum Leidsenhage in Leidschendam mogelijk. Met de herontwikkeling wordt beoogd Leidsenhage toekomstbestendig en een toonaangevend regionaal winkelcentrum binnen de regio Den Haag-Rotterdam te maken. De herontwikkeling houdt in dat het kantorencomplex en een deel van de bestaande winkels worden gesloopt, nieuwe winkels worden gebouwd en van de resterende bestaande winkels een groot deel ingrijpend wordt gerenoveerd.

Het plan maakt ten opzichte van het bestaande aanbod in winkelcentrum Leidsenhage een uitbreiding van de detailhandel mogelijk met maximaal ongeveer 30.000 m2 brutovloeroppervlakte. Daarnaast maakt het plan in het winkelcentrum meer horeca, een bioscoop en andere leisurevoorzieningen mogelijk. Verder maakt het plan onder meer de bouw van een parkeergarage mogelijk op de plaats van het huidige parkeerterrein tussen de Lavendel en de Weigelia.

De herontwikkeling van winkelcentrum Leidsenhage vindt plaats op initiatief van Unibail Rodamco. Zij is eigenaar van de meeste winkelruimten in het winkelcentrum.

3. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan. [appellant] woont ten westen van het plangebied aan de Via Verdi. Hij vreest verkeershinder en verkeersonveilige situaties in en rond de Via Verdi door het verkeer van en naar de nieuwe parkeergarage. Daarnaast vreest [appellant] overlast vanwege het evenemententerrein en de ijsbaan die het plan mogelijk maakt en hinder door bouw- en sloopwerkzaamheden.

Toetsingskader

4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Verkeer op en rond de Via Verdi

5. Het plan maakt de bouw van een parkeergarage met ongeveer 2.120 plaatsen mogelijk op de plaats van het huidige parkeerterrein tussen twee wegen: de Lavendel en de Weigelia. Aan deze gronden is in het plan de bestemming "Winkelcentrum" met de aanduiding "parkeergarage" toegekend. Aan de aangrenzende gronden ter plaatse van de Lavendel is in het plan de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" toegekend.

6. [appellant] voert aan dat problemen zullen ontstaan met de afwikkeling van het verkeer van en naar de parkeergarage. Hij vreest vooral dat het uitrijden van de Via Verdi ernstig zal worden bemoeilijkt door de verkeersstromen op de Lavendel, omdat in de voorkeursoplossing van de raad het verkeer van en naar de parkeergarage voorrang krijgt op het verkeer vanaf de Via Verdi. Daarnaast vreest [appellant] een slechte doorstroming van het verkeer op de Lavendel naar de Heuvelweg. [appellant] betoogt ook dat de noodzaak van de parkeergarage niet is aangetoond.

Volgens [appellant] is in het plan ten onrechte geen oplossing voor de verkeersafwikkeling vastgelegd. Bovendien staat volgens hem niet vast dat de voorkeursoplossing van de raad voor de verkeersafwikkeling op de Lavendel effectief is, onder meer omdat de aansluiting Via Verdi-Lavendel niet is betrokken in het verkeersonderzoek dat bij de voorbereiding van het plan is uitgevoerd. Verder is volgens [appellant] niet zeker of het plan de uitvoering van de voorkeursoplossing of andere alternatieven wel mogelijk maakt, omdat het bestemmingsvlak voor de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" ter plaatse van de Lavendel en de aansluiting op de Via Verdi daarvoor volgens hem mogelijk te weinig ruimte biedt.

6.1. Bij de voorbereiding van het plan is het rapport "Integrale herontwikkeling winkelcentrum Leidsenhage. Verkeer en parkeren" van Goudappel Coffeng van 8 juni 2015 (hierna: het verkeersonderzoek) opgesteld. Er is onderzoek gedaan naar de toekomstige verkeersintensiteiten rond het winkelcentrum en naar de verkeersafwikkeling. In de plansituatie zal het verkeer op de kruispunten Heuvelweg-Lavendel en Heuvelweg-Weigelia toenemen, mede door de uitbreiding van het aantal parkeerplaatsen. De raad stelt op basis van het verkeersonderzoek dat deze kruispunten voldoende capaciteit hebben om met de huidige vormgeving in de plansituatie een goede verkeersafwikkeling te kunnen waarborgen.

Bij de voorbereiding van het plan is een verkeerskundig voorkeursontwerp voor de Lavendel gemaakt. Het voorkeursontwerp gaat uit van voorrang voor het verkeer van en naar de parkeergarage, omdat dit de meest intensieve verkeersstroom is. Volgens de raad blijkt uit het voorkeursontwerp dat er een in- en uitrit van de parkeergarage mogelijk is die het uitrijden van de Via Verdi niet te veel belemmert. De raad heeft in het plan geen concreet ontwerp voor de in- en uitrit en de inrichting van de Lavendel vastgelegd. Het precieze verkeersontwerp moet volgens de raad namelijk bij de uitvoering van het plan worden bepaald. Daarbij bestaat ruimte voor verdere verbeteringen ten opzichte van het voorlopige ontwerp. Volgens de raad voorziet het plan in voldoende planologische ruimte voor verschillende verkeersoplossingen.

6.2. De Via Verdi is een doodlopende weg die alleen via de Lavendel kan worden bereikt. Voor de nieuwe parkeergarage is een in- en uitrit op de Lavendel voorzien en een mogelijke tweede in- en uitrit op de Weigelia. Niet in geschil is dat na de bouw van de parkeergarage een toename van het verkeer op de Lavendel is te verwachten. Het verkeer dat de Via Verdi uitrijdt, kruist daarbij de verkeersstroom naar de parkeergarage en moet invoegen in de verkeersstroom vanuit de parkeergarage.

6.3. Over de noodzaak van de parkeergarage overweegt de Afdeling het volgende. In het verkeersonderzoek is de parkeerbehoefte voor het vernieuwde winkelcentrum onderzocht. Daarbij is uitgegaan van parkeernormen voor de verschillende functies, zoals detailhandel en horeca, en de maximale oppervlakte die het plan voor deze functies mogelijk maakt.

Op basis van het verkeersonderzoek stelt de raad dat de totale parkeerbehoefte 3.999 plaatsen bedraagt. Om het verkeer te spreiden over verschillende aanrijroutes, is ervoor gekozen de parkeervoorzieningen te verdelen over drie zijden van het winkelcentrum. De bouw van een parkeergarage van 2.120 plaatsen op het terrein tussen de Lavendel en de Weigelia is daarbij volgens de raad noodzakelijk.

[appellant] heeft de juistheid van de berekende parkeerbehoefte niet gemotiveerd bestreden. Ook heeft hij het standpunt van de raad over de verdeling van het berekende aantal parkeerplaatsen over het plangebied niet gemotiveerd bestreden. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad de parkeergarage op het terrein tussen de Lavendel en de Weigelia daarom noodzakelijk kunnen achten.

6.4. In het verkeersonderzoek is de doorstroming van het verkeer vanaf de Lavendel naar de Heuvelweg onderzocht. Volgens het verkeersonderzoek heeft de kruising Lavendel-Heuvelweg voldoende capaciteit. [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden naar voren gebracht die de Afdeling doen twijfelen aan de juistheid van deze conclusie.

6.5. Over de verkeersafwikkeling op de Lavendel ter hoogte van de kruising met de Via Verdi overweegt de Afdeling het volgende. De precieze inrichting van de weg en de daarbij behorende verkeersmaatregelen zoals de voorrangsregeling zijn uitvoeringsaspecten die in deze procedure niet ter beoordeling staan. Dat neemt niet weg dat de raad zich er bij de vaststelling van het plan van moet verzekeren dat het plan een oplossing voor de verkeersafwikkeling mogelijk maakt die in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

Ter zitting heeft [appellant] verklaard dat het plan een volgens hem adequate oplossing voor de verkeersafwikkeling op de kruising Lavendel-Via Verdi - met een voorrangsregeling die het verkeer vanaf de Via Verdi voorrang geeft op het verkeer op de Lavendel - mogelijk maakt. Het plan is in zoverre uitvoerbaar.

Het vlak met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" voor de Lavendel is volgens de verbeelding ongeveer 15 m breed. [appellant] heeft geen concrete bezwaren naar voren gebracht die twijfel doen rijzen over de juistheid van de stelling van de raad dat het plan ruimte biedt om de voorkeursoplossing van de raad uit te voeren. Dit geldt ook voor eventuele verdere of andere verkeersmaatregelen die de raad wil treffen als in de praktijk blijkt dat de voorkeursoplossing niet leidt tot een goede en veilige verkeersafwikkeling.

Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het plan geen aanvaardbare verkeersafwikkeling mogelijk maakt op de kruising van de Lavendel en de Via Verdi.

6.6. De betogen falen.

7. [appellant] kan zich daarnaast niet verenigen met de voorgenomen verkoop van de Lavendel aan Unibail Rodamco. Volgens hem is onzeker of Unibail Rodamco ertoe kan worden verplicht de verkeerssituatie aan te passen als de gekozen oplossing voor de verkeersafwikkeling niet effectief blijkt te zijn.

7.1. De mogelijke verkoop van de Lavendel of een deel daarvan aan Unibail Rodamco vormt geen onderdeel van het plan. De beroepsgrond hierover heeft dan ook geen betrekking op het besluit dat in deze procedure ter beoordeling staat. Bovendien doet een eventuele verkoop niet af aan het openbare karakter van de weg. Dat betekent ook dat het college van burgemeester en wethouders na een eventuele verkoop van de Lavendel aan Unibail Rodamco nog steeds verkeersbesluiten over deze weg kan nemen, waaraan Unibail Rodamco gebonden is.

Het betoog faalt.

Evenemententerrein

8. In het plan is aan een deel van het parkeerterrein aan de Weigelia de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" met de aanduiding "evenemententerrein" toegekend. Het plan maakt daar onder bepaalde voorwaarden publieksevenementen mogelijk.

9. [appellant] kan zich niet verenigen met de regeling in het plan voor evenementen op een deel van het parkeerterrein. Hij vreest geluidsoverlast door de evenementen die het plan op deze plaats mogelijk maakt.

[appellant] betoogt in de eerste plaats dat de raad alleen overdag evenementen had mogen toestaan. Evenementen in de avond- en nachtperiode veroorzaken volgens hem onaanvaardbare geluidhinder. Bovendien zijn evenementen in de avond en nacht volgens hem niet nodig, omdat tot nu toe in het winkelcentrum alleen overdag evenementen zijn gehouden.

[appellant] betoogt daarnaast dat de planregels te hoge grenswaarden bevatten voor het equivalente geluidniveau (LAeq) vanwege evenementen. Deze grenswaarden bedragen 70 dB(A) voor evenementen met een beperkte geluidsproductie en 75 dB(A) voor evenementen met versterkte muziek. [appellant] vindt dergelijke geluidniveaus in de avond en nacht niet aanvaardbaar. Volgens hem had de raad aansluiting moeten zoeken bij de grenswaarden van 50, 45 en 40 dB(A) voor de dag-, avond en nachtperiode die in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn opgenomen. [appellant] betoogt verder dat de planregels ten onrechte geen grenswaarden bevatten voor het maximale geluidniveau vanwege de evenementen.

[appellant] vindt voorts het aantal evenementen dat het plan mogelijk maakt te hoog. De planregels maken het volgens hem mogelijk dat in de zomer vrijwel elk weekend een evenement wordt gehouden.

Daarnaast is het volgens [appellant] onduidelijk of de planregels voor het evenemententerrein ook popconcerten mogelijk maken.

9.1. Op grond van artikel 8, lid 8.1.1, aanhef en onder k, van de planregels mogen de gronden met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" en de aanduiding "evenemententerrein" worden gebruikt voor publieksevenementen. De planregels voor het evenemententerrein bevatten voorschriften over het soort evenementen, het aantal en de duur van de evenementen en het toegestane equivalente geluidniveau. Deze regels zijn neergelegd in artikel 8, leden 8.3.1 tot en met 8.3.4, in samenhang met artikel 1, leden 1.63 tot en met 1.66, van de planregels. Deze planregels zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, onder A.

9.2. De planregels maken op het als evenemententerrein aangewezen deel van het parkeerterrein alleen evenementen met een beperkte geluidsproductie en evenementen met versterkte muziek mogelijk. Uit artikel 1, lid 1.66, van de planregels blijkt dat tijdens evenementen met versterkte muziek popmuziek ten gehore kan worden gebracht. Naar het oordeel van de Afdeling vallen de popconcerten waarop [appellant] doelt onder de evenementen met een complex geluidskarakter als bedoeld in artikel 1, lid 1.65, van de planregels. In artikel 8, lid 8.3.4, van de planregels is bepaald dat dat type evenementen niet is toegestaan op het evenemententerrein.

9.3. De raad heeft in het plan evenementen mogelijk gemaakt in de avond en nacht tot uiterlijk 1.00 uur. Ter beoordeling staat of de raad evenementen in de avond en nacht in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten, gelet op de geluidbelasting die deze evenementen bij de omliggende woningen veroorzaken. Anders dan [appellant] betoogt, is bij die beoordeling niet bepalend of de evenementen noodzakelijk zijn. De Afdeling zal hierna beoordelen of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat bij het toegestane aantal evenementen en de toegestane geluidniveaus in de avond en nacht een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd bij de woning van [appellant].

9.4. Op grond van artikel 8, leden 8.3.2 en 8.3.3, van de planregels geldt voor het equivalente geluidniveau, veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur, bij evenementen met een beperkte geluidsproductie een grenswaarde van 70 dB(A) en bij evenementen met versterkte muziek een grenswaarde van 75 dB(A) op de gevel van de nabijgelegen woningen. Deze grenswaarden zijn ook opgenomen in het gemeentelijke evenementenbeleid, dat is neergelegd in het "Evenementen-uitvoeringsplan Gemeente Leidschendam-Voorburg 2010" (hierna: het Evenementenuitvoeringsplan) dat de raad bij besluit van 26 januari 2010 heeft vastgesteld. Het terrein dat in het plan als evenemententerrein is aangewezen, maakt deel uit van een gebied dat in het Evenementenuitvoeringsplan al was aangewezen als locatie voor middelgrote tot grote evenementen.

De raad heeft bij het stellen van de grenswaarden voor het equivalente geluidniveau aansluiting gezocht bij de Nota "Evenementen met een luidruchtig karakter" van de Inspectie Milieuhygiëne Limburg van januari 1996 (hierna: de Nota). In de Nota wordt een geluidniveau van 50 dB(A) of meer in een woning beschouwd als onaanvaardbare hinder; bij een hogere binnenwaarde wordt de spraakverstaanbaarheid onvoldoende. Om een binnenwaarde van ten hoogste 50 dB(A) te garanderen, mag de geluidbelasting op de gevel volgens de Nota maximaal 70 tot 75 dB(A) bedragen. Voor de nachtperiode vanaf 23.00 uur is volgens de Nota niet de spraakverstaanbaarheid, maar slaapverstoring doorslaggevend. Daarom wordt voor de nacht uitgegaan van een maximale binnenwaarde van 25 dB(A) en een maximale gevelbelasting van 45 tot 50 dB(A). Volgens de Nota is het echter onder omstandigheden aanvaardbaar om het tijdstip waarop de normstelling voor de nachtperiode ingaat te verschuiven tot 24.00 of 1.00 uur. De raad heeft zowel voor de hoogte van de grenswaarden als voor het verschuiven van het begin van de nachtperiode aansluiting gezocht bij de Nota.

Bij de voorbereiding van het plan is het rapport "Evenemententerrein Winkelcentrum Leidsenhage. Akoestisch onderzoek en ruimtelijke onderbouwing" van DGMR van 13 augustus 2014 (hierna: het akoestisch onderzoek) opgesteld. Hierin zijn de equivalente geluidniveaus bij evenementen met versterkte muziek berekend. Volgens het akoestisch onderzoek kan bij evenementen met versterkte muziek worden voldaan aan de grenswaarde van 75 dB(A) voor het equivalente geluidniveau op de gevel van woningen, op voorwaarde dat de in de tabellen 1 en 2 op p. 11 van het onderzoek vermelde maximale bronvermogens voor de geluidbronnen in acht worden genomen. Bij evenementen met een beperkte geluidsproductie kan volgens het onderzoek worden voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) voor het equivalente geluidniveau.

9.5. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad wat betreft de hoogte van de grenswaarden voor het equivalente geluidniveau op de gevel van woningen en wat betreft het verschuiven van het begin van de nachtperiode voor evenementen met versterkte muziek in redelijkheid aansluiting kunnen zoeken bij de Nota. Anders dan [appellant] heeft betoogd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad voor de evenementen aansluiting had moeten zoeken bij de geluidgrenswaarden uit artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Die grenswaarden hebben namelijk betrekking op de reguliere activiteiten in inrichtingen en niet op incidentele activiteiten zoals evenementen. Voor evenementen en andere incidentele bedrijfssituaties in inrichtingen kent het Activiteitenbesluit zelf overigens ook een regeling die een uitzondering maakt op artikel 2.17.

[appellant] heeft tegen de conclusie uit het akoestisch onderzoek dat kan worden voldaan aan de grenswaarden voor het equivalente geluidniveau uit de planregels geen concrete bezwaren aangevoerd. Overigens blijkt uit het akoestisch onderzoek dat de woning van [appellant] daarvoor niet maatgevend is; de hoogste berekende geluidniveaus op zijn woning zijn enkele dB(A) lager dan de grenswaarden.

9.6. Over het betoog dat de planregels voor het evenemententerrein ten onrechte geen grenswaarden voor het maximale geluidniveau bevatten, overweegt de Afdeling het volgende. [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die grond geven voor het oordeel dat bij de evenementen die het plan mogelijk maakt zodanige pieken in het geluidniveau zijn te verwachten, dat daarvoor - in aanvulling op de grenswaarden voor het equivalente geluidniveau - aparte grenswaarden in de planregels nodig zijn ter bescherming van het woon- en leefklimaat van omwonenden. De Nota, die de raad bij de beoordeling van geluidhinder vanwege de evenementen als uitgangspunt heeft gehanteerd, bevat geen aanbevelingen over het stellen van grenswaarden voor het maximale geluidniveau. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad daarom in redelijkheid kunnen besluiten geen grenswaarden voor het maximale geluidniveau in de planregels op te nemen.

9.7. Over het aantal evenementen overweegt de Afdeling het volgende. Zoals hiervoor is overwogen, heeft de raad wat betreft de grenswaarden voor het equivalente geluidniveau in redelijkheid kunnen aansluiten bij de aanbevelingen uit de Nota. Voor het woon- en leefklimaat van omwonenden zijn echter niet alleen de toegestane geluidniveaus van belang, maar ook hoe vaak deze geluidniveaus zich mogen voordoen. In de planregels is hierover vastgelegd dat evenementen met versterkte muziek maximaal zes keer per jaar mogen plaatsvinden op in totaal maximaal 18 dagen. Deze evenementen mogen tot 1.00 uur duren en hebben een grenswaarde van 75 dB(A) voor het equivalente geluidniveau. Evenementen met een beperkte geluidsproductie mogen maximaal twaalf keer per jaar plaatsvinden op in totaal maximaal 24 dagen. De eindtijd van deze evenementen is 23.00 uur en de grenswaarde voor het equivalente geluidniveau is 70 dB(A).

Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad, na afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid kunnen besluiten om deze aantallen evenementen mogelijk te maken. De Afdeling acht allereerst van belang dat het aantal evenementen waarbij ’s nachts - dat wil zeggen tot uiterlijk 1.00 uur - geluidhinder kan optreden, in het plan beperkt is tot zes per jaar. De overige twaalf evenementen mogen alleen overdag en ’s avonds tot 23.00 uur plaatsvinden. Voor die evenementen geldt bovendien een grenswaarde voor het equivalente geluidniveau die 5 dB(A) lager is dan de grenswaarde voor de evenementen met versterkte muziek. Zoals hiervoor al is vermeld, zal het equivalente geluidniveau bij de woning van [appellant] voor beide soorten evenementen enkele dB(A) onder de grenswaarden blijven. De Afdeling neemt voorts in aanmerking dat het evenemententerrein is gelegen in een stedelijke omgeving op een deel van een parkeerterrein bij het winkelcentrum, dat in het Evenementenuitvoeringsplan ook al was aangewezen als evenementenlocatie, ook voor evenementen in de avond en nacht.

9.8. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de evenementen die het plan mogelijk maakt in het als evenemententerrein aangewezen gebied wat betreft geluid niet leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat bij de woning van [appellant]. De betogen falen.

IJsbaan

10. In het plan is aan een deel van de vijver in het Groot Zijdepark de bestemming "Water" met de aanduiding "ijsbaan" toegekend. Het plan maakt op deze plaats een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen mogelijk, die tussen 1 november en 31 maart aanwezig mag zijn.

[appellant] kan zich hier niet mee verenigen. Hij vreest geluidhinder, vooral door de koelinstallatie die gedurende het seizoen 24 uur per dag in bedrijf is. [appellant] wijst erop dat hij in het verleden geluidhinder van de ijsbaan heeft ondervonden en dat toen extra eisen en maatregelen nodig waren. De raad had daarom volgens hem nadere regels voor de ijsbaan in de planregels moeten opnemen. Ter zitting heeft [appellant] toegelicht dat het in het bijzonder gaat om het voorschrijven van een omkasting rond de koelinstallatie. Deze maatregel is in het verleden bij de ijsbaan getroffen om geluidhinder te beperken.

10.1. De raad heeft in het plan een planologische basis willen vastleggen voor de ijsbaan die de afgelopen jaren in het winterseizoen aanwezig is geweest. Hij acht de ijsbaan als seizoensgebonden voorziening wenselijk voor het versterken van de levendigheid in de gemeente en voor het bevorderen van de aantrekkingskracht van Leidsenhage.

Volgens de raad valt de tijdelijke ijsbaan onder de werking van het Activiteitenbesluit milieubeheer en kan worden voldaan aan de geluidgrenswaarden die zijn opgenomen in artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van dat besluit. De woning van [appellant] ligt volgens de raad op meer dan 200 m van de ijsbaan. Er is gelet op het maximumaantal bezoekers, de te verwachten bedrijfstijden en het te verwachten bronvermogen van de geluidsinstallatie geen reden om aan te nemen dat die geluidgrenswaarden op afstanden van meer dan 100 m van de ijsbaan zullen worden overschreden, aldus de raad. Het is daarom volgens de raad niet nodig om aanvullende regels ter beperking van geluidhinder in de planregels op te nemen.

10.2. Op grond van artikel 9, lid 9.1.1, aanhef en onder b, van de planregels mogen de gronden met de bestemming "Water" en de aanduiding "ijsbaan" tevens worden gebruikt voor een of meer drijvende pontons ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen, waaronder horeca tot en met categorie 2. In artikel 9, leden 9.2.3 en 9.3, zijn nadere bouw- en gebruiksregels voor de ijsbaan opgenomen. Deze planregels zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, onder B. De planregels voor de ijsbaan bevatten geen bepalingen over geluid.

10.3. Ter zitting heeft de raad toegelicht dat de ijsbaan tijdens het winterseizoen wordt geëxploiteerd als onderdeel van een horecabedrijf dat naast de vijver is gevestigd. Gelet hierop kan ervan worden uitgegaan dat de ijsbaan onderdeel vormt van een inrichting als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en dat daarop het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is.

Artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer bevat grenswaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximale geluidniveau LAmax vanwege de inrichting op de gevel van gevoelige gebouwen. De tekst van deze bepaling is opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak, onder B. [appellant] heeft de stelling van de raad dat ter plaatse van zijn woning aan de grenswaarden uit artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a, van het Activiteitenbesluit milieubeheer kan worden voldaan niet bestreden.

De raad heeft ter zitting toegelicht dat in het verleden weliswaar een omkasting rond de koelinstallatie is aangebracht ten behoeve van de omwonenden, maar dat deze maatregel niet noodzakelijk was om aan de geluidgrenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer te voldoen. [appellant] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de juistheid van deze toelichting.

Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat bij de woning van [appellant] geen onaanvaardbare geluidhinder is te verwachten vanwege de ijsbaan, in het bijzonder de koelinstallatie. De raad heeft er daarom in redelijkheid toe kunnen besluiten geen aanvullende regels ter voorkoming van geluidhinder vanwege de ijsbaan in de planregels op te nemen, zoals het voorschrijven van een omkasting om de koelinstallatie.

Het betoog faalt.

Overlast door bouwwerkzaamheden

11. [appellant] betoogt dat de bouw- en sloopwerkzaamheden voor de uitbreiding en renovatie van het winkelcentrum onaanvaardbare geluidhinder zullen veroorzaken. Volgens hem had de raad aanvullende eisen over het bouwgeluid moeten stellen, nu het bouwproject meer dan twee jaar zal duren. De raad heeft volgens [appellant] ten onrechte geen onderzoek gedaan naar maatregelen om de overlast door de werkzaamheden te verminderen, zoals het beperken van het heien tot bepaalde tijdstippen of het toepassen van heimethodes die minder geluidsoverlast veroorzaken.

11.1. De beroepsgrond over hinder door bouwwerkzaamheden heeft geen betrekking op het plan zelf, maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Deze beroepsgrond moet daarom buiten inhoudelijke bespreking blijven.

Conclusie

12. Het beroep is ongegrond.

Proceskosten

13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep van [appellant] ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzitter, en mr. F.C.M.A. Michiels en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Teuben, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Teuben

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2016

483.

BIJLAGE

A. Evenemententerrein:

Planregels bestemmingsplan "Leidsenhage"

Artikel 1 Begrippen:

1.63 (publieks)evenement: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, inclusief herdenkingen, waarbij een verzameling mensen zich in een bepaald tijdvak in/op een (meestal) begrensde en (eventueel beperkt) openbaar toegankelijke inrichting of terrein bevindt of beweegt.

1.64 evenement met een beperkte geluidsproductie: een publieksevenement van beperkte omvang, zoals buurtfeesten, straatbarbecues, e.d., dat in de regel tussen 07:00 uur en 23:00 uur plaatsvindt en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

a. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte/onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur bedraagt ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer dan 70 dB(A);

b. het evenement eindigt uiterlijk om 23:00 uur.

1.65 evenement met een complex geluidskarakter: een publieksevenement van grote omvang, zoals popfestivals, met veel publiek en vanwege het geluidskarakter een grote invloed op de woon- en leefomgeving, waarbij een geluidsrapport met dB(A)-contouren deel uitmaakt van de evenementenvergunning en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

a. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte/onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur bedraagt ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer dan 75-80 dB(A);

b. geluidsinstallaties worden afgesteld aan de hand van het standaardspectrum voor popmuziek;

c. de organisatie stelt de geluidsinstallatie zodanig af dat door middel van geluidsmetingen wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende geluidsvoorschriften;

d. bij het doen van geluidsmetingen wordt gebruik gemaakt van geluidscontouren (meetpunten) die zijn opgenomen in het bij de evenementenvergunning behorende geluidsrapport;

e. het evenement begint niet eerder dan 10:00 uur;

f. het evenement eindigt uiterlijk om 01:00 uur.

1.66 evenement met versterkte muziek: een publieksevenement van zodanige aard, omvang en/of geluidsproductie, zoals (tent)feesten, feestdagen, muziekfeesten, kermissen, e.d., dat dit voor ergernis dan wel overlast voor de woon- en leefomgeving kan zorgen en dat voldoet aan de volgende randvoorwaarden:

a. het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) veroorzaakt door het ten gehore brengen van versterkte/onversterkte muziek en/of door het gebruik van geluidsapparatuur bedraagt ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidsgevoelige bestemmingen niet meer dan 75 dB(A);

b. geluidsinstallaties worden afgesteld aan de hand van het standaardspectrum voor popmuziek;

c. de organisatie stelt de geluidsinstallatie zodanig af dat door middel van geluidsmetingen wordt aangetoond dat wordt voldaan aan de geldende geluidsvoorschriften;

d. het evenement begint niet eerder dan 10:00 uur;

e. het evenement eindigt uiterlijk om 01:00 uur.

Artikel 8 Verkeer - Verblijfsgebied:

8.1.1

De voor "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

(…)

k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "evenemententerrein (ev)": medegebruik van gronden voor publieksevenementen als bedoeld in 8.3.2, 8.3.3 en 8.3.4;

(…)

8.3.1

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend het gebruiken en/of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor:

(…)

d. medegebruik van de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden voor het gelijktijdig organiseren van meer dan één evenement als bedoeld in artikel 8.3.2 en/of artikel 8.3.3.

8.3.2

Op de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden mogen publieksevenementen met een beperkte geluidsproductie georganiseerd worden, mits deze evenementen voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. voor evenementen met een beperkte geluidsproductie geldt dat het equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur, ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer mag bedragen dan 70 dB(A);

b. per jaar mogen maximaal 12 evenementen met een beperkte geluidsproductie worden georganiseerd;

c. de maximale gezamenlijke duur van de onder b. bedoelde evenementen mag exclusief de op- en afbouw niet meer bedragen dan 24 dagen.

d. evenementen moeten in overeenstemming zijn met het Evenementenbeleidsplan (besluit van de raad d.d. 11 juni 2008, nr. 2008/5624) respectievelijk het Evenementen-uitvoeringsplan (besluit van het college d.d. 26 januari 2010, nr. 2009/31758) dan wel daarvoor in de plaats tredende evenementenbeleidsdocumenten van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals geldend op de datum waarop de aanvraag om vergunning voor het organiseren van het desbetreffende evenement bij het bevoegde gezag wordt ingediend.

8.3.3

Op de in artikel 8.1.1, sub k., bedoelde gronden mogen publieksevenementen met versterkte muziek georganiseerd worden, mits deze evenementen voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. voor evenementen met versterkte muziek geldt dat het equivalente geluidsniveau (LAeq), veroorzaakt door het ten gehore brengen van muziek en/of het gebruik van geluidsapparatuur, ter plaatse van de gevel van woningen van derden en andere geluidgevoelige bestemmingen niet meer mag bedragen dan 75 dB(A);

b. per jaar mogen maximaal 6 evenementen met versterkte muziek worden georganiseerd;

c. de maximale gezamenlijke duur van de onder b. bedoelde evenementen mag exclusief de op- en afbouw niet meer bedragen dan 18 dagen.

d. evenementen moeten in overeenstemming zijn met het Evenementenbeleidsplan (besluit van de raad d.d. 11 juni 2008, nr. 2008/5624) respectievelijk het Evenementen-uitvoeringsplan (besluit van het college d.d. 26 januari 2010, nr. 2009/31758) dan wel daarvoor in de plaats tredende evenementen-beleidsdocumenten van de gemeente Leidschendam-Voorburg, zoals geldend op de datum waarop de aanvraag om vergunning voor het organiseren van het desbetreffende evenement bij het bevoegde gezag wordt ingediend.

8.3.4

Tot gebruik, strijdig met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied", wordt in ieder geval gerekend het (laten) gebruiken van de gronden en opstallen voor het (laten) organiseren van evenementen met een complex geluidskarakter.

B. IJsbaan:

Planregels bestemmingsplan "Leidsenhage"

Artikel 9 Water

9.1.1

De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor:

(…)

b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "ijsbaan (ijs)": (een) drijvend(e) ponton(s) ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen, waaronder mede begrepen horeca tot en met categorie 2 als bedoeld in de van deze regels deel uitmakende Staat van Horeca-activiteiten;

(…)

9.2.1

Op dan wel in deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

(…)

b. (een) drijvend(e) ponton(s) ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen;

(…)

9.2.3

Voor het bouwen als bedoeld in artikel 9.2.1 sub b. gelden de volgende regels:

a. (een) drijvend(e) ponton(s) met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan mag met inbegrip van de periode van op- en afbouw jaarlijks uitsluitend aanwezig zijn in de periode van 1 november tot en met 31 maart;

b. de totale bebouwde oppervlakte van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 1.500 m²;

c. de bouwhoogte van een seizoensgebonden kunstijsbaan met bijbehorende voorzieningen mag, met inbegrip van op pontons geplaatste gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet meer bedragen dan 9,0 m.

9.3

Tot gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend:

(…)

b. het aanwezig hebben van een drijvend ponton met bijbehorende voorzieningen ten behoeve van een seizoensgebonden kunstijsbaan buiten de in artikel 9.2.3 sub a. genoemde periode.

Activiteitenbesluit milieubeheer

Artikel 2.17, eerste lid

Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:

a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;