Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:1606

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-06-2016
Datum publicatie
08-06-2016
Zaaknummer
201504680/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Midden" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2017/922
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201504680/2/R1.

Datum uitspraak: 8 juni 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Haarlemmermeer,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Midden" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 oktober 2015, waar [appellant], bijgestaan door [werknemer], werkzaam bij [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door C.G. Hogenkamp en mr. H. Grootveld-Teune, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 9 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3772, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van

19 maart 2015 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 25 februari 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Midden" opnieuw vastgesteld.

[appellant] is in de gelegenheid gesteld een zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Hiervan is geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 9 december 2015 overwogen dat de raad in het besluit van 19 maart 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Midden" de loods die aanwezig is op het perceel Rijnlanderweg 1453 ten onrechte gedeeltelijk niet als zodanig heeft bestemd, terwijl hij dat wel had beoogd. Het besluit is derhalve genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Het beroep van [appellant] is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre dient te worden vernietigd.

2. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak een planregeling vast te stellen die overeenstemt met de bedoeling van de raad.

3. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 25 februari 2016 het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Midden" opnieuw vastgesteld. Daarbij is artikel 3, lid 3.2.1, onder e, van de planregels aangepast, zodat de loods die op het perceel Rijnlanderweg 1453 aanwezig is, als zodanig is bestemd.

4. Het besluit van 25 februari 2016 is ingevolge artikel 6:19 van de Awb mede onderwerp van het geding. Het beroep van [appellant] wordt geacht mede te zijn gericht tegen dit besluit.

5. [appellant] heeft naar aanleiding van het besluit van 25 februari 2016 geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat hij geen bezwaren heeft tegen het besluit van 25 februari 2016. Het van rechtswege ontstane beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen het besluit van de raad van de gemeente Haarlemmermeer tot vaststelling van het bestemmingsplan "Reparatieplan Buitengebied Midden" van 19 maart 2015, gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad, voor zover hierin de loods die aanwezig is op het perceel Rijnlanderweg 1453 niet als zodanig is bestemd;

III. verklaart het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen het besluit van 25 februari 2016 ongegrond;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Haarlemmermeer aan [appellant A] en [appellant B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, griffier.

w.g. Michiels w.g. Schaaf

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2016

523-831.