Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:548

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-02-2015
Datum publicatie
25-02-2015
Zaaknummer
201404955/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 april 2014 heeft het college het wijzigingsplan "Parkeerterrein Rozenhof" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Wet ruimtelijke ordening
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2015/813
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201404955/1/R3.

Datum uitspraak: 25 februari 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Oud Gastel, gemeente Halderberge, naar hij stelt mede handelend namens de bewoners van de wijk Blankershove II,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Halderberge,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 april 2014 heeft het college het wijzigingsplan "Parkeerterrein Rozenhof" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant], naar hij stelt mede handelend namens de bewoners van de wijk Blankershove II, beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 januari 2015, waar [appellant], bijgestaan door [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2], en het college, vertegenwoordigd door mr. R. Timmermans, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het wijzigingsplan is gebaseerd op het bestemmingsplan "Kern Oud Gastel". Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex. In het bestemmingsplan is aan het perceel waarop het wijzigingsplan betrekking heeft, de bestemming "Groenvoorzieningen" toegekend. Het college heeft gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 20, lid 20.2.4. van de planregels van het bestemmingsplan. Het wijzigingsplan voorziet in een wijziging van de bestemming "Groenvoorzieningen" in de bestemming "Verblijfsdoeleinden". Hiermee wordt de aanleg van een parkeerterrein mogelijk gemaakt ten behoeve van het appartementencomplex grenzend aan het perceel.

2. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht bedraagt de termijn voor het indienen van een beroepschrift zes weken.

Ingevolge artikel 6:8, vierde lid, vangt de beroepstermijn voor een geval als hier aan de orde aan met ingang van de dag na die waarop het besluit ingevolge artikel 3:44, eerste lid, aanhef en onder a, ter inzage is gelegd.

Ingevolge artikel 6:11 blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

2.1. Het vastgestelde plan is op 30 april 2014 bekendgemaakt en op 1 mei 2014 voor zes weken ter inzage gelegd, zodat de beroepstermijn is aangevangen op 2 mei 2014. De laatste dag van de beroepstermijn was 12 juni 2014. Het beroepschrift van [appellant] is op 12 juni 2014 bij de Afdeling binnengekomen. In het aanvullend beroepschrift van [appellant] van 16 juli 2014 staat dat dit mede namens de bewoners van de wijk Blankershove II wordt ingediend. Dit aanvullend beroep is echter niet binnen de beroepstermijn ingesteld en buiten de beroepstermijn kan het beroep niet op deze wijze worden uitgebreid. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs moet worden geoordeeld dat [appellant], voor zover hij stelt namens de bewoners van de wijk Blankershove II beroep te hebben ingesteld, niet in verzuim is geweest.

2.2. Gelet op het voorgaande is het beroep, voor zover dat beweerdelijk is ingesteld namens de bewoners van de wijk Blankershove II, niet-ontvankelijk.

3. De bezwaren die [appellant] in het beroepschrift naar voren brengt zijn grotendeels gericht tegen de bouw van het appartementencomplex. [appellant] voert kort gezegd aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de bezwaren van de omwonenden hiertegen.

3.1. Het wijzigingsplan voorziet niet in de bouw van het appartementencomplex, maar uitsluitend in de aanleg van een parkeerterrein ten behoeve van dat complex. De bezwaren van [appellant] in het beroepschrift tegen het appartementencomplex kunnen dan ook reeds hierom niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit.

Met het bestaan van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan mag de aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming binnen het gebied waarop de wijzigingsbevoegdheid betrekking heeft in beginsel als een gegeven worden beschouwd, indien is voldaan aan de bij het bestemmingsplan gestelde wijzigingsvoorwaarden. Dit neemt echter niet weg dat het bij het vaststellen van een wijzigingsplan gaat om een bevoegdheid en niet om een plicht. Het feit dat aan de in een bestemmingsplan opgenomen wijzigingsvoorwaarden is voldaan, hetgeen [appellant] in dit geval niet heeft betwist, laat de plicht van het college onverlet om in de besluitvorming omtrent de vaststelling van een wijzigingsplan na te gaan of uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen, wijziging van de oorspronkelijke bestemming is gerechtvaardigd.

De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening, gelet op de betrokken belangen bij de realisatie van het parkeerterrein, de wijziging van de oorspronkelijke bestemming niet gerechtvaardigd is. Het college heeft derhalve van de wijzigingsbevoegdheid gebruik mogen maken.

De betogen falen.

4. Gelet op het voorgaande is het beroep, voor zover ontvankelijk, ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant], voor zover dat beweerdelijk is ingesteld namens de bewoners van de wijk Blankershove II, niet-ontvankelijk;

II. verklaart het beroep voor het overige ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.J.R.R. Brock, griffier.

w.g. Van Diepenbeek w.g. Brock

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2015

177-603.