Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:392

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
11-02-2015
Zaaknummer
201406392/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 maart 2013 heeft de raad een aanvraag van mr. S. Aytemür om vergoeding van extra uren rechtsbijstand aan [appellante] afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201406392/1/A2.

Datum uitspraak: 11 februari 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 juni 2014 in zaak nr. 13/4787 in het geding tussen:

[appellante]

en

het bestuur van de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2013 heeft de raad een aanvraag van mr. S. Aytemür om vergoeding van extra uren rechtsbijstand aan [appellante] afgewezen.

Bij besluit van 16 juli 2013 heeft de raad het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 juni 2014 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2015, waar de raad, vertegenwoordigd door C.W. Wijnstra, aldaar werkzaam, is verschenen.

Overwegingen

1. Bij besluit van 8 mei 2012 heeft de raad een toevoeging aan [appellante] verleend voor een strafzaak. Aytemür heeft op 15 februari 2013 de raad verzocht om vergoeding van in totaal 23 extra uren rechtsbijstand. De raad heeft de aanvraag afgewezen omdat niet is gebleken van feitelijke en/of juridische complexiteit in de strafzaak.

2. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 20 juni 2012 in zaak nr. 201108199/1/A2), vervalt het belang van een rechtzoekende bij de beoordeling van een besluit als hier aan de orde, indien de rechtsbijstand waarvoor vergoeding van extra uren was aangevraagd al daadwerkelijk is verleend en de zaak is beëindigd, zodat het al dan niet toekennen van de gevraagde extra uren voor hem geen financiële of andere gevolgen heeft.

De raad heeft een vonnis van de rechtbank Amsterdam van 22 augustus 2013 op de dagvaarding [appellante] overgelegd. Met dit vonnis is de rechtsbijstand, waarvoor de toevoeging is verleend, beëindigd. Nu het al dan niet toekennen van de gevraagde extra uren voor [appellante] voorts geen financiële of andere gevolgen heeft, is het belang van [appellante] bij haar hoger beroep vervallen, zodat aan een inhoudelijke beoordeling van haar betoog niet wordt toegekomen.

3. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.R. Poot, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Poot

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 februari 2015

362/615.