Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:1593

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-06-2016
Datum publicatie
08-06-2016
Zaaknummer
201508501/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 16 september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "1e partiële herziening Zuidplas West, Nieuwerkerk aan den IJssel" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2017/850
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201508501/1/R4.

Datum uitspraak: 8 juni 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te [land],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen, allen gevestigd te Nieuwerkerk aan den IJssel,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Zuidplas,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "1e partiële herziening Zuidplas West, Nieuwerkerk aan den IJssel" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 mei 2016, waar [appellant sub 1], bijgestaan door [gemachtigde], Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen, vertegenwoordigd door directeur, bijgestaan door [gemachtigde] en mr. Ch.M. Kardol de Ruiter, advocaat te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door M.J. Romijn en A. de Vries, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

Toetsingskader en planbeschrijving

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Eerste Tochtweg, aan de oostzijde door de perceelsgrens ten oosten van de woning aan de Eerste Tochtweg 24, aan de zuidzijde door de Albert van ‘t Hartweg en aan de westzijde door de perceelsgrens ten westen van de woning aan de Eerste Tochtweg 34 te Nieuwerkerk aan den IJssel.

De gronden in het plangebied waren voorheen gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Zuidplas West". Dit plan heeft de raad van de voormalige gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel in 2009 vastgesteld om onder meer de ontwikkeling van nieuwe woningen en de vestiging van nieuwe bedrijvigheid in het deelgebied Nieuwerkerk-Noord, gelegen ten noorden van de kern van Nieuwerkerk aan den IJssel, mogelijk te maken. In het bestemmingsplan "Zuidplas West" waren de gronden gelegen in het thans bestreden plan naast "Woongebied - Uit te werken 2" onder meer bestemd als "Verkeer - Uit te werken", ten behoeve van de aanleg van een nieuwe randweg om de ontsluiting van de Rotterdamse woonwijk Nesselande te verbeteren.

Vanwege onder meer de economische crisis zijn de herontwikkelingsplannen voor het deelgebied Nieuwerkerk-Noord bijgesteld. Dit heeft tot gevolg dat verschillende in het bestemmingsplan "Zuidplas West" als "Woongebied - Uit te werken 2" bestemde gronden niet zullen worden herontwikkeld als woningbouwgebied. Voorts heeft de raad in 2013 besloten dat de in het bestemmingsplan "Zuidplas West" voorziene nieuwe randweg om de ontsluiting van de woonwijk Nesselande te verbeteren, niet zal worden aangelegd. Vooruitlopend op de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor het deelgebied Nieuwerkerk-Noord, is het thans voorliggende bestemmingsplan vastgesteld. In dit plan zijn de in het deelgebied Nieuwerkerk-Noord gevestigde glastuinbouwbedrijven van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen herbestemd tot glastuinbouw. De raad loopt voor deze glastuinbouwbedrijven vooruit op het nieuwe bestemmingsplan voor het deelgebied Nieuwerkerk-Noord. De reden hiervoor is erin gelegen dat [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen een verzoek om tegemoetkoming in planschade hebben ingediend als gevolg van het in 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidplas West", op welk verzoek het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas een besluit heeft genomen inhoudende dat de planschade ofwel in natura zal worden gecompenseerd door de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor 30 oktober 2015, dan wel in geld indien dit bestemmingsplan niet tijdig is vastgesteld of niet onherroepelijk wordt.

Reden van het beroep

3. [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen zijn van mening dat het onderhavige bestemmingsplan geen afdoende compensatie biedt voor de bij hen ontstane planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het in 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidplas West". Voorts vrezen zij te worden belemmerd in hun bestaande en toekomstige bedrijfsvoering, waaronder toekomstige uitbreidingsmogelijkheden, omdat in het plan uitsluitend hun agrarische bedrijven zijn herbestemd tot glastuinbouw. Ter plaatse van de omliggende gronden heeft de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2" uit het bestemmingsplan "Zuidplas West" vooralsnog zijn gelding behouden.

4. De Afdeling stelt voorop dat het betoog van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen dat met het onderhavige plan geen afdoende compensatie wordt geboden voor de bij hen ontstane planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Zuidplas West" in deze uitspraak buiten beschouwing zal worden gelaten. Het betoog heeft betrekking op het door het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas genomen besluit over de wijze waarop de bij deze glastuinbouwbedrijven ontstane planschade zal worden gecompenseerd. Dat besluit staat in deze procedure niet ter beoordeling.

Aanleiding van het plan

5. [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen betogen dat voor de vaststelling van het bestemmingsplan geen ruimtelijk relevante grondslag bestaat. Volgens hen is sprake van gelegenheidsplanologie, omdat het plan uitsluitend is vastgesteld om hen in natura te kunnen compenseren voor de bij hen ontstane planschade als gevolg van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan "Zuidplas West".

5.1. Zoals hiervoor onder 2. is overwogen, is het plan niet uitsluitend vastgesteld om [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen te kunnen compenseren voor de bij hen ontstane planschade als gevolg van het in 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidplas West". Aan het plan ligt tevens ten grondslag dat de in het bestemmingsplan "Zuidplas West" aan de gronden van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen toegekende bestemmingen "Woongebied - Uit te werken 2" en "Verkeer - Uit te werken" niet zullen worden uitgewerkt, zowel omdat er vanwege de economische crisis minder behoefte bestaat aan de bouw van nieuwe woningen in het deelgebied Nieuwerkerk-Noord, alsmede omdat de raad in 2013 heeft besloten dat de ter plaatse van de gronden met de bestemming "Verkeer - Uit te werken" voorziene nieuwe randweg om de ontsluiting van de Rotterdamse woonwijk Nesselande te verbeteren niet zal worden aangelegd. De Afdeling ziet gelet hierop, anders dan [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen betogen, geen aanleiding voor het oordeel dat aan het onderhavige bestemmingsplan geen ruimtelijk relevante redenen ten grondslag liggen en dat het plan uitsluitend uit een oogpunt van gelegenheidsplanologie zou zijn vastgesteld.

Het betoog faalt.

Begrenzing van het plangebied

6. [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen richten zich tevens tegen de begrenzing van het plangebied. Volgens hen heeft de raad de begrenzing van het plangebied ten onrechte beperkt tot de gronden behorend tot hun glastuinbouwbedrijven. Door de aangrenzende gronden, welke gronden thans nog zijn bestemd als "Woongebied - Uit te werken 2", buiten het plangebied te laten, worden zij beperkt in de mogelijkheden om hun glastuinbouwbedrijven in de toekomst te kunnen uitbreiden, aldus [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen. Daarnaast is het in stand laten van de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2" op de nabij hun glastuinbouwbedrijven gelegen gronden volgens [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen in strijd met de door de raad op 27 november 2012 vastgestelde "Structuurvisie Zuidplas 2030", waarin volgens hen staat dat het voormalige glastuinbouwgebied nabij de Albert van ’t Hartweg dient te worden hersteld.

6.1. De Afdeling stelt voorop dat de raad beleidsvrijheid toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze vrijheid strekt echter niet zo ver dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

6.2. De raad heeft toegelicht dat voor de gronden gelegen in het deelgebied "Nieuwerkerk-Noord" een nieuw bestemmingsplan wordt voorbereid waarbij wordt geïnventariseerd welke levensvatbare glastuinbouwbedrijven opnieuw kunnen worden herbestemd tot glastuinbouw. Aan de overige niet levensvatbare glastuinbouwbedrijven zal al dan niet een andere passende bedrijfsbestemming worden toegekend, aldus de raad. Nu de voorbereiding van dit nieuwe bestemmingsplan niet kon worden afgerond voor 30 oktober 2015, de uiterste datum waarop gelet op het hiervoor overwogene een nieuw bestemmingsplan diende te zijn vastgesteld om [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen in natura te kunnen compenseren voor de bij hen ontstane planschade als gevolg van het in 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidplas West", heeft de raad besloten de begrenzing van het plangebied te beperken tot de glastuinbouwbedrijven van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen. De Afdeling acht deze keuze van de raad niet onredelijk. Hierbij betrekt de Afdeling dat niet is gebleken dat tussen de gronden behorend tot de glastuinbouwbedrijven van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen en de daaraan grenzende gronden een dusdanige samenhang bestaat dat de aangrenzende gronden in het onderhavige bestemmingsplan hadden dienen te worden opgenomen. De enkele stelling van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen dat zij verwachten dat in de toekomst de behoefte zal bestaan aan een uitbreiding van hun glastuinbouwbedrijven richting de aangrenzende gronden, waarvoor nog geen concrete plannen kenbaar zijn, is daartoe onvoldoende.

6.3. Wat betreft de verwijzing van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen naar de "Structuurvisie Zuidplas 2030", overweegt de Afdeling dat de enkele omstandigheid dat het gemeentelijk beleid blijkens deze structuurvisie er onder meer op is gericht het glastuinbouwgebied nabij de Albert van ’t Hartweg te behouden en ter plaatse de ruimte te bieden voor de vestiging van nieuwe glastuinbouwbedrijven, niet betekent dat dit gehele glastuinbouwgebied reeds in het onderhavige bestemmingsplan had dienen te worden opgenomen. De keuze van de raad om hiervoor een aparte bestemmingsplanprocedure te doorlopen, is naar het oordeel van de Afdeling niet in strijd met de structuurvisie.

6.4. Gelet op het vorenstaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het betoog faalt.

Belemmeringen voor de bedrijfsvoering

7. [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen betogen verder dat de planologische nieuwvestiging van glastuinbouwbedrijven binnen een gebied dat is bestemd als "Woongebied - Uit te werken 2" vanuit milieuhygiënisch oogpunt onwenselijk is. Zij voeren hiertoe aan dat ter plaatse van de nieuwe woningen die zijn voorzien op de als "Woongebied - Uit te werken 2" bestemde gronden als gevolg van hun bedrijfsactiviteiten geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat zal zijn gewaarborgd. Dit leidt er volgens hen toe dat zij zullen worden beperkt in hun bestaande en toekomstige bedrijfsvoering.

7.1. De Afdeling stelt voorop dat de omstandigheid dat een bestemmingsplan een feitelijk bestaande situatie als zodanig bestemt er niet aan af doet dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan zal moeten beoordelen of het als zodanig bestemmen van deze feitelijk bestaande situatie uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, waaronder vanuit milieuhygiënisch oogpunt, aanvaardbaar is.

7.2. Wat betreft de vraag of het opnieuw als zodanig bestemmen van hun bestaande glastuinbouwbedrijven vanuit milieuhygiënisch oogpunt aanvaardbaar is, wijzen [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen op de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2" die in het in 2009 vastgestelde bestemmingsplan "Zuidplas West" aan de aan hun glastuinbouwbedrijven grenzende gronden is toegekend. De raad heeft ter zitting bevestigd dat deze bestemming thans door het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas nog niet is uitgewerkt. In artikel 16, lid 16.5.2, onder c, van de planregels bij het bestemmingsplan "Zuidplas West" is bepaald dat op het moment dat de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2" wordt uitgewerkt, voor de vaststelling van het uitwerkingsplan dient vast te staan dat er een aanvaardbare milieuhygiënische woonsituatie zal zijn gewaarborgd. Daarbij is bepaald dat dit onder andere betekent dat de milieuhygiënische belemmeringen ten gevolge van binnen en buiten het plangebied aanwezige milieubelastende functies, op grond waarvan milieubelemmeringen zijn bepaald, genoegzaam dienen te zijn weggenomen en/of de voorwaarden in acht zijn genomen zoals neergelegd in de toepasselijke wet- en regelgeving betreffende relevante leefmilieuaspecten. De Afdeling ziet in hetgeen [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met de uitwerkingsvoorwaarde is gewaarborgd dat indien de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2" alsnog zal worden uitgewerkt, de uitgewerkte bestemming niet kan leiden tot een belemmering voor de bestaande bedrijfsvoering van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen.

7.3. Voor zover [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen voorts vrezen dat een uitwerking van de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2" hen zal belemmeren in eventueel toekomstige uitbreidingen van hun bedrijfsactiviteiten, is de Afdeling van oordeel dat de raad daaraan bij de vaststelling van het bestemmingsplan in redelijkheid geen doorslaggevend gewicht hoefde toe te kennen. De raad heeft daarbij in redelijkheid van belang kunnen achten dat het gelet op het vorenstaande in de lijn der verwachting ligt dat de bestemming "Woongebied - Uit te werken 2", toegekend aan de gronden grenzend aan de glastuinbouwbedrijven van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen, niet zal worden uitgewerkt.

7.4. De Afdeling ziet gelet op het vorenstaande geen aanleiding voor het oordeel dat de raad in de omstandigheid dat de glastuinbouwbedrijven van [appellant sub 1] en Reho Nieuwerkerk B.V. en anderen zijn ingeklemd tussen gronden die thans nog zijn bestemd als "Woongebied - Uit te werken 2" aanleiding had moeten zien niet tot vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan over te gaan. Het betoog faalt.

Conclusie en proceskosten

8. De beroepen zijn ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, voorzitter, en mr. R.J.J.M. Pans en mr. B.P.M. van Ravels, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.C. van Zuijlen, griffier.

w.g. Kramer w.g. Van Zuijlen

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2016

810.