Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3808

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
201507336/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 juli 2015, kenmerk RV-34/2015, heeft de raad het bestemmingsplan "De Hoven, De Werven en De Gouwen" vastgesteld. Tegen deze besluiten hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] beroep ingesteld. [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Horeca 2016/2673
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201507336/2/R2.

Datum uitspraak: 4 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

1. [verzoeker sub 1], wonend te Almere,

2. [verzoeker sub 2], wonend te Almere,

3. [verzoeker sub 3], wonend te Almere,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Almere,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2015, kenmerk RV-34/2015, heeft de raad het bestemmingsplan "De Hoven, De Werven en De Gouwen" vastgesteld.

Tegen deze besluiten hebben [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] beroep ingesteld.

[verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 16 november 2015, waar [verzoeker sub 1], bijgestaan door mr. A. Kwint, advocaat te Groningen, [verzoeker sub 2], vertegenwoordigd door mr. G. Visser, [verzoeker sub 3], bijgestaan door mr. G. Visser, en de raad vertegenwoordigd door W.B. de Kleuver en A.C.S. van Dijk-de Vries, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens zijn [belanghebbende A] en [belanghebbende B], beiden bijgestaan door mr. S. Haak, advocaat te Utrecht, en [belanghebbende C], bijgestaan door mr. E.C. Berkouwer, advocaat te Amsterdam, gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. De verzoeken om voorlopige voorziening zien op de gronden met de bestemming "Gemengd-2" en de aanduiding "specifieke vorm van horeca-2b" aan de [locatie].

Ingevolge artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder e, van de planregels zijn de voor "Gemengd-2" aangewezen gronden bestemd voor ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van horeca-2b" tevens voor horeca tot en met maximaal categorie 2b als bedoeld in de Staat van Horeca-activiteiten. In de Staat van Horeca-activiteiten behorende bij het plan zijn categorie 2 bedrijven aangeduid als middelzware horeca en omschreven als bedrijven die aanzienlijke hinder kunnen veroorzaken voor omwonenden, welke hinder onder andere kan ontstaan door openingstijden ’s nachts of door grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij zijn als deze horecabedrijven opgesomd bar, biljartcentrum, café, proeflokaal, shoarma/grillroom, zalenverhuur. Categorie 1 bedrijven betreffen de lichte horeca, die beperkte hinder veroorzaken voor omwonenden en die in beginsel alleen overdag en ’s avonds zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden).

3. [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] betogen dat onder het voorgaande bestemmingsplan uitsluitend lichte horeca mogelijk was en dat zij overlast zullen ondervinden van het café met middelzware horeca vooral ook door de gehanteerde openingstijden. Zij betogen dat het plan niet is voorzien van een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing omdat de raad de onderbouwing deels heeft gestoeld op het onjuiste uitgangspunt dat het om bestaand legaal gebruik gaat omdat de middelzware horeca onder het overgangsrecht van het voorgaande plan valt. Tevens betogen zij dat het betreffende plandeel in strijd is met de Horecanota 2000 van de gemeente Almere. Door het café als zodanig te bestemmen en middelzware horeca in een woonwijk mogelijk te maken is er geen sprake van een goed woon- en leefklimaat.

4. De raad stelt dat het café in het nieuwe plan een passende bestemming heeft gekregen en dat er geen strijd is met de Horecanota 2000.

5. Het café is ruim 20 jaar aanwezig in de wijk en was lange tijd in gebruik als eetcafé. Niet in geschil is dat het café, dat [belanghebbende A] sinds november 2011 exploiteert, zwaardere horeca betreft dan de lichte horeca als bedoeld in categorie 1a van de Staat van Horeca-activiteiten die het voorgaande bestemmingsplan "De Gouwen en De Paal" mogelijk maakt. In het voorgaande plan is het perceel bestemd voor "Gemengde doeleinden" met de subbestemming "horeca tot en met categorie 1a". Aan [belanghebbende A] is op 27 augustus 2012 ontheffing op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening verleend voor verruiming van de openingstijden tot 01:00 uur. Voorheen was dat 23.00 uur. Het café heeft een vloeroppervlakte van ongeveer 41 m2, een terras van ongeveer 19 m2 en is gesitueerd op een afstand van ongeveer 55 m van de woning van [verzoeker sub 1]. De woningen van [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] liggen op grotere afstand. Tussen het café en de woningen ligt een doorgaande weg, water en groen.

6. De door verzoekers opgeworpen vragen of de raad er terecht van is uitgegaan dat het gebruik van het café als categorie 2 bedrijf onder het overgangsrecht van het voorgaande plan valt en of is uitgegaan van een juiste typering van het gebied in het kader van de toetsing aan de Horecanota 2000 dienen in de bodemprocedure te worden beantwoord.

Bij afweging van de belangen ziet de voorzieningenrechter evenwel geen aanleiding om het bestreden plandeel te schorsen. Het belang van [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] bij schorsing is er met name in gelegen om gedurende de bodemprocedure gevrijwaard te worden van overlast, die zij stellen vanuit het café te ondervinden. Bij schorsing van het plandeel blijft het vorige plan met een horecabestemming evenwel gelden. Daartegenover staat het belang van [belanghebbende A] bij het kunnen voortzetten van de exploitatie van het door hem gedreven café, waaruit hij inkomsten geniet. De voorzieningenrechter acht het belang van verzoekers bij schorsing van het plan hangende de bodemprocedure, mede gelet op de afstand tussen het café en de woningen van [verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3], niet kunnen opwegen tegen het belang van [belanghebbende A].

7. Nu niet is gebleken van onomkeerbare gevolgen bij de inwerkingtreding van het plan bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Ouwehand, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Ouwehand

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2015

224.