Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:949

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-03-2015
Datum publicatie
25-03-2015
Zaaknummer
201406874/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 juni 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Borculo, verlegging Needseweg 2014" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201406874/1/R2.

Datum uitspraak: 25 maart 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend te Borculo, gemeente Berkelland,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Berkelland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 juni 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Borculo, verlegging Needseweg 2014" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] en anderen en de raad hebben een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 december 2014, waar [appellant] en anderen, in de persoon van [appellant] en [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door G.J. Hans, J. Seinen, J. Bennink, allen werkzaam bij de gemeente, en M. Daalwijk, werkzaam bij de Omgevingsdienst Achterhoek, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FrieslandCampina Domo B.V., vertegenwoordigd door drs. J. de Slegter en J. Heutinck, gehoord.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. De Needseweg te Borculo loopt in de bestaande situatie direct langs de noordzijde van de woonwijk Hambroek, op ongeveer 15 meter van de woningen van [appellant] en anderen. Het plan voorziet in de realisatie van een nieuwe weg ongeveer 100 meter ten noorden van de bestaande Needseweg. Daarnaast voorziet het plan erin dat het bestaande gedeelte van de Needseweg ten oosten van de Eikenlaan wordt verwijderd, en dat het gedeelte ten westen van de Eikenlaan, langs de woningen van [appellant] en anderen, wordt gehandhaafd. Ook maakt het plan een ontsluiting van de parkeerplaats op het te handhaven gedeelte van de Needseweg mogelijk, almede de aanleg van drempels en versmallingen op dit weggedeelte.

3. [appellant] en anderen hebben bezwaar tegen de met het plan mogelijk gemaakte wijziging van de verkeerssituatie nu daarin het gedeelte van de Needseweg achter hun woningen wordt gehandhaafd. Zij betwijfelen of het plan gelet hierop, zoals de raad stelt, leidt tot vermindering van de geluidhinder en vrezen voor een toename van geluidhinder ten opzichte van de bestaande situatie ter plaatse van hun woningen. [appellant] en anderen betogen dat is uitgegaan van te lage verkeersintensiteiten op de in het plan voorziene nieuwe weg en het te handhaven gedeelte van de Needseweg. Volgens hen dient rekening te worden gehouden met het huidige verkeer, het verkeer dat zal gaan rijden van en naar de fabriek die is voorzien in het bestemmingsplan "Borculo, FrieslandCampina Domo 2013", vastgesteld door de raad bij besluit van 25 juni 2013, en het verkeer dat zal gaan omrijden vanwege de beoogde afsluiting van de Stationsstraat. [appellant] en anderen vrezen met name dat zogenoemd sluipverkeer zal gaan rijden over het te handhaven gedeelte van de Needseweg. Volgens [appellant] en anderen had nader onderzoek moeten worden verricht.

3.1. De raad stelt zich op het standpunt dat ter plaatse van de woningen in de wijk Hambroek in de huidige en de autonome situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met het plan is evenwel beoogd om de ervaren nadelige effecten voor omwonenden in de wijk Hambroek vanwege de voorziene fabriek aan de [locatie 1] te verminderen. Onder verwijzing naar de uitkomsten van het rapport "Bestemmingsplan verlegging Needseweg in Borculo, akoestisch onderzoek", dat op 21 februari 2014 in opdracht van de gemeente Berkelland is uitgebracht door Arcadis, (hierna: rapport) stelt de raad dat het plan leidt tot een vermindering van het verkeerslawaai ter plaatse van de woningen van [appellant] en anderen ten opzichte van de huidige en autonome situatie. Volgens de raad bestaat geen aanleiding de berekende verkeersintensiteiten onjuist te achten. De raad deelt niet de vrees dat het te handhaven gedeelte van de Needseweg zal worden gebruikt door sluipverkeer.

3.2. In de onderhavige procedure staat uitsluitend het onderhavige plan ter beoordeling. Voor zover de beroepsgronden van [appellant] en anderen betrekking hebben op de fabriek aan de [locatie 1] die buiten het plangebied van het in deze procedure ter beoordeling staande plan is voorzien in het bestemmingsplan "Borculo, FrieslandCampina Domo 2013", blijven zij daarom buiten beschouwing.

3.3. De Afdeling stelt vast dat het plan volgens de raad strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening omdat daarmee een afname van de geluidhinder op alle rond het plangebied gelegen woningen wordt bewerkstelligd. Dit uitgangspunt acht de Afdeling niet onredelijk.

Ten aanzien van het betoog dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het plan leidt tot een afname van de geluidbelasting, dan wel dat deze afname minder groot is dan door de raad gesteld, stelt de Afdeling eerst het volgende vast. Volgens het rapport bedraagt de geluidbelasting op de gevels van de woningen van [appellant] en anderen aan de [locatie 2] en [locatie 3] vanwege de Needseweg in de huidige situatie 48,3 dB onderscheidenlijk 52,1 dB. Niet is gebleken dat deze geluidbelasting onaanvaardbaar is. Voorts staat vast dat de voorziene nieuwe weg zal worden ingericht als weg waar 50 km/uur mag worden gereden en het te handhaven gedeelte van de Needseweg, waar in de huidige situatie 50 km/uur mag worden gereden, als weg waar 30 km/uur mag worden gereden. In het rapport zijn deze snelheden als uitgangspunt genomen. Voor zover [appellant] en anderen stellen dat in de met het plan voorziene situatie het parkeerterrein tussen de Needseweg en de voorziene nieuwe weg wordt ontsloten op het te handhaven gedeelte van de Needseweg ten westen van de Beukenlaan, volgt uit het rapport dat deze wijze van ontsluiting eveneens als uitgangspunt is gehanteerd.

Voor de beoordeling van de gevolgen van het plan betreffende de geluidbelasting zijn in het rapport voorts de te verwachten verkeersintensiteiten bezien. Volgens tabel 7 bedraagt de verkeersintensiteit op de Needseweg in de autonome situatie 4.698 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal). In de met het plan voorziene situatie zal volgens tabel 8 de verkeersintensiteit op de voorziene nieuwe weg tussen de 4.889 en 5.666 mvt/etmaal bedragen. Op het te handhaven gedeelte van de Needseweg tussen de Beukenlaan en de Eikenlaan bedraagt de verkeersintensiteit 127 mvt/etmaal en op het te handhaven gedeelte ten westen van de Beukenlaan 1.039 mvt/etmaal, zo volgt uit tabel 8. Het aangevoerde geeft geen aanleiding voor het oordeel dat deze verkeersintensiteiten onjuist zijn. In paragraaf 3.2 van het rapport is vermeld dat bij de berekening van deze verkeersintensiteiten rekening is gehouden met de realisatie van de nieuwe fabriek aan de [locatie 1]. Voorts is in het rapport uitgegaan van een hogere verkeersintensiteit over de in het plan voorziene weg dan de door [appellant] en anderen, inclusief de door hen genoemde toekomstige ontwikkelingen, gestelde 15.000 motorvoertuigen per week, zodat reeds daarom het aangevoerde geen aanleiding geeft voor het oordeel dat deze in rapport is onderschat. Verder is geen aanleiding om aan te nemen dat de in het rapport berekende verkeersintensiteit op het te handhaven gedeelte van de Needseweg zou zijn onderschat vanwege zogenoemd sluipverkeer. Daartoe is van belang dat het te handhaven gedeelte van de Needseweg wordt ingericht als weg waar 30 km/uur mag worden gereden en dat de door [appellant] en anderen bedoelde sluipweg geen doorgaande route is. In dat verband neemt de Afdeling in aanmerking dat ter zitting door de raad is toegelicht dat de capaciteit van de in het plan voorziene nieuwe weg voldoende is om de berekende verkeersintensiteiten te kunnen verwerken. [appellant] en anderen hebben dit niet met objectieve gegevens betwist, zodat de Afdeling geen aanleiding ziet hieraan te twijfelen.

Op basis van de hiervoor vermelde verkeersgegevens is berekend wat de geluidbelasting op de gevels van de woningen in de omgeving van het plangebied is. In tabel 11 van het rapport staat dat de geluidbelasting op de gevels van de maatgevende woningen van [appellant] en anderen aan de [locatie 2] onderscheidenlijk 8 vanwege het te handhaven gedeelte van de Needseweg in de met het plan voorziene situatie maximaal 39,4 dB onderscheidenlijk 38,8 dB bedraagt. Volgens bijlage 2 bij het rapport bedraagt de geluidbelasting op de gevels van de woningen van [appellant] en anderen vanwege de in het plan voorziene nieuwe weg tussen de 40,12 dB en 41,92 dB. [appellant] en anderen hebben niet met een deskundigenadvies of andere objectief verifieerbare gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat deze berekende geluidbelastingen op hun woningen onjuist zijn. Ter zitting is door de raad gesteld dat gelet op de voormelde geluidniveaus de geluidbelasting op de gevels van de woningen van [appellant] en anderen vanwege het verkeer over de in het plan voorziene nieuwe weg samen met het te handhaven gedeelte van Needseweg, minder is dan de geluidbelasting vanwege het verkeer over de Needseweg in de huidige en de autonome situatie. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd, ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat ten gevolge van het plan geen sprake is van onaanvaardbare geluidhinder, nu de in het plan voorziene verkeerssituatie een verbetering inhoudt ten opzichte van de huidige en autonome situatie.

Het betoog faalt.

4. [appellant] en anderen betogen dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet is gekozen voor het alternatief zoals weergegeven in het schetsontwerp dat is opgesteld in het kader van de voorbereiding van het plan. In dit alternatief wordt het gedeelte van de Needseweg tussen de Eikenlaan en de Beukenlaan verwijderd en wordt een groene zone met geluidwal gerealiseerd tussen de woonwijk Hambroek en de voorziene fabriek. Ook zou volgens hen het parkeerterrein kunnen worden ontsloten op de in het plan voorziene nieuwe weg in plaats van op het te handhaven gedeelte van de Needseweg. Volgens [appellant] en anderen heeft het alternatief verscheidene voordelen ten opzichte van het plan, waaronder een positiever effect op hun woon- en leefklimaat. Deze voordelen wegen volgens [appellant] en anderen zwaarder dan een beperkte toename van de verkeersintensiteit op de Beukenlaan die het alternatief met zich brengt. Volgens hen had de raad nader onderzoek dienen te verrichten naar de gevolgen van het alternatief alvorens daarvan af te zien.

4.1. De raad dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsvrijheid. De voor- en nadelen van alternatieven dienen in die afweging te worden meegenomen. Naar aanleiding van het door [appellant] en anderen in hun zienswijze aangedragen alternatief, zoals dat ook reeds was neergelegd in het schetsontwerp, heeft de raad de keuze van de in het plan voorziene verkeerssituatie gemotiveerd. Daartoe is door de raad gesteld dat hoewel het aangedragen alternatief voordelen heeft, met name een gunstiger effect op hun woon- en leefklimaat van [appellant] en anderen, dit alternatief tevens tot gewijzigde verkeersstromen zal leiden en daardoor een toename van de geluidsbelasting op de gevels van andere woningen tot gevolg heeft. De raad heeft meer waarde gehecht aan de omstandigheid dat met de voorziene verkeerssituatie voor geen enkele rond het plangebied liggende woning de geluidhinder toeneemt, dan aan een verdere afname van de geluidhinder enkel ter plaatse van de woningen van [appellant] en anderen. Voorts heeft de raad onweersproken gesteld dat het ontsluiten van het parkeerterrein op de in het plan voorziene nieuwe weg, zoals het aangedragen alternatief voorstaat, vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onwenselijk is.

In hetgeen [appellant] en anderen hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad gelet op het vorenstaande niet in redelijkheid bij afweging van alle betrokken belangen de in het plan voorziene verkeerssituatie heeft kunnen verkiezen boven het door [appellant] en anderen genoemde alternatief. De raad heeft gelet hierop in redelijkheid kunnen afzien van het verrichten van nader onderzoek naar dit alternatief.

Het betoog faalt.

5. Voor zover [appellant] en anderen stellen dat vanuit de gemeente is toegezegd dat de nieuwe weg en het fietspad worden geïntegreerd, wordt overwogen dat [appellant] en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat door of namens de raad verwachtingen zijn gewekt dat het plan uitsluitend zou voorzien in een dergelijke weginrichting. De raad heeft het plan op dit punt derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld. Voor het overige hebben [appellant] en anderen niet onderbouwd waarom de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan wat betreft de nieuwe weg en het fietspad strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het betoog faalt.

6. Voor zover [appellant] en anderen betogen dat ondanks toezeggingen niet in het plan is gewaarborgd dat een bestaande geluid- en groenwal parallel aan het te handhaven gedeelte van de Needseweg wordt doorgetrokken tot de Oude Needseweg en gehandhaafd zal blijven, overweegt de Afdeling dat [appellant] en anderen niet aannemelijk hebben gemaakt dat door of namens de raad, al dan niet in de procedure die heeft geleid tot de vaststelling van het bestemmingsplan "Borculo, FrieslandCampina Domo 2013", verwachtingen zijn gewekt dat het onderhavige plan zou voorzien in een dergelijke waarborg. De raad heeft het plan ook op dit punt derhalve niet in strijd met het vertrouwensbeginsel vastgesteld.

Het betoog faalt.

7. Over het betoog van [appellant] en anderen dat ten onrechte in het plan niet is gewaarborgd dat ter plaatse van het te handhaven gedeelte van de Needseweg eenrichtingsverkeer wordt ingesteld, overweegt de Afdeling dat dit niet in een bestemmingsplan kan worden geregeld. Hiervoor dient een verkeersbesluit op grond van de Wegenverkeerswet te worden genomen met inachtneming van het in die wet opgenomen toetsingskader. Het betoog faalt reeds hierom.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Vogel-Carprieaux, griffier.

w.g. Van der Wiel w.g. Vogel-Carprieaux

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2015

458-743.