Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:1806

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-06-2016
Datum publicatie
29-06-2016
Zaaknummer
201508204/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2015:12079, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 20 november 2014 heeft de minister een verzoek van [appellant] tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) als tolk Nederlands ↔ Roemeens, vertaler Nederlands - Roemeens en vertaler Roemeens - Nederlands afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201508204/1/A3.

Datum uitspraak: 29 juni 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 2 oktober 2015 in zaak nr. 15/1169 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Veiligheid en Justitie.

Procesverloop

Bij besluit van 20 november 2014 heeft de minister een verzoek van [appellant] tot inschrijving in het Register beëdigde tolken en vertalers (hierna: het Rbtv) als tolk Nederlands ↔ Roemeens, vertaler Nederlands - Roemeens en vertaler Roemeens - Nederlands afgewezen.

Bij besluit van 2 maart 2015 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 oktober 2015 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2016, waar [appellant], vergezeld door zijn [accountant], en de minister, vertegenwoordigd door mr. D.E.S. Tomeij, werkzaam bij de raad voor rechtsbijstand, zijn verschenen.

Overwegingen

Regelgeving

1. Voor de tekst van de relevante regelgeving wordt verwezen naar de bijlage.

Inleiding

2. [appellant] stond sinds 4 februari 2009 ingeschreven in het Rbtv als tolk Nederlands ↔ Roemeens, vertaler Nederlands - Roemeens en vertaler Roemeens - Nederlands. Op 4 februari 2014 zijn deze inschrijvingen van rechtswege komen te vervallen. [appellant] had bewust geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om de inschrijvingen te verlengen, omdat onduidelijk was of er gevaar was voor belangenverstrengeling bij het opzetten van een specifieke tolk-/vertaalopleiding Roemeens bij de Stichting Instituut van Gerechtstolken en -Vertalers (SIGV). Op 26 juni 2014 heeft [appellant] alsnog verzocht om verlenging van de inschrijvingen. De minister heeft dit verzoek aangemerkt als een verzoek om hernieuwde inschrijvingen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit verlenging inschrijving Rbtv. Hij heeft het verzoek met toepassing van artikel 5 van het Besluit inschrijving Rbtv (hierna: het Besluit inschrijving) ter advisering voorgelegd aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers (hierna: de Commissie). Volgens de Commissie heeft [appellant] aangetoond te beschikken over adequate kennis van de bron- en doeltaal en de bijbehorende culturen, maar heeft hij niet aangetoond te beschikken over adequate tolk- onderscheidenlijk vertaalvaardigheid en -attitude alsmede over voldoende tolk- onderscheidenlijk vertaalervaring in de desbetreffende talencombinaties. De Commissie heeft daarom geadviseerd om de aanvraag af te wijzen. De minister heeft de adviezen van de Commissie overgenomen en de aanvraag van [appellant] afgewezen omdat hij niet heeft aangetoond te voldoen aan de vereisten voor inschrijving in het Rbtv.

Beoordeling van het hoger beroep

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank de ongegrondverklaring van zijn beroep onvoldoende heeft gemotiveerd. Hij voert aan dat uit de door hem overgelegde stukken genoegzaam blijkt dat hij veel kennis heeft van en veel ervaring heeft met tolken en vertalen in de Roemeense taal.

3.1. Niet in geschil is dat [appellant] geen opleiding tot tolk en vertaler heeft gevolgd, zodat hij niet op grond van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit beëdigde tolken en vertalers kon worden ingeschreven. Voorts is niet in geschil dat hij geen tolk- en vertaaltoets als bedoeld in artikel 3 en 4, aanhef en onder 1, van het Besluit inschrijving heeft afgelegd, zodat hij evenmin met toepassing van die bepalingen in het Rbtv kon worden ingeschreven. Verder is niet in geschil dat [appellant] heeft aangetoond te beschikken over integriteit en taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op ten minste C1-niveau in de zin van artikel 3 en 4, aanhef en onder 2, onderdeel a en b, van het Besluit inschrijving. De rechtbank heeft derhalve terecht overwogen dat het geschil gaat over de vraag of [appellant] heeft aangetoond dat hij voldoet aan de in artikel 3 en 4, aanhef en onder 2, onderdeel c en d, van het Besluit inschrijving neergelegde vereisten betreffende tolk- en vertaalvaardigheid en -attitude alsmede werkervaring als beroepstolk en beroepsvertaler.

3.2. Volgens artikel 3 en 4, aanhef en onder 2, onderdeel c, van het Besluit inschrijving is ten minste 420 uur scholing voor tolk- en vertaalvaardigheid en -attitude vereist. Volgens artikel 3 en 4, aanhef en onder 2, onderdeel d, is ten minste vijf jaar werkervaring als beroepstolk onderscheidenlijk beroepsvertaler vereist. Volgens artikel 1, aanhef en onder f en g, is een beroepstolk een tolk die per jaar ten minste 200 uur tolkt en is een beroepsvertaler een vertaler die per jaar ten minste 100.000 woorden vertaalt. Over een periode van vijf jaar dient derhalve werkervaring van 1.000 uur tolken en 500.000 woorden vertalen te worden aangetoond.

3.3. De rechtbank heeft het advies van de Commissie over deze vereisten samengevat weergegeven. Evenals de rechtbank ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het advies niet zorgvuldig tot stand is gekomen of naar inhoud niet inzichtelijk of concludent is. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het door [appellant] aangevoerde geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies bevat. Met hetgeen [appellant] naar voren heeft gebracht over zijn staat van dienst, zijn betrokkenheid bij toetsen en opleidingen voor tolken en vertalers Roemeens en de stijgende lijn in de omvang van de door hem verrichte tolk- en vertaalwerkzaamheden, heeft hij niet aangetoond dat hij het vereiste aantal uren scholing ter ontwikkeling van tolk- en vertaalvaardigheid en -attitude heeft genoten. Evenmin heeft hij daarmee aangetoond dat hij het vereiste aantal uren heeft getolkt en het vereiste aantal woorden heeft vertaald in de vijf jaren voorafgaand aan zijn verzoek. De rechtbank heeft dan ook terecht overwogen dat [appellant] niet heeft aangetoond te voldoen aan alle in artikel 3 en 4, aanhef en onder 2, van het Besluit inschrijving neergelegde vereisten, zodat hij niet heeft aangetoond te beschikken over de voor inschrijving in het Rbtv noodzakelijke competenties.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

Verzoek om schadevergoeding

5. [appellant] verzoekt om vergoeding van geleden schade, bestaande uit gederfde inkomsten wegens het ontkennen van zijn recht op beroepsuitoefening.

5.1. Uit de ongegrondverklaring van het hoger beroep volgt dat zich geen van de in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgenomen omstandigheden voordoet op grond waarvan een veroordeling tot vergoeding van geleden schade kan worden uitgesproken. Reeds daarom zal het verzoek van [appellant] worden afgewezen.

Proceskosten

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. J.C. Kranenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier.

w.g. Kranenburg w.g. Herweijer

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2016

640.

BIJLAGE

Wet beëdigde tolken en vertalers

Artikel 3

Om voor inschrijving in het register in aanmerking te komen dient de tolk dan wel de vertaler te voldoen aan de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen eisen ten aanzien van de volgende competenties:

- attitude van een tolk voor de tolk;

- attitude van een vertaler voor de vertaler;

- integriteit;

- taalvaardigheid in de brontaal;

- taalvaardigheid in de doeltaal;

- kennis van de cultuur van het land of gebied van de brontaal;

- kennis van de cultuur van het land of gebied van de doeltaal;

- tolkvaardigheid voor de tolk;

- vertaalvaardigheid voor de vertaler.

Artikel 5

De aanvraag tot inschrijving wordt afgewezen indien:

a. de aanvrager niet voldoet aan de in artikel 3 bedoelde eisen;

[…].

Besluit beëdigde tolken en vertalers

Artikel 8

1 Een tolk of vertaler wordt in het register ingeschreven, indien hij voldoet aan een of meer van de volgende eisen:

a. hij beschikt over een of meer van de volgende getuigschriften waaruit blijkt dat hij met goed gevolg het examen heeft afgelegd ter afsluiting van een opleiding tot tolk of vertaler als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek:

1°. een getuigschrift waaruit blijkt dat het recht is verkregen om de titel baccalaureus te voeren;

2°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Bachelor is verleend; of

3°. een getuigschrift waaruit blijkt dat de graad Master is verleend;

b. hij kan anderszins aantonen te voldoen aan de wettelijke competenties.

[…]

Besluit inschrijving Rbtv

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

[…]

e. scholing: onderwijs waarbij middels een afsluitende toets wordt vastgesteld dat de gedoceerde kennis en vaardigheden beheerst worden;

f. beroepstolk: een tolk die per jaar ten minste 200 uur tolkt, waarbij geen rekening wordt gehouden met scholing, reistijd, wachttijd en overige omstandigheden;

g. beroepsvertaler: een vertaler die per jaar ten minste 100.000 woorden vertaalt.

Artikel 3

Indien een tolk niet beschikt over een diploma van een tolkopleiding op minimaal bachelorniveau, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv:

1. na overlegging van een getuigschrift waaruit blijkt dat de tolk in de betreffende talencombinatie een tolktoets heeft afgelegd die voldoet aan het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde Kader voor tolk- en vertaaltoetsen; of

2. indien hij aantoont te beschikken over:

a. integriteit;

b. taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op ten minste C1-niveau;

c. ten minste 420 uur scholing om tolkvaardigheid en -attitude op ten minste de onderdelen geheugen, tekstanalyse, parafraseren, notatietechnieken en tolkhouding te ontwikkelen;

d. tenminste vijf jaar werkervaring als beroepstolk in de betreffende talencombinaties direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing als bedoeld in artikel 3, aanhef, tweede lid onder c.

Artikel 4

Indien een vertaler niet beschikt over een diploma van een vertaleropleiding op minimaal bachelorniveau, kan hij worden ingeschreven in het Rbtv:

1. na overlegging van een getuigschrift waaruit blijkt dat de vertaler in de betreffende vertaalrichting een vertaaltoets heeft afgelegd die voldoet aan het door de Raad voor Rechtsbijstand vastgestelde Kader voor tolk- en vertaaltoetsen; of

2. indien hij aantoont te beschikken over:

a. integriteit;

b. taalvaardigheid van de bron- en doeltaal op ten minste C1-niveau;

c. ten minste 420 uur scholing om vertaalvaardigheid en -attitude op ten minste de onderdelen tekst en tekstbegrip, tekst en cultuur, technische aspecten van het vertalen en vertaalhouding te ontwikkelen;

d. ten minste vijf jaar werkervaring als beroepsvertaler in de betreffende vertaalrichting direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing als bedoeld in artikel 4, aanhef, tweede lid onder c.

Artikel 5

De raad voor rechtsbijstand kan, in de door haar nader te bepalen gevallen, een verzoek tot inschrijving in het Rbtv ter advisering voorleggen aan de Commissie beëdigde tolken en vertalers.

Besluit verlenging inschrijving Rbtv

Artikel 4

1 Van een verzoek tot hernieuwde inschrijving is sprake indien een tolk of vertaler het verzoek tot verlenging van de inschrijving indient binnen vijf jaren na het verlopen van de termijn van die inschrijving in het Rbtv, na uitschrijving op verzoek uit het Rbtv of na doorhaling op grond van artikel 9 van de Wbtv.

2 Een verzoek tot hernieuwde inschrijving wordt gehonoreerd indien wordt aangetoond dat:

a. voldaan is aan de voorwaarden op basis van artikel 3 van de Wbtv;

b. alsnog voldaan is aan de bijscholingsverplichting zoals genoemd in het Besluit permanente educatie Wbtv die gold tijdens de periode van inschrijving waarop het verzoek tot hernieuwde inschrijving betrekking heeft;

c. een tolk of vertaler voldoet aan de eis van professionele werkopdrachten zoals geformuleerd in artikel 11, onder a, van het Besluit btv.