Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:478

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-02-2015
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
201405602/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNHO:2014:4986, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft het college het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn geboortedatum en de namen van zijn ouders in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de basisadministratie) afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201405602/1/A3.

Datum uitspraak: 18 februari 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Zaandam, gemeente Zaanstad,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 28 mei 2014 in zaak nr. 14/255 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft het college het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn geboortedatum en de namen van zijn ouders in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de basisadministratie) afgewezen.

Bij besluit van 10 december 2013 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 28 mei 2014 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2015, waar [appellant], bijgestaan door mr. H. Dogan, advocaat te Amsterdam, en B.P. den Butter, tolk, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. A. Blom, S. Bozkurt en M.E.A. Groen, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: Wet gba) is op 6 januari 2014 vervangen door de Wet basisregistratie personen, doch is op dit geding nog van toepassing.

Ingevolge artikel 34, eerste lid, aanhef en onder a, sub 1˚, worden in de basisadministratie van de gemeente van inschrijving over de ingezetene gegevens over de burgerlijke staat opgenomen. In bijlage I staat vermeld dat onder gegevens over de burgerlijke staat onder meer de geboortedatum en de geslachtsnaam en voornaam van ouders vallen.

Ingevolge artikel 36, tweede lid, worden de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een akte van bekendheid of beëdigde verklaring, als bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

Ingevolge artikel 37, tweede lid, worden aan een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onder c, d of e, alsmede artikel 36, derde lid, geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.

Ingevolge artikel 82, eerste lid, voldoet het college binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisadministratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

2. [appellant] staat sinds 21 januari 1980 in het bevolkingsregister en sinds 1 oktober 1994 in de basisadministratie geregistreerd met 1 januari 1962 als geboortedatum en met [naam A] en [naam B] als zijn ouders.

[appellant] heeft verzocht de geboortedatum te wijzigen in 15 april 1960 en de namen van zijn ouders te wijzigen in [naam C] en [naam D]. Ter staving van zijn verzoek heeft hij verscheidene documenten overgelegd, zoals een vonnis van de rechtbank te Arakli, Turkije, van 28 juli 2011, met een Nederlandse vertaling, een Turks geboorte-uittreksel, afgegeven op 25 december 2012, en een uittreksel uit het bevolkingsregister van de gemeente Arakli, afgegeven op 22 november 2012, met een Nederlandse vertaling.

Bij het bezwaarschrift tegen het besluit van 4 juli 2013 tot afwijzing van zijn verzoek heeft [appellant] voorts getuigenverklaringen, kopieën van identiteitspasjes van [persoon E] en [persoon F] en een geboortebewijs, afgegeven op 29 augustus 2013, overgelegd.

Aan het besluit van 10 december 2013 tot handhaving van de afwijzing heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] van de in de basisadministratie geregistreerde gegevens gebruik heeft gemaakt bij verkrijging van een verblijfsvergunning, een Nederlands rijbewijs en de Nederlandse nationaliteit. Bij zijn aanvraag voor de Nederlandse nationaliteit heeft hij voorts verklaard dat alle in de basisadministratie opgenomen gegevens correct zijn. Sinds de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit heeft hij verscheidene malen een Nederlands reisdocument in bezit gehad en heeft hij een geboorteakte van zijn [dochter] ondertekend met gebruikmaking van de in de basisadministratie opgenomen gegevens. Nooit eerder heeft hij gemeld dat zijn geboortedatum en de gegevens van zijn ouders niet correct waren geregistreerd. Die gegevens zijn in de basisadministratie opgenomen op grond van een geschrift als bedoeld in artikel 36, tweede lid, aanhef en onder c, van de Wet gba. Het door [appellant] overgelegde vonnis van de rechtbank te Arakli is niet op naar objectieve maatstaven gemeten betrouwbare gegevens gebaseerd. Ook met de overige overgelegde documenten is niet onomstotelijk komen vast te staan dat [appellant] op 15 april 1960 is geboren en dat zijn [naam C] en zijn [naam D] is, aldus het college.

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het vonnis van de rechtbank te Arakli niet op naar objectieve maatstaven gemeten betrouwbare gegevens is gebaseerd. Hiertoe voert hij aan dat de rechtbank te Arakli onderzoek heeft verricht in de registers van de gemeentelijke kiesraad, de sociale verzekeringen, de directeur van basisschool Cumhuriyet en de politie van de provincie Trabzon en getuigen, te weten broers, zussen en kinderen, heeft gehoord. De rechtbank te Arakli heeft geconstateerd dat [appellant] dubbel staat geregistreerd en heeft de officier van justitie ter plaatse verzocht de registratie te corrigeren in die zin dat zijn geboortedatum 15 april 1960 is en de namen van zijn ouders [naam C] en [naam D] zijn. Deze gegevens staan dan ook onomstotelijk vast, aldus [appellant].

3.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer uitspraak van 5 november 2014 in zaak nr. 201401990/1/A3), dient voorop te worden gesteld dat de gegevens in de basisadministratie betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Voor de gegevens omtrent de burgerlijke staat die niet aan de Nederlandse burgerlijke stand kunnen worden ontleend, is een rangorde aangegeven in de geschriften waaraan deze gegevens mogen worden ontleend. Aan een "lager" document mogen gegevens worden ontleend wanneer op het moment van inschrijving in redelijkheid geen "hoger" document kan worden overgelegd. Dit doet evenwel niet af aan de plicht van de burger om eventueel ook na de inschrijving alsnog zo sterk mogelijke documenten te leveren (Kamerstukken II 1988/89, 21 123, nr. 3, blz. 13 en 44). Het bewijs dat eenmaal in de basisadministratie opgenomen gegevens feitelijk onjuist zijn, kan alleen maar worden geleverd door overlegging van de juiste brondocumenten. Voor het wijzigen van eenmaal in de basisadministratie geregistreerde gegevens zal gelet op het systeem van de Wet gba onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn.

Voorts heeft de Afdeling overwogen dat uit de memorie van toelichting bij de Wet gba blijkt dat artikel 37, tweede lid, van deze wet er onder meer toe strekt te voorkomen dat gegevens betreffende de burgerlijke staat in de basisadministratie worden opgenomen, indien bij het tot stand komen van het brondocument naar regels van Nederlands internationaal privaatrecht elementaire processuele regels niet in acht zijn genomen. Daarbij is als een van de eisen waaraan een buitenlandse rechterlijke uitspraak in dit verband moet voldoen vermeld dat deze er blijk van moet geven op - naar objectieve maatstaven gemeten - betrouwbare gegevens te zijn gebaseerd (Kamerstukken II 1988/89, 21 123, nr. 3, blz. 45).

3.2. Uit het vonnis van de rechtbank te Arakli volgt dat dat ziet op een verzoek van [naam D] om verwijdering van een dubbele registratie van haar bij de burgerlijke stand. De rechtbank heeft onder meer broers en zussen van [naam D] als getuigen gehoord. Ook heeft de rechtbank de onder 3 vermelde instanties gevraagd of deze [appellant], [naam D] en hun kinderen in de registers hadden opgenomen. Voorts is dossieronderzoek verricht en is aangifte gedaan bij de officier van justitie te Arakli van dubbele registratie. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht onder meer [appellant], zoon van [naam A] en [naam B], geboren in 1962, uit de registers van de burgerlijke stand te verwijderen. Nu uit onderzoek is gebleken dat [appellant], zoon van [naam A] en [naam B], geboren in 1962, en [appellant], zoon van [naam C] en [naam D], geboren in 1960, dezelfde personen zijn en [appellant]s echte ouders [naam C] en [naam D] zijn en zijn echte geboortejaar 1960 is, zal dit in de registers aldus worden gecorrigeerd, zo volgt uit het vonnis.

3.3. Met de rechtbank wordt overwogen dat in het vonnis weliswaar is vermeld waarop het is gebaseerd, maar dat dit van geen enkele toelichting is voorzien. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, geeft het geen inzicht in de identiteit van de getuigen en de grondslag van hun wetenschap over de geboortedatum en de namen van de ouders van [appellant], noch in de strekking van de door de getuigen afgelegde verklaringen. Voorts volgt uit het vonnis niet wat het dossieronderzoek heeft ingehouden en wat daarvan de uitkomst is. Daarbij komt dat de vraag die de rechtbank te Arakli aan de verschillende instanties heeft gesteld, ziet op [naam D] en niet op [appellant] zelf en dat de antwoorden op die vraag niet inzichtelijk zijn gemaakt. Gelet hierop volgt de Afdeling de rechtbank in haar oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het vonnis er naar objectieve maatstaven gemeten geen blijk van geeft op betrouwbare gegevens te zijn gebaseerd, zodat het ingevolge artikel 37, tweede lid, van de Wet gba de geboortedatum en de namen van de ouders van [appellant] niet aan dit vonnis mocht ontlenen.

Niet in geschil is dat het Turkse geboorte-uittreksel, het uittreksel uit het bevolkingsregister en het geboortebewijs zijn gebaseerd op het vonnis, zodat ook deze documenten naar objectieve maatstaven gemeten niet geacht kunnen worden te zijn gebaseerd op betrouwbare gegevens. Voorts is [appellant] niet opgekomen tegen de overweging van de rechtbank dat aan de door hem overgelegde getuigenverklaringen niet de waarde kan worden gehecht die hij daaraan toegekend wil zien, nu niet kan worden vastgesteld of deze verklaringen afkomstig zijn van een objectieve bron en betrouwbaar zijn en dat de kopieën van de identiteitspasjes van [persoon E] en [persoon F] geen zekerheid geven over de geboortedatum en de ouders van [appellant].

3.4. Nu gezien het vorenstaande niet onomstotelijk is komen vast te staan dat de in de basisadministratie geregistreerde geboortedatum en namen van de ouders van [appellant] feitelijk onjuist zijn, heeft de rechtbank terecht geen grond gezien voor het oordeel dat het college het verzoek van [appellant] om wijziging van die gegevens op zijn persoonslijst in de basisadministratie ten onrechte heeft afgewezen.

Het betoog faalt.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, griffier.

w.g. Verheij w.g. Klein

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2015

176-741.