Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3851

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-12-2015
Datum publicatie
16-12-2015
Zaaknummer
201503297/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 december 2014 heeft de staatssecretaris de aan [appellant] in het kader van de Subsidieregeling emissiearme taxi's en bestelauto’s verleende subsidie vastgesteld op € 5.000,00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503297/1/A2.

Datum uitspraak: 16 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

appellant,

en

de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 december 2014 heeft de staatssecretaris de aan [appellant] in het kader van de Subsidieregeling emissiearme taxi's en bestelauto’s verleende subsidie vastgesteld op € 5.000,00.

Bij besluit van 5 december 2014 heeft de staatssecretaris dit besluit ingetrokken en de hoogte van de subsidie vastgesteld op € 3.000,00.

Bij besluit van 20 februari 2015 heeft de staatssecretaris het door [appellant] tegen het besluit van 5 december 2014 gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 november 2015, waar [appellant], bijgestaan door [gemachtigde], en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. J. van Essen, werkzaam bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer, zoals deze luidde ten tijde van belang, kan de minister van Infrastructuur en Milieu voor bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen activiteiten op het gebied van het milieubeheer subsidie verstrekken.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder c, van de Subsidieregeling emissiearme taxi’s en bestelauto’s (hierna: Subsidieregeling), zoals deze luidde ten tijde van belang, bedraagt de subsidie voor een motorrijtuig, uitsluitend aangedreven door een elektromotor: € 3.000,00.

Ingevolge het derde lid wordt het in het eerste lid, onder c, genoemde subsidiebedrag verhoogd met € 2.000,00 voor motorrijtuigen waarvan de ondernemer, tevens eerste kentekenhouder blijkens het kentekenregister, is gevestigd in een gemeente

a. waar blijkens de NSL Monitoring 2012 op ten minste 0,5 kilometer rijbaan voor 2015 een hogere NO2-concentratie dan 40,5 microgram per kubieke meter is berekend, of

b. die grenst aan een gemeente als bedoeld in onderdeel a.

2. [appellant] heeft op 19 oktober 2014 subsidie aangevraagd in verband met de aanschaf van een emissiearm motorrijtuig voor zijn taxibedrijf. Het bedrijf is gevestigd in Almere en heeft blijkens de aanvraag de gemeente Haarlemmermeer/Schiphol als standplaats.

3. De staatssecretaris heeft bij besluit van 5 december 2014 het besluit van 2 december 2014 ingetrokken, omdat daarin per abuis een onjuist subsidiebedrag is vermeld. De staatssecretaris heeft aan de afwijzing van de subsidie voor zogeheten NSL-knelpuntgemeenten als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Subsidieregeling ten grondslag gelegd dat de eerste kentekenhouder van het opgegeven voertuig niet is gevestigd in één van de knelpuntgemeenten of aangrenzende gemeenten.

4. [appellant] betoogt dat de staatssecretaris bevoegd is af te wijken van artikel 6, derde lid, van de Subsidieregeling. Hij betoogt dat handhaving eenvoudig kan plaatsvinden door middel van zijn boordcomputer of de overeenkomst met de luchthaven Schiphol. De luchthaven Schiphol heeft een concessie uitgeschreven waarbij uitsluitend bedrijven die elektrisch vervoer zouden gaan inzetten, de concessie zouden kunnen krijgen. De eigenaren van de in dat kader ingezette elektrische voertuigen zouden recht moeten hebben op een gelijkwaardige subsidie, waarbij hun woonplaats van ondergeschikt belang is. [appellant] stelt dat hij kan bewijzen dat zijn voertuig zich voor ongeveer 80% in een knelpuntgemeente bevindt en verplaatst. Het is theoretisch mogelijk dat personen die de volledige subsidie hebben ontvangen minder kilometers maken in knelpuntgemeenten dan personen die daar niet woonachtig zijn. Daarmee schiet de met artikel 6, derde lid, van de Subsidieregeling beoogde handhaving haar doel voorbij, aldus [appellant].

4.1. Vaststaat dat [appellant] niet voldoet aan de in artikel 6, derde lid, van de Subsidieregeling opgenomen voorwaarde dat de eerste kentekenhouder, blijkens het kentekenregister, is gevestigd in een NSL-knelpuntgemeente of een gemeente die daaraan grenst. Deze bepaling laat aan de staatssecretaris geen ruimte om het subsidiebedrag te verhogen indien de eerste kentekenhouder niet is gevestigd in een knelpuntgemeente of een daaraan grenzende gemeente. In het door [appellant] gestelde dat hij door middel van zijn boordcomputer kan aantonen dat zijn voertuig voor een groot deel in een knelpuntgemeente wordt gebruikt, heeft de staatssecretaris terecht geen aanleiding gezien om van het bepaalde in artikel 6, derde lid, af te wijken, nu de wet daarvoor geen grondslag biedt. Gelet hierop kan de stelling van [appellant] dat deze bepaling haar doel voorbij schiet, wat daar overigens van zij, niet leiden tot een aanspraak op deze subsidie.

5. Het beroep is ongegrond.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.M.M. van Zanten, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Van Zanten

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2015

97.