Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:1671

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
15-06-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
201503897/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 december 2013 heeft het dagelijks bestuur besloten in het gebied van de Burgemeester Vening Meineszlaan en omgeving een parkeerschijfzone in te stellen (hierna: het verkeersbesluit).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503897/2/A1.

Datum uitspraak: 15 juni 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A], [appellant B], [appellant C], [appellant D], [appellant E],

[appellant F], [appellant G], allen wonend te Amsterdam,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2015 in zaken nrs. 14/596, 14/665, 14/677, 14/680, 14/682 en 14/854 in het geding tussen:

1. [appellant A]

2. [appellant B]

3. [appellant C]

4. [appellant D]

5. [appellant E]

6. [verzoeker A]

7. [appellant F]

8. [appellant G]

9. [verzoeker B]

en

het dagelijks bestuur van het stadsdeel Nieuw-West (thans: het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van Nieuw-West).

Procesverloop

Bij besluit van 17 december 2013 heeft het dagelijks bestuur besloten in het gebied van de Burgemeester Vening Meineszlaan en omgeving een parkeerschijfzone in te stellen (hierna: het verkeersbesluit).

Bij uitspraak van 1 april 2015 heeft de rechtbank het door [verzoeker A] daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft de overige ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A], [appellant B], [appellant C], [appellant D], [appellant E], [appellant F] en [appellant G] (hierna: [appellant A] en anderen) hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 januari 2016, waar [appellant A] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant G], bijgestaan door mr. J.C. Ellerman, advocaat te Amsterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. S. Akgün, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 9 maart 2016 heeft de Afdeling het dagelijks bestuur opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het besluit van 17 december 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft bij de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 17 december 2013 is genomen in strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hiertoe heeft zij overwogen dat in het verkeersbesluit niet inzichtelijk is gemaakt waarom het algemeen belang van het instellen van een parkeerschijfzone zwaarder weegt dan het belang van [appellant A] en anderen bij het kunnen gebruiken van hun garages aan de Arondeusstraat. Een dergelijke belangenafweging dient het dagelijks bestuur ingevolge artikel 21 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer te maken.

In de tussenuitspraak heeft de Afdeling het dagelijks bestuur opgedragen het geconstateerde gebrek in het besluit van 17 december 2013 te herstellen. Het dagelijks bestuur dient hierbij het belang van [appellant A] en anderen bij voortzetting van het gebruik van hun garages aan de Arondeusstraat voor het stallen van voertuigen, als - kleine - auto's, motoren, aanhangwagens en een scootmobiel, af te wegen tegen het belang van het ter plaatse daarvan instellen van een parkeerschijfzone. De uitkomst hiervan dient aan de Afdeling en partijen te worden medegedeeld.

2. Het dagelijks bestuur heeft niet voor 1 juni 2016 het besluit van 17 december 2013 hersteld.

Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding het hoger beroep van [appellant A] en anderen gegrond te verklaren en de uitspraak van de rechtbank te vernietigen. Het door [appellant A] en anderen ingestelde beroep tegen het besluit van 17 december 2013 is eveneens gegrond. Dit besluit dient te worden vernietigd voor zover het ziet op het instellen van een blauwe zone in de gedeelten van de straatzijde van de Arondeusstraat onderscheidenlijk de Victor Rutgersstraat waaraan de garages van [appellant A] en anderen zijn gelegen.

3. Het dagelijks bestuur dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 april 2015 in zaken nrs. 14/596, 14/665, 14/677, 14/680, 14/682 en 14/854;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Nieuw-West van 17 december 2013, kenmerk 2013/int/10434, voor zover het ziet op het instellen van een blauwe zone in de gedeelten van de straatzijde van de Arondeusstraat onderscheidenlijk de Victor Rutgersstraat waaraan de garages van [appellant A] en anderen zijn gelegen;

V. veroordeelt het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van Nieuw-West tot vergoeding van bij [appellant A], [appellant B], [appellant C], [appellant D], [appellant E], [appellant F] en [appellant G] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1488,00 (zegge: veertienhonderdachtentachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VI. gelast dat het dagelijks bestuur van de bestuurscommissie van het stadsdeel Nieuw-West aan [appellant A], [appellant B], [appellant C], [appellant D], [appellant E], [appellant F] en [appellant G] het door hen voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 415,00 (zegge: vierhonderdvijftien euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen .

Aldus vastgesteld door mr. R. van der Spoel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. van Driel, griffier.

w.g. Van der Spoel w.g. Van Driel

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2016

414