Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3912

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-12-2015
Datum publicatie
23-12-2015
Zaaknummer
201503027/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2015:1186, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 maart 2014 heeft de burgemeester de aanvraag van [appellant] en [partij] om een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting in het pand aan de [locatie] te Oss, afgewezen.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2017/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503027/1/A3.

Datum uitspraak: 23 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Oss,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 6 maart 2015 in zaak nr. 14/2727 in het geding tussen:

[appellant] en [partij]

en

de burgemeester van Oss.

Procesverloop

Bij besluit van 25 maart 2014 heeft de burgemeester de aanvraag van [appellant] en [partij] om een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting in het pand aan de [locatie] te Oss, afgewezen.

Bij besluit van 11 juli 2014 heeft de burgemeester het door [appellant] en [partij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 6 maart 2015 heeft de rechtbank het door [appellant] en [partij] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 december 2015, waar [appellant], bijgestaan door R. Danko, en de burgemeester, vertegenwoordigd door H.J.M. van Mensvoort en W.J.O. Achten-Faassen, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. [appellant] en [partij] hebben op 17 juli 2013 een aanvraag ingediend voor een seksinrichting in hun pand aan de [locatie] op een industrieterrein in Oss. De burgemeester heeft aan de afwijzing van deze aanvraag ten grondslag gelegd dat het pand staat buiten het concentratiegebied voor de vestiging van seksinrichtingen, zoals dat is aangewezen in het Besluit Aanwijzing Concentratiegebied Seksinrichtingen (hierna: het Besluit Concentratiegebied).

2. [appellant] kan zich niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat binnen de gemeente Oss een concentratiegebied voor de vestiging van seksinrichtingen geldt. Hij stelt zich op het standpunt dat het concentratiegebied niet bestaat, nu de inhoud van het Besluit Concentratiegebied niet is opgenomen in het voor het centrum geldende bestemmingsplan.

2.1. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oss heeft op 7 november 2000 verschillende beleidsregels over prostitutie vastgesteld (hierna: het prostitutiebeleid). Het Besluit Concentratiegebied, waarin een deel van het centrum van Oss als concentratiegebied voor de vestiging van seksinrichtingen is aangewezen, is één van die beleidsregels. Het Besluit Concentratiegebied is op 15 november 2000 bekendgemaakt in het blad Oss Actueel, waarna het in werking is getreden. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat binnen de gemeente Oss een concentratiegebied voor de vestiging van seksinrichtingen geldt. Het opnemen van de aanwijzing van het concentratiegebied in het bestemmingsplan was daartoe, anders dan [appellant] kennelijk veronderstelt, niet nodig.

3. [appellant] kan zich voorts niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat het beleid om de vestiging van seksinrichtingen te beperken tot het concentratiegebied, niet onredelijk is. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het prostitutiebeleid in feite een nulbeleid is, waarbij geen enkele seksinrichting in de gemeente Oss wordt toegestaan. Daartoe voert hij aan dat in het voor het centrum geldende bestemmingsplan niet in een seksinrichting is voorzien. Verder betoogt [appellant] dat het concentratiegebied, dat ligt in het centrum van Oss, niet geschikt is voor de vestiging van seksinrichtingen. Daartoe voert hij aan dat bezoekers van de in het gebied gevestigde horecagelegenheden een bedreiging vormen voor de veiligheid van de prostituees die werkzaam zijn in de in het concentratiegebied gevestigde seksinrichtingen. [appellant] acht het voorts onbegrijpelijk dat coffeeshops, anders dan seksinrichtingen, wel buiten het centrum van Oss worden gevestigd.

3.1. De Afdeling volgt [appellant] niet in zijn standpunt dat het college een nulbeleid voert. In één van de op 7 november 2000 vastgestelde beleidsregels is namelijk bepaald dat in de gemeente Oss maximaal drie seksinrichtingen mogen worden gevestigd en geëxploiteerd. De door [appellant] aangevoerde omstandigheid dat in het voor het centrum geldende bestemmingsplan niet in seksinrichtingen is voorzien, doet daaraan niet af. Het bestemmingsplan kan worden gewijzigd en voorts kan daarvan met een omgevingsvergunning worden afgeweken.

3.2. Volgens de toelichting op het Besluit Concentratiegebied is het centrum van Oss als concentratiegebied aangewezen, omdat daar al een concentratie van horecabedrijven aanwezig is. Bij de aanwijzing is volgens de toelichting voorts nog in aanmerking genomen dat het met het oog op de handhaving van de openbare orde en veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast en de bescherming van het woon- en leefklimaat wenselijk is dat de vestiging van seksinrichtingen in gebieden buiten het centrum van Oss wordt voorkomen. De burgemeester heeft voorts nog toegelicht dat in seksinrichtingen vaak ook een horecavoorziening geëxploiteerd wordt en dat de exploitatietijden en publieksdoelgroepen in zekere mate vergelijkbaar zijn met die van horecabedrijven. Gelet op deze toelichting is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat het beleid om de vestiging van seksinrichtingen te beperken tot het concentratiegebied, niet onredelijk is. In de door [appellant] aangevoerde omstandigheid dat coffeeshops wel buiten het centrum van Oss mogen worden gevestigd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel. Coffeeshops zijn andersoortige publieksgerichte voorzieningen dan seksinrichtingen, waarvoor het college om die reden ander beleid heeft vastgesteld.

4. [appellant] kan zich verder niet verenigen met het oordeel van de rechtbank dat de door hem aangevoerde omstandigheden geen bijzondere omstandigheden zijn die nopen tot afwijking van het Besluit Concentratiegebied. Daarbij wijst hij erop dat uit een door hem opgezette handtekeningenactie onder bewoners van Oss is gebleken dat zij geen seksinrichting in het centrum wensen. Verder voert hij in dit verband aan dat hij geen seksclub wenst te exploiteren, maar een BDSM-inrichting.

4.1. Ingevolge artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) handelt een bestuursorgaan overeenkomstig zijn beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

De uitkomst van de door [appellant] opgezette handtekeningenactie zegt niets over de evenredigheid van de gevolgen voor [appellant] van het handelen overeenkomstig het Besluit Concentratiegebied. De rechtbank heeft dan ook terecht geoordeeld dat de uitkomst van de handtekeningenactie geen bijzondere omstandigheid is. Ook de door [appellant] aangevoerde omstandigheid dat het om een BDSM-inrichting gaat, heeft de rechtbank terecht niet als een bijzondere omstandigheid aangemerkt. Daartoe is redengevend dat de aanvraag van [appellant] ziet op de exploitatie van een seksinrichting en dat daarin geen onderscheid wordt gemaakt naar het soort seksinrichting.

Gelet op het vorenstaande heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien te oordelen dat de burgemeester ingevolge artikel 4:84 van de Awb van het Besluit Concentratiegebied had moeten afwijken.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.A. Binnema, griffier.

w.g. Verheij w.g. Binnema

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2015

589.