Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2016:1

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-01-2016
Datum publicatie
06-01-2016
Zaaknummer
201406913/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 juni 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Bovenstraat 96-98 te Hoeven" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/66
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201406913/2/R3.

Datum uitspraak: 6 januari 2016

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Recreatiepark Bosbad Hoeven B.V., gevestigd te Hoeven, gemeente Halderberge,

appellant,

en

de raad van de gemeente Halderberge,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Bovenstraat 96-98 te Hoeven" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Bosbad Hoeven beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 maart 2015, waar Bosbad Hoeven, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.W. Both, advocaat te Dronten, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. Timmermans en S.M. Thieme-van der Ree, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [belanghebbende A] en [belanghebbende B], beide vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Bij tussenuitspraak van 5 augustus 2015 in zaak nr. 201406913/1/R3 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 26 juni 2014 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 16 november 2015 heeft de raad te kennen gegeven dat de gebreken door nader onderzoek zijn hersteld en dat op 5 november 2015 is besloten het besluit van 26 juni 2014 ongewijzigd in stand te laten.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Bosbad Hoeven een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in overweging 16.1 geoordeeld dat het besluit van 26 juni 2014 niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De Afdeling heeft overwogen dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de indirecte geluidhinder ter plaatse van het recreatiepark veroorzaakt door verkeer dat het pension aandoet of verlaat. Geconcludeerd is dat de raad zich zonder het verrichten van een onderzoek naar de geluidbelasting als gevolg van de toename van het verkeer en een onderbouwing van de aanvaardbaarheid daarvan niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bestemming strekt tot een goede ruimtelijke ordening.

2. De Afdeling heeft de raad in de tussenuitspraak op de voet van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) opgedragen de gebreken in het bestreden besluit te herstellen door alsnog onderzoek te doen naar de mogelijke geluidhinder ter plaatse van het recreatiepark vanwege wegverkeer van en naar het pension. De raad dient voorts te onderbouwen of de geluidhinder ten gevolge van de toename van het verkeer tezamen met de geluidhinder van het reeds aanwezige verkeer op de Bovenstraat ter plaatse van het recreatiepark uit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is. De raad dient ten slotte te bezien of het besluit in het licht van de uitkomsten van deze onderzoeken in stand kan blijven of dat het besluit moet worden gewijzigd door vaststelling van een andere planregeling.

3. De raad heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak een aanvullend geluidonderzoek door de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant laten verrichten. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in de op 4 september 2015 opgestelde notitie "Bepaling toename geluidbelasting op recreatiepark Bosbad Hoeven als gevolg van de migrantenhuisvesting aan de Bovenstraat te Hoeven" (hierna: geluidsnotitie). In de geluidsnotitie is de bestaande geluidbelasting vanwege de Bovenstraat op de dichtst bij de Bovenstraat gelegen stacaravans bepaald, welke stacaravans op een afstand van ongeveer 15 m van de as van de weg staan. Daarbij is uitgegaan van de telgegevens van het wegverkeer op de Bovenstraat van oktober 2013, gecorrigeerd naar een weekdaggemiddelde en rekening houdend met een autonome groei van 1,5% per jaar tot 2023. Uit de rekenresultaten volgt dat de geluidbelasting vanwege de Bovenstraat zonder de planontwikkeling op de dichtst bij de weg staande stacaravans in 2023 ongeveer 58,1 dB Lden zal bedragen. Vervolgens is de geluidbelasting vanwege de Bovenstraat inclusief de toename van het wegverkeer als gevolg van het pension bepaald. Daarbij is aangesloten bij de berekende toename van 440 verkeersbewegingen per etmaal, hetgeen in de plantoelichting in het kader van de luchtkwaliteit is opgenomen. Uit de rekenresultaten volgt dat de geluidbelasting van het wegverkeer op de Bovenstraat inclusief de toename vanwege het pension op de dichtst bij de weg staande stacaravans in 2023 ongeveer 58,9 dB Lden zal bedragen. Vastgesteld is dat de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Bovenstraat als gevolg van het pension ter plaatse van de stacaravans van het recreatiepark Bosbad Hoeven met 0,8 dB Lden zal toenemen. De toename van 0,8 dB Lden is in de geluidsnotitie beoordeeld aan de hand van de hinderindicatietabel zoals opgenomen in het Handboek Hinderwet, waarin een dergelijke toename als "geen hinder" is gekwalificeerd. Gelet op deze conclusie in de geluidsnotitie heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat de beperkte toename van de geluidbelasting vanwege de toename van het wegverkeer op de Bovenstraat als gevolg van het pension voor het recreatiepark aanvaardbaar is en dat het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

4. Bosbad Hoeven betoogt dat de uitgangspunten in de geluidsnotitie onjuist zijn. In de geluidsnotitie wordt voor de bestaande verkeersgeneratie van de kampeerboerderij uitgegaan van het kencijfer voor een camping, omdat een kencijfer voor een kampeerboerderij in de publicatie van CROW ontbreekt. Volgens Bosbad Hoeven is een kampeerboerderij evenwel wat betreft verkeersgeneratie niet vergelijkbaar, omdat hier, anders dan op een camping, alleen groepen verblijven die van gezamenlijk vervoer gebruik maken. Gelet hierop is de bestaande verkeersgeneratie volgens Bosbad Hoeven lager, zodat het plan een grotere toename van wegverkeer tot gevolg heeft dan waarvan in de geluidsnotitie is uitgegaan en de geluidbelasting ter plaatse van het recreatiepark vanwege wegverkeer van en naar het pension derhalve meer zal toenemen.

5. De Afdeling ziet in hetgeen Bosbad Hoeven heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de toename van geluidbelasting ter plaatse van het recreatiepark vanwege wegverkeer op de Bovenstraat als gevolg van het pension tezamen met de geluidhinder van het reeds aanwezige verkeer niet aanvaardbaar heeft kunnen achten. In het kader van de luchtkwaliteit is in de plantoelichting weergegeven op welke wijze de toename van het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het plan ten opzichte van de bestaande planologische situatie is berekend. Hiervoor is gebruik gemaakt van publicatie nr. 317, "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" van het CROW. Voor de bestaande situatie is aangesloten bij het kencijfer voor een camping, waarvoor een kencijfer geldt van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats per etmaal. Dit leidt bij een aantal van 220 recreanten tot een totaal van 88 verkeersbewegingen per etmaal in de bestaande situatie. Voor de te realiseren huisvesting van arbeidsmigranten in een pension is aangesloten bij het kencijfer voor kamerverhuur van onzelfstandige woonruimten (niet-studenten), waarvoor een kencijfer geldt van 1,8 tot 2,4 verkeersbewegingen per etmaal en derhalve in het worst case scenario tot een totaal van 528 verkeersbewegingen per etmaal leidt. Vastgesteld is dat het plan in het worst case scenario leidt tot een toename van 440 verkeersbewegingen per etmaal ten opzichte van de huidige situatie.

Nu in de publicatie van CROW geen kencijfer is opgenomen voor het in het voorheen geldende plan "Buitengebied Halderberge 2011" bestemde recreatiebedrijf, zijnde een kampeerboerderij, is de Afdeling van oordeel dat de raad in redelijkheid heeft kunnen aansluiten bij het kencijfer voor een camping/kampeerterrein. Daarbij betrekt de Afdeling dat het gebruik van de kampeerboerderij in dat plan niet was beperkt tot groepsverblijf, zodat ook recreatief verblijf van individuen was toegestaan en niet is gebleken dat sprake was van een dermate andersoortige bezetting met minder verkeersbewegingen dan bij een camping/kampeerterrein. Gelet hierop ziet de Afdeling in hetgeen Bosbad Hoeven heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat dit kencijfer geen representatief beeld van de verkeersgeneratie van de kampeerboerderij weergeeft en dat de raad hiervan niet heeft mogen uitgaan om de toename van het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het plan vast te stellen.

In het aangevoerde ziet de Afdeling derhalve geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet aan de opdracht heeft voldaan. Het betoog faalt.

6. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Horeca", is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb. Het beroep van Bosbad Hoeven is gegrond.

Gelet op hetgeen onder 5 is overwogen ziet de Afdeling evenwel aanleiding voor het oordeel dat de raad met het verrichte aanvullend geluidonderzoek en zijn nadere motivering de gebreken in het besluit van 26 juni 2014 heeft hersteld. De Afdeling ziet daarom aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb te bepalen dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven.

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Halderberge van 26 juni 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bovenstraat 96-98 te Hoeven", voor zover het betreft de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Horeca";

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Halderberge tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Recreatiepark Bosbad Hoeven B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.225,00 (zegge: twaalfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Halderberge aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Recreatiepark Bosbad Hoeven B.V. het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 328,00 (zegge: driehonderdachtentwintig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.

w.g. Kramer

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2016

429-758.