Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:4018

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-12-2015
Datum publicatie
30-12-2015
Zaaknummer
201500858/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2014:7276, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 8 juli 2013 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen de belettering op drie windturbines nabij de Veerwagenweg en Heemsteedseweg te Houten.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Gst. 2016/77 met annotatie van M.A.J. West
TBR 2016/25 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
JOM 2016/32
OGR-Updates.nl 2016-0011
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201500858/1/A1.

Datum uitspraak: 30 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eneco Wind B.V., gevestigd te Rotterdam,

2. de stichting Stichting Gigawiek, gevestigd te Houten,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 december 2014 in zaak nr. 14/298 in het geding tussen:

Stichting Gigawiek

en

het college van burgemeester en wethouders van Houten.

Procesverloop

Bij besluit van 8 juli 2013 heeft het college geweigerd handhavend op te treden tegen de belettering op drie windturbines nabij de Veerwagenweg en Heemsteedseweg te Houten.

Bij besluit van 10 december 2013 heeft het college het door Stichting Gigawiek daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 december 2014 heeft de rechtbank het door Stichting Gigawiek daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 10 december 2013 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben Eneco Wind en Stichting Gigawiek hoger beroep ingesteld.

Het college en Stichting Gigawiek hebben een verweerschrift ingediend.

Eneco Wind heeft een nader stuk ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 september 2015, waar Eneco Wind, vertegenwoordigd door mr. J.H.M. Berenschot, advocaat te Apeldoorn, bijgestaan door R.J.M. Koster en E. Holtslag, Stichting Gigawiek, vertegenwoordigd door mr. R. van Domselaar, en het college, vertegenwoordigd door mr. A.R.E. Maris, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is daar gehoord de coöperatieve vereniging UWind u.a., vertegenwoordigd door drs. M.K.K. Kramer.

Overwegingen

1. Op de windturbines is op de zijvlakken van de gondels met stickers aan de ene kant de naam "Eneco" en aan de andere kant de naam "UWind" aangebracht.

2. Stichting Gigawiek heeft het college verzocht handhavend op te treden tegen in afwijking van de bouwvergunning van 21 juni 2010, dan wel zonder vergunning, op de windturbines aangebrachte belettering.

3. Eneco Wind betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Stichting Gigawiek geen belanghebbende is. Daartoe voert zij aan dat de door de stichting bij de rechtbank overgelegde statuten van 2 juli 2012 niet bij notariële akte zijn verleden en de statuten van 8 februari 2010 een zeer beperkte doelstelling bevatten, die alleen ziet op het voorkomen van de bouw van de windturbines, en deze bouw inmiddels is voltooid.

3.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

3.2. De rechtbank heeft voor de vraag of Stichting Gigawiek belanghebbende is, verwezen naar de in de statuten van 2 juli 2012 opgenomen doelstelling. Tussen partijen is niet in geschil dat deze statuten niet bij notariële akte zijn verleden en dat de geldende statuten de bij notariële akte verleden statuten van 8 februari 2010 zijn.

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de statuten van 8 februari 2010 heeft de stichting ten doel:

a. het voorkomen van de bouw van windturbines (aan de Veerwagenweg) in Houten;

b. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

Het door Eneco Wind aangevoerde biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat Stichting Gigawiek geen belanghebbende was bij haar verzoek om handhaving. Dat in de statuten is opgenomen dat Stichting Gigawiek het voorkomen van de bouw van de windturbines ten doel heeft, deze bouw inmiddels is voltooid en de daarvoor verleende bouwvergunning onherroepelijk is, is daarvoor onvoldoende. Onder de doelstelling van Stichting Gigawiek kan, mede gelet op het bepaalde in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van de statuten ook worden begrepen het voorkomen van uit het oogpunt van ruimtelijke uitstraling ongewenste belettering op de windturbines, die volgens Stichting Gigawiek onder meer als welstandsexces moet worden aangemerkt. Er is geen grond voor het oordeel dat het verzoek om handhaving niet onder de doelstelling van Stichting Gigawiek kan worden begrepen.

Het betoog faalt.

4. Eneco Wind betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat sprake is van een overtreding, omdat het aanbrengen van belettering op de windturbines moet worden aangemerkt als bouwen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) en daarmee vergunningplichtig is.

4.1. Ingevolge artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder bouwen plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten verstaan.

Ingevolge artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, is het verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het bouwen van een bouwwerk.

4.2. Het begrip bouwwerk is in de Wabo als zodanig niet omschreven. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 september 2012 in zaak nr. 201112262/1/A1), kan voor de uitleg van het begrip bouwwerk in de Wabo aansluiting worden gezocht bij de definitie van dit begrip in de modelbouwverordening. Deze definitie luidt: "elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren". De met stickers aangebrachte belettering kan niet worden aangemerkt als een bouwwerk, nu het constructieve element ontbreekt. Daarom kan deze, anders dan de rechtbank heeft overwogen, evenmin als het veranderen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid van de Wabo worden aangemerkt. Van bouwen zonder een daarvoor vereiste omgevingsvergunning is dan ook geen sprake. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Het betoog slaagt.

5. Stichting Gigawiek betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de belettering op de windturbines in strijd is met redelijke eisen van welstand, zoals neergelegd in de Welstandsnota 2011. De rechtbank heeft miskend dat het college heeft gehandeld in strijd met het Windplan Utrecht 2002 (hierna: het Windplan) en het Streekplan Utrecht 2005-2015 (hierna: het Streekplan) en deze regelgeving, voor zover de belettering niet in strijd is met de Welstandsnota 2011, boven de Welstandsnota 2011 gaat. Stichting Gigawiek heeft daartoe een rapport overgelegd van A.J. van der Kruk van adviesbureau Waverley van 5 maart 2015.

5.1. Ingevolge artikel 12, eerste lid, van de Woningwet mag het uiterlijk van:

a. een bestaand bouwwerk, met uitzondering van een bouwwerk, niet zijnde een seizoensgebonden bouwwerk, waarvoor in de omgevingsvergunning voor het bouwen van dat bouwwerk is bepaald dat dit slechts voor een bepaalde periode in stand mag worden gehouden;

b. een te bouwen bouwwerk voor het bouwen waarvan op grond van artikel 2.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geen omgevingsvergunning is vereist,

niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onderdeel b.

Ingevolge artikel 12a, eerste lid, stelt de gemeenteraad een welstandsnota vast, inhoudende beleidsregels waarin in ieder geval de criteria zijn opgenomen die het bevoegd gezag toepast bij de beoordeling:

a. of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk waarop de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk betrekking heeft, zowel op zichzelf beschouwd, als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand;

b. of het uiterlijk van een bestaand bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand.

Ingevolge artikel 13a kan het bevoegd gezag, indien niet wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid, tenzij toepassing is gegeven aan het tweede lid van dat artikel, degene die als eigenaar van een bouwwerk dan wel uit anderen hoofde bevoegd is tot het treffen van voorzieningen daaraan, verplichten tot het binnen een door hem te bepalen termijn treffen van zodanige door hem daarbij aan te geven voorzieningen, dat nadien wordt voldaan aan artikel 12, eerste lid.

In de Welstandsnota 2011 van de gemeente Houten is een excessenregeling opgenomen en bepaald dat vooraf geen toetsing meer zal plaatsvinden aan redelijke eisen van welstand en de ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd zal worden in bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen. De Woningwet biedt het college de mogelijkheid om repressief tegen excessen op te treden. Voor de gemeente Houten geldt het criterium dat bij ernstige strijdigheid met redelijke eisen van welstand, als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet, sprake moet zijn van een exces, dat wil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Volgens de Welstandsnota is sprake van een exces wanneer een bouwwerk of gedeelte daarvan op overduidelijke wijze, dus ook voor niet-deskundigen, in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. Het gaat in gevallen van een exces altijd om ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving.

5.2. Het college heeft ter motivering van zijn standpunt verwezen naar het advies van de commissie Welstand en Monumenten Midden Nederland (hierna: de welstandscommissie) van 22 augustus 2014, waarin de welstandscommissie heeft overwogen dat de belettering niet kan worden aangemerkt als exces als bedoeld in de Welstandsnota 2011. De welstandscommissie heeft daarbij de drie windturbines als gegeven beschouwd en in aanmerking genomen dat de belettering zich niet op ooghoogte bevindt, maar aangebracht is op de gondels van de turbines, die zich op een hoogte van 105 m bevinden en daarmee op een minimale afstand van 100 m van dagelijks verkeer, gebruikers en bewoners. Volgens de welstandscommissie is iedere invloed van de belettering op de openbare ruimte marginaal en relatief. De welstandscommissie heeft voorts overwogen dat de belettering op een evenwichtige manier en in goede samenhang op de betreffende gevelvlakken van de gondels is aangebracht en geen sprake is van schreeuwende of opdringerige kleurstelling. Verder heeft de welstandscommissie in aanmerking genomen dat de directe omgeving van de belettering de windturbines zelf betreft, die in vormgevende en stedenbouwkundige zin een eigen positie in het gebied tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de woonkern Houten innemen. Volgens de welstandscommissie zijn de gebruikte zijgevelvlakken van de gondels in vormgevende zin, gezien het totaalbeeld van de windturbines, het meest voor de hand liggend om een naamsaanduiding/logo op aan te brengen.

5.3. In het door Stichting Gigawiek overgelegde rapport van Waverley is geconcludeerd dat de welstandscommissie ten onrechte heeft getoetst aan de Welstandsnota 2011 en aan het Streekplan en Windplan had moeten toetsen. In dat rapport is naar voren gebracht dat de belettering op de windturbines voor omwonenden onnodig hinderlijk en excessief is, bovendien belettering van een organisatie bevat die geen juridische band met het project heeft en als ongeoorloofde reclame moet worden beschouwd. Het Eneco-logo is knalrood en steekt af tegen elke mogelijk denkbare achtergrond en is van een zodanige omvang, dat deze in de wijde omtrek zichtbaar is tot ver over de gemeentegrenzen. Verder is het UWind-logo nog groter uitgevoerd, hoewel dat wat kleurgebruik betreft iets minder storend is en de belettering op de windturbines niet symmetrisch is uitgevoerd op de buitenste windturbines, aldus het rapport.

5.4. Het door Stichting Gigawiek aangevoerde biedt geen grond voor het oordeel dat de rechtbank niet heeft onderkend, dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de belettering op de windturbines niet in strijd is met de Welstandsnota 2011. Dat de belettering volgens het rapport van Waverley onnodig hinderlijk en excessief is voor omwonenden is daarvoor onvoldoende. Daaruit volgt niet dat het college zich niet, mede op grond van het welstandsadvies van 22 augustus 2014, op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen sprake is van een exces als bedoeld in de Welstandsnota, dat wil zeggen een buitensporigheid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. De welstandscommissie heeft bij haar advies betrokken dat een exces als bedoeld in de Welstandsnota een ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving betreft, de windturbines op zichzelf een gegeven zijn en de belettering op een hoogte van 105 m is aangebracht.

Voor het oordeel dat in het kader van de vraag of sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 13a van de Woningwet niet aan de Welstandsnota 2011, maar aan het Streekplan en Windplan getoetst had moeten worden, bestaat geen grond. Het Streekplan en Windplan bieden geen grondslag voor handhavend optreden door het college.

De betogen falen.

6. Stichting Gigawiek betoogt voorts dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het aanbrengen van handelsreclame, te weten de namen "UWind" en "Eneco", op de windturbines in strijd is met artikel 4:15 van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Houten (hierna: APV), aangezien de belettering volgens het rapport van Waverley ernstige hinder oplevert voor de omgeving.

6.1. Ingevolge artikel 4:15 van de APV is het verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving

6.2. Het door Stichting Gigawiek aangevoerde biedt geen grond voor het oordeel dat de belettering in strijd is met artikel 4:15 van de APV. Het college heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat geen sprake is van een situatie waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht, hetgeen ook niet in geschil is, of waarin ernstige hinder ontstaat voor de omgeving, als bedoeld in artikel 4:15 van de APV. De opmerking in het rapport van Waverley, dat de belettering op de windturbines voor omwonenden onnodig hinderlijk en excessief is, is daarvoor onvoldoende. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college niet bevoegd was om op grond van artikel 4:15 van de APV handhavend op te treden.

Het betoog faalt.

7. Het hoger beroep van Eneco Wind is gegrond. Het hoger beroep van Stichting Gigawiek is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van Stichting Gigawiek tegen het besluit van 10 december 2013 alsnog ongegrond verklaren.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

9. Redelijke toepassing van artikel 8:114, eerste lid, van de Awb brengt met zich dat het in hoger beroep betaalde griffierecht door de griffier van de Raad van de State aan Eneco Wind wordt terugbetaald

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep van Eneco Wind gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 30 december 2014 in zaak nr. 14/298;

III. verklaart het door de stichting Stichting Gigawiek bij de rechtbank ingestelde beroep ongegrond;

IV. verstaat dat de griffier van de Raad van State aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Eneco Wind B.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 497,00 (zegge: vierhonderdzevenennegentig euro) voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Kos, griffier.

w.g. Bijloos w.g. Kos

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 december 2015

580.