Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:435

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-02-2015
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
201402761/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Vliegveld Hilversum" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201402761/1/R1.

Datum uitspraak: 18 februari 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren,

appellant,

en

de raad van de gemeente Hilversum,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Vliegveld Hilversum" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft het college beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 december 2014, waar het college, vertegenwoordigd door mr. A.P. Cornelissen, advocaat te Middelharnis, en de raad, vertegenwoordigd door drs. S. Wiedemeijer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

Toetsingskader

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Het bestemmingsplan

2. Het bestemmingsplan voorziet in een actualisering van het juridisch-planologisch kader voor het Vliegveld Hilversum EHHV aan de Noodweg 49. De westzijde van het vliegveld grenst aan Loosdrecht, gemeente Wijdemeren.

Het beroep

3. Het beroep van het college is gericht tegen artikel 3, lid 3.3.1, van de planregels waarbij de aanleg van oppervlakteverhardingen voor start- en landingsbanen is uitgesloten. Het college betoogt dat het gemeentebestuur van Wijdemeren sinds lange tijd voornemens is om ten zuidwesten van het plangebied een nieuwe woonwijk Ter Sype te ontwikkelen. Een herinrichting van het vliegveld Hilversum is daarvoor echter vereist. Na uitvoerig overleg in dat verband tussen het college van burgemeester en wethouders van beide gemeenten, het provinciebestuur van Noord-Holland en de stichting Vliegveld Hilversum in het kader van een daartoe in het leven geroepen projectgroep (hierna: de projectgroep) is door de projectgroep voorgesteld de meest westelijk gelegen baan te laten vervallen, één onverharde baan te handhaven en de onverharde start- en landingsbaan 13/31 te vervangen door een verharde start- en landingsbaan (04/22) in het oostgedeelte van het plangebied. Nu artikel 3, lid 3.3.1, van de planregels aan deze voorgestelde herinrichting van het vliegveld in de weg staat, heeft de raad van Hilversum de belangen van de gemeente Wijdemeren onvoldoende betrokken bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

De omstandigheid dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met het ontwerpluchthavenbesluit Hilversum dat op 15 januari 2014 ter inzage is gelegd, biedt volgens het college geen rechtvaardiging, nu provinciale staten van Noord-Holland te kennen hebben gegeven te willen voorzien in de voorgestelde herinrichting van het vliegveld, indien beide gemeenten daar onderling overeenstemming over hebben bereikt. Verder stelt het college, onder verwijzing naar het akoestisch rapport "Herinrichting Luchthaven Hilversum", van september 2011, dat in opdracht van Lithos Bouw B.V. is uitgevoerd (hierna: het akoestisch rapport), dat de voorgestelde herindeling leidt tot een verlaging van de geluidbelasting ten opzichte van de bestaande situatie.

3.1. De raad betoogt dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met de regeling van de staatsecretaris van Infrastructuur en Milieu van 26 juni 2012, nr. IENM/BSK-2012/86287, houdende omzetting van bepalingen omtrent het luchthavenverkeer uit het aanwijzingsbesluit van de luchthaven Hilversum, in verband met de vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens (hierna: de Omzettingsregeling luchthaven Hilversum), alsmede met het ontwerpluchthavenbesluit Hilversum dat op 15 januari 2014 door provinciale staten van Noord-Holland ter inzage is gelegd. Verder geeft de raad aan te kunnen instemmen met de door de projectgroep voorgestelde herindeling van het vliegveld, maar nadrukkelijk behoudens de daarin opgenomen verhardingen. De raad wenst namelijk het groene karakter van het vliegveld te behouden.

3.2. Op 1 november 2009 zijn wijzigingen van de Luchtvaartwet en de Wet luchtvaart in werking getreden waarbij taken en bevoegdheden voor bepaalde luchtvaartactiviteiten zijn overgedragen van het Rijk aan de provincies. Als gevolg van deze wijziging dienen provinciale staten van Noord-Holland voor 1 november 2014 een luchthavenbesluit bij verordening als bedoeld in artikel 8.43, eerste lid, van de Wet luchtvaart vast te stellen voor de regionale luchthaven Hilversum.

3.2.1. Ingevolge artikel 8.1 van de Wet luchtvaart zijn luchthavens te onderscheiden in:

a. de luchthaven Schiphol,

b. overige burgerluchthavens, en

c. militaire luchthavens.

Ingevolge het tweede lid zijn overige burgerluchthavens van regionale betekenis of van nationale betekenis.

Ingevolge artikel 8.8, eerste lid, wordt bij de vaststelling van een bestemmingsplan voor een gebied dat is gelegen binnen het luchthavengebied of het beperkingengebied, het luchthavenindelingbesluit in acht genomen.

Ingevolge het derde lid is de raad verplicht binnen een jaar nadat het besluit in werking is getreden het bestemmingsplan overeenkomstig het besluit vast te stellen.

Ingevolge artikel 8.43, eerste lid, stellen provinciale staten bij verordening voor de luchthaven een luchthavenbesluit vast. […]

Ingevolge artikel 8.47, tweede lid, is, voor zover hier van belang, artikel 8.8 van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in artikel 8.43, eerste lid.

3.2.2. Ingevolge artikel 3 van de Omzettingsregeling luchthaven Hilversum zijn op de luchthaven gelegen:

a. een onverharde start- en landingsbaan in de geografische richting 066º-246º, met een lengte van 600 m en een breedte van ten minste 25 m […]

b. een onverharde start- en landingsbaan, gelegen in de geografische richting 183º-003º, met een lengte van 730 m en een breedte van ten minste 25 m […]

c. een onverharde start- en landingsbaan, gelegen in de geografische richting 126º-306º, met een lengte van 730 m en een breedte van ten minste 25 m […]

d. drie zweefvliegbanen in de geografische richting […]

Ingevolge artikel 9 is de Omzettingsregeling luchthaven Hilversum met ingang van 1 juli 2012 in werking getreden.

3.2.3. Aan het vliegveld is de bestemming "Verkeer - Luchtverkeer" toegekend.

Ingevolge artikel 3, lid 3.1, van de planregels zijn de voor "Verkeer - Luchtverkeer" aangewezen gronden bestemd voor:

a. luchtvaart;

en tevens voor:

b. aan luchtvaart gerelateerde bedrijfsdoeleinden;

c. aan luchtvaart gerelateerde recreatie;

[…]

Ingevolge lid 3.3.1 is het verboden op de in lid 3.1 bedoelde gronden oppervlakteverhardingen ten behoeve van start- en landingsbanen aan te leggen.

3.2.4. De Verordening Luchthavenbesluit Hilversum is na de vaststelling van het bestemmingsplan op 22 september 2014 vastgesteld. De Afdeling stelt derhalve vast dat gelet op artikel X, achtste lid, van de Wet van 18 december 2008, houdende de wijziging van de Wet luchtvaart inzake vernieuwing van de regelgeving voor burgerluchthavens en militaire luchthavens en de decentralisatie van bevoegdheden voor burgerluchthavens naar het provinciaal bestuur, ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan de Omzettingsregeling luchthaven Hilversum gold.

3.3. Hetgeen het college heeft aangevoerd biedt geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid aansluiting heeft kunnen zoeken bij de Omzettingsregeling luchthaven Hilversum door op het vliegveld Hilversum alleen te voorzien in onverharde start- en landingsbanen. Hierbij acht de Afdeling van belang dat het ontwerpbesluit Verordening Luchthavenbesluit Hilversum, dat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan reeds ter inzage lag, eveneens slechts voorzag in onverharde start- en landingsbanen. Ingevolge artikel 8.47, tweede lid, van de Wet luchtvaart wordt artikel 8.8, derde lid, van overeenkomstige toepassing verklaard op de vaststelling van een luchthavenbesluit. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet luchtvaart (Kamerstukken II 2005/06, 30 452 nr. 3, blz. 79) volgt dat dit betekent dat de raad de ruimtelijke beperkingen uit het luchthavenbesluit die betrekking hebben op zijn grondgebied in het bestemmingsplan dient te verwerken. De raad heeft een jaar de tijd om het bestemmingsplan overeenkomstig het luchthavenbesluit vast te stellen of zo nodig te herzien. Hetgeen het college heeft aangevoerd biedt geen aanleiding voor het oordeel dat de raad er ten tijde van de vaststelling van het plan niet in redelijkheid van uit kon gaan dat het ontwerpluchthavenbesluit in zoverre ongewijzigd zou worden vastgesteld en dat het plan niet reeds op voorhand op gespannen voet stond met het ontwerpluchthavenbesluit. De Afdeling stelt vast dat het besluit van provinciale staten van Noord-Holland van 22 september 2014 tot vaststelling van de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum voor zover het de configuratie van de onverharde start- en landingsbanen betreft niet van het ontwerp afwijkt. Bij de vaststelling van dit besluit hebben provinciale staten van Noord-Holland uitdrukkelijk een afweging gemaakt tussen de belangen van de ontwikkeling van de woonwijk Ter Sype enerzijds en de bestaande rechten van luchthaven Hilversum anderzijds. Dit heeft ertoe geleid dat in artikel 4, lid 3, onder b, van de Verordening Luchthavenbesluit Hilversum een zodanige uitzondering is gemaakt op enkele ruimtelijke beperkingen ten gevolge van het vliegveld dat de realisatie van 160 woningen in de wijk Ter Sype niet langer onmogelijk is. Het betoog van het college faalt.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. N.S.J. Koeman en mr. E. Helder, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.C. Stoof, griffier.

w.g. Van Buuren w.g. Stoof

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2015

749.