Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3928

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
201503082/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2015:920, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 juli 2014 heeft de korpschef een verzoek van [appellante] en [wederpartij B] om aanpassing van politiegegevens afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503082/1/A3.

Datum uitspraak: 23 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 4 maart 2015 in zaak nr. 14/3512 in het geding tussen:

[appellante] en [wederpartij A], handelend onder de naam [wederpartij B], gevestigd te [plaats],

en

de korpschef van politie.

Procesverloop

Bij besluit van 14 juli 2014 heeft de korpschef een verzoek van [appellante] en [wederpartij B] om aanpassing van politiegegevens afgewezen.

Bij uitspraak van 4 maart 2015 heeft de rechtbank het door [appellante] en [wederpartij B] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2015, waar [appellante], en de korpschef, vertegenwoordigd door mr. A. Boukema, werkzaam bij de politie, zijn verschenen.

Overwegingen

1. [appellante] heeft verzocht om aanpassing van een proces-verbaal van binnentreden van 30 december 2011, waarin volgens haar is vermeld dat zij aanwezig was tijdens het binnentreden van de woning aan de [locatie] te Dokkum op 29 december 2011. Zij stelt dat deze vermelding niet juist is, aangezien zij op dat moment in het buitenland verbleef. De korpschef heeft het verzoek van [appellante] afgewezen, omdat [appellante] de juistheid van haar stelling volgens hem niet heeft aangetoond.

2. Ingevolge artikel 28, eerste lid, van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) kan een ieder over wiens persoon politiegegevens worden verwerkt de verantwoordelijke schriftelijk verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze feitelijk onjuist, voor het doel van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

3. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat zij er niet in is geslaagd om te bewijzen dat het proces-verbaal onjuistheden bevat. Volgens haar blijkt uit de door haar getoonde stukken dat zij op 29 december 2011 in China verbleef. [appellante] voert in dit verband aan dat zij haar paspoort niet heeft kunnen overleggen omdat zij dat verloren heeft.

3.1. In het proces-verbaal van 30 december 2011 staat dat de verbalisant, vergezeld door een opsporingsambtenaar, op 29 december 2011 de woning aan de [locatie] te Dokkum is binnengetreden en daar een persoon heeft aangetroffen die opgaf [appellante] te zijn. Het proces-verbaal is opgemaakt op ambtseed, zodat in beginsel van de juistheid van hetgeen erin is weergegeven dient te worden uitgegaan. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen is het aan [appellante] om tegenbewijs te leveren, dat noopt tot afwijking van dit uitgangspunt.

[appellante] heeft een floorplan van een beurs in Shanghai in 2011 en een aanvraag van 20 januari 2012 voor een nieuw paspoort getoond. Ter zitting bij de Afdeling heeft de moeder van [appellante] verklaard dat de woning aan de [locatie] van haar is en dat zij zeker weet dat [appellante] daar op 29 december 2011 niet aanwezig was. Uit de getoonde documenten volgt niet dat [appellante] op 29 december 2011 in China is geweest. De inhoud van de documenten en de verklaring sluiten bovendien niet uit dat er op 29 december 2011 iemand in de woning is geweest die opgaf [appellante] te zijn. De rechtbank is dan ook terecht tot het oordeel gekomen dat [appellante] niet heeft bewezen dat het proces-verbaal van 30 december 2011 onjuistheden bevat.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, griffier.

w.g. Verheij w.g. Binnema

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2015

589.