Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3835

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-12-2015
Datum publicatie
16-12-2015
Zaaknummer
201402265/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 januari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Oostplaat" vastgesteld.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wet ruimtelijke ordening
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/1350
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201402265/2/R4.

Datum uitspraak: 16 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de stichting Stichting Zuidwester, gevestigd te Middelharnis,

appellante,

en

de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Oostplaat" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Stichting Zuidwester beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 1 oktober 2014, waar Stichting Zuidwester, vertegenwoordigd door drs. D.J. Bakker en A. van den Berg, bijgestaan door mr. M. Bekooy, advocaat te Zwolle, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J. den Braber en ing. L.C. Luijendijk, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door C. van der Elst en T.J. van Rossum, zijn verschenen.

Na het sluiten van het onderzoek ter zitting heeft de Afdeling het onderzoek heropend. Er zijn nog stukken ontvangen van de raad en Stichting Zuidwester. Deze zijn aan de andere partij toegezonden.

Met toestemming van partijen is afgezien van verdere behandeling van de zaak ter zitting.

Bij tussenuitspraak van 11 maart 2015, nr. 201402265/1/R4, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van deze tussenuitspraak het in deze tussenuitspraak omschreven gebrek te herstellen en het gewijzigde of nieuwe besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij beschikking van 18 september 2015 heeft de Afdeling op verzoek van de raad de in de tussenuitspraak gegeven termijn verlengd.

Bij besluit van 1 oktober 2015 heeft de raad het besluit van 9 januari 2014 gewijzigd.

Stichting Zuidwester heeft gebruik gemaakt van de haar geboden gelegenheid om haar zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop het gebrek is hersteld.

De Afdeling heeft afgezien van het houden van een nadere zitting en het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben. Gelet op deze bepaling is het beroep van rechtswege mede gericht tegen het besluit van 1 oktober 2015.

2. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in hetgeen Stichting Zuidwester heeft aangevoerd aanleiding gezien voor het oordeel dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" voor zover dat plandeel betrekking heeft op de braakliggende gronden direct grenzend aan het terrein van Stichting Zuidwester is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

Gelet daarop is het beroep van Stichting Zuidwester tegen het besluit van 9 januari 2014 gegrond en dient dit besluit in zoverre te worden vernietigd.

3. Stichting Zuidwester heeft te kennen gegeven dat zij zich kan verenigen met het naar aanleiding van de tussenuitspraak genomen besluit van de raad van 1 oktober 2015. Gelet hierop moet het van rechtswege ontstane beroep van Stichting Zuidwester geacht worden te zijn ingetrokken.

4. De raad dient op na te melden wijze te worden veroordeeld in de proceskosten van Stichting Zuidwester.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de stichting Stichting Zuidwester gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee van 9 januari 2014, voor zover het betreft de vaststelling van het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein" voor zover dat betrekking heeft op de ten tijde van de tussenuitspraak braakliggende gronden direct grenzend aan het terrein van de stichting Stichting Zuidwester;

III. veroordeelt de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee tot vergoeding van bij de stichting Stichting Zuidwester in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.225,00 (zegge: twaalfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. gelast dat de raad van de gemeente Goeree-Overflakkee aan de stichting Stichting Zuidwester het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 328,00 (zegge: driehonderdachtentwintig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van drs. M.H. Kuggeleijn-Jansen, griffier.

w.g. Michiels

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2015

545.