Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3792

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-12-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
201505720/2/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 april 2015 heeft het college onder meer de locatie ter hoogte van de [locatie 1 - 2] (locatie 33) aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: ORAC).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201505720/2/A4.

Datum uitspraak: 1 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Leiden,

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2015 heeft het college onder meer de locatie ter hoogte van de [locatie 1 - 2] (locatie 33) aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer (hierna: ORAC).

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2015, waar [verzoeker] en het college, vertegenwoordigd door D. Nagel en A. Ras, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Afvalstoffenverordening 2008 van de gemeente Leiden wijst het college aan via welk al dan niet van gemeentewege verstrekt inzamelmiddel of via welke inzamelvoorziening de inzameling van een bepaalde categorie huishoudelijke afvalstoffen ten behoeve van de gebruiker van een perceel plaatsvindt.

3. Op 3 juli 2012 heeft het college besloten om de inzameling van huishoudelijk restafval in de binnenstad via ORAC’s te laten plaatsvinden. Bij het bestreden besluit heeft het college een aantal locaties aangewezen waar ORAC’s worden geplaatst. Onder meer wordt voorzien in de plaatsing van een ORAC op de Vollersgracht op locatie 33. Deze locatie is gesitueerd ter hoogte van de woning van [verzoeker] aan de [locatie 2].

4. [verzoeker] vreest, kort weergegeven, dat de plaatsing van de ORAC schade aan zijn woning zal veroorzaken, dat de aanwezigheid van de ORAC zal leiden tot een waardedaling van zijn woning en dat het gebruik van de ORAC overlast zal veroorzaken. Hij voert aan dat het onderzoek van het college naar alternatieve locaties nog gaande is en dat er geen zwaarwegend belang is om de ORAC op locatie 33 nu al te plaatsen. Hij verzoekt daarom om schorsing van het besluit van 24 april 2015, voor zover dat betrekking heeft op locatie 33.

4.1. Het college heeft ter zitting erkend dat het nog een aantal alternatieve locaties in onderzoek heeft. Het gaat om een locatie aan de Jan Vossensteeg ter hoogte van de Rundersteeg en een paar locaties aan de Oude Vest. Het college heeft echter besloten om de uitkomst van dit onderzoek niet af te wachten, omdat het het netwerk van ORAC’s wil sluiten. Het uitstellen van de plaatsing van een ORAC op locatie 33 zou betekenen dat inzamelvoorzieningen in de buurt vaker moeten worden geleegd, hetgeen kosten met zich meebrengt.

4.2. De voorzieningenrechter maakt uit de stukken en het verhandelde ter zitting op dat niet is uit te sluiten dat het plaatsen van een ORAC op locatie 33 schade aan de woning van [verzoeker] zal toebrengen. Dit hangt samen met de trillingen in de ondergrond die door het plaatsen kunnen ontstaan. Vooral het mogelijkerwijs moeten breken van historische kadeconstructies in de ondergrond van de Vollersgracht, is in dit opzicht risicovol. In aanmerking genomen dat het onderzoek van het college kan uitwijzen dat een andere locatie eveneens of meer geschikt is voor een ORAC en dat naar aanleiding daarvan alsnog wordt besloten de ORAC elders te plaatsen, ziet de voorzieningenrechter in dit risico op schade bij de plaatsing aanleiding de door [verzoeker] gevraagde voorlopige voorziening te treffen. Het belang van het college bij plaatsing van de ORAC ongeacht de uitkomst van het onderzoek, weegt niet op tegen dit risico en derhalve het belang van [verzoeker] bij schorsing van het besluit van 24 april 2015, voor zover dat locatie 33 betreft. Hierbij wordt mede in aanmerking genomen dat naar verwachting op korte termijn op basis van de lopende onderzoeken definitief kan worden besloten over de locatie voor de thans op locatie 33 geplande ORAC. Met het oog op het door het college gestelde belang ziet de voorzieningenrechter wel aanleiding te bevorderen dat het beroep van [verzoeker] tegen dat besluit binnen afzienbare termijn zal worden behandeld.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Leiden van 24 april 2015, voor zover het de locatie ter hoogte van de [locatie 1 - 2] (locatie 33) betreft;

II. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Leiden aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier.

w.g. Slump w.g. Visser

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2015

148.