Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3763

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-12-2015
Datum publicatie
09-12-2015
Zaaknummer
201500731/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2014:7732, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 27 mei 2008 heeft het college een verkeersbesluit genomen, inhoudende het in beide richtingen afsluiten voor alle motorvoertuigen van de Nijbroekseweg op een punt tussen de Gavottestraat en de Valetastraat, en de Operettestraat op een punt tussen de Symfoniestraat en de Nijbroekseweg te Apeldoorn.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Wegenverkeerswet 1994
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2016/1273
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201500731/1/A1.

Datum uitspraak: 9 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te Apeldoorn,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 december 2014 in zaak nr. 14/2653 in het geding tussen onder meer:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.

Procesverloop

Bij besluit van 27 mei 2008 heeft het college een verkeersbesluit genomen, inhoudende het in beide richtingen afsluiten voor alle motorvoertuigen van de Nijbroekseweg op een punt tussen de Gavottestraat en de Valetastraat, en de Operettestraat op een punt tussen de Symfoniestraat en de Nijbroekseweg te Apeldoorn.

Bij besluit van 14 januari 2011 heeft het college het daartegen door onder meer [appellante] ingediende bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 27 mei 2008 herroepen en een andersluidend verkeersbesluit genomen, inhoudende het openhouden van de Nijbroekseweg en de Operettestraat als verbindingswegen, en het invoeren van enkele afslagverboden op deze wegen.

Bij uitspraak van 30 mei 2012 heeft de rechtbank het daartegen door onder meer [appellante] ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 14 januari 2011 vernietigd en bepaald dat het college een nieuw besluit op de ingediende bezwaren moet nemen.

Bij brief van 20 februari 2014 heeft [appellante] het college in gebreke gesteld.

Bij besluit van 5 maart 2014 heeft het college het door [appellante] tegen het besluit van 27 mei 2008 ingediende bezwaar gegrond verklaard en dat besluit herroepen.

Bij uitspraak van 16 december 2014 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 juli 2015, waar [appellante], bijgestaan door [gemachtigde], advocaat te Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.J. Toorn, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het geschil heeft materieel betrekking op verkeersproblematiek die is ontstaan in verband met de realisering van de nieuwe woonwijk Zuidbroek en de wens van de gemeente om deze woonwijk verkeerskundig te verknopen met de naastgelegen woonwijk Zevenhuizen. Om de ontstane verkeersproblemen tegen te gaan, heeft het college het besluit van 27 mei 2008 genomen.

Bij eerdergenoemde uitspraak van 30 mei 2012 heeft de rechtbank het besluit van 14 januari 2011 vernietigd, omdat zij, kort gezegd, van oordeel was dat het college bij het nemen van dat besluit de relevante feiten en belangen onvoldoende had onderzocht en afgewogen en derhalve evenmin het besluit deugdelijk had gemotiveerd.

Uit de gedingstukken blijkt dat het college naar aanleiding van die uitspraak verkeerskundige onderzoeken heeft laten verrichten en dat daarnaast de zogenoemde Klankbordgroep Zevenhuizen Zuidbroek (hierna: de Klankbordgroep) is opgericht, bestaande uit bewoners van de betreffende wijken, waarmee het college overleg voert en die het college adviseert over een oplossing voor de verkeersproblematiek.

Omdat een en ander nog niet tot een nieuw besluit had geleid, heeft [appellante] het college op 20 februari 2014 in gebreke gesteld.

2. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het besluit van 5 maart 2014 niet voldoet aan de opdracht van de rechtbank in de uitspraak van 30 mei 2012. Zij voert daartoe aan dat dit besluit ten onrechte geen volledige heroverweging van het besluit van 27 mei 2008 inhoudt. Het college kon volgens [appellante] niet volstaan met de enkele herroeping van dat besluit. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, is het besluit van 27 mei 2008 volgens haar een besluit op aanvraag, en dient op die aanvraag nog te worden besloten, hetgeen direct in het besluit van 5 maart 2014 had moeten gebeuren. Daarvoor bestonden volgens [appellante] ook geen belemmeringen, omdat reeds sinds november 2012 een ambtelijk rapport, onderschreven door een advies van Veilig Verkeer Nederland van 25 oktober 2013 beschikbaar is, waaruit blijkt dat afsluiting van de Nijbroekseweg en de Calypsostraat de beste oplossing is voor de verkeersproblematiek ter plaatse. Volgens [appellante] heeft de rechtbank dan ook miskend dat het college zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het nog niet in staat was om een definitief besluit ter oplossing van de verkeersproblemen te nemen.

2.1. Ingevolge artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder "aanvraag" verstaan een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen.

Volgens artikel 4:1 wordt, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald, de aanvraag tot het geven van een beschikking schriftelijk ingediend bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen.

Volgens artikel 4:2, eerste lid, wordt de aanvraag ondertekend en bevat deze ten minste:

a. de naam en het adres van de aanvrager;

b. de dagtekening;

c. een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd.

Ingevolge artikel 7:11, eerste lid, vindt, indien het bezwaar ontvankelijk is, op grondslag daarvan een heroverweging van het bestreden besluit plaats.

Ingevolge het tweede lid, herroept het bestuursorgaan, voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, het bestreden besluit en neemt het voor zover nodig in de plaats daarvan een nieuw besluit.

2.2. Het geschil spitst zich toe op de vraag of het college bij het besluit van 5 maart 2014 heeft kunnen volstaan met het enkele herroepen van het besluit van 27 mei 2008, zonder een nieuw verkeersbesluit te nemen.

Het college heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat, gelet op al hetgeen in het nader onderzoek naar voren is gebracht en de raadpleging van alle betrokken partijen, het nog niet in staat is om een definitieve beslissing te nemen. Het college acht het, gelet op de betrokken belangen, noodzakelijk om eerst nog nader onderzoek te doen en eventueel te nemen maatregelen te evalueren, alvorens mogelijk tot een nieuw verkeersbesluit kan worden gekomen.

2.3. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat het college heeft kunnen volstaan met de enkele herroeping van het besluit van 27 mei 2008. De rechtbank heeft daartoe allereerst terecht overwogen dat het besluit van 27 mei 2008 een ambtshalve genomen besluit is en daaraan geen aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb, ten grondslag ligt. Dat, zoals [appellante] onder verwijzing naar het advies van de bezwarencommissie van 7 oktober 2010 betoogt, omwonenden een aanvraag hebben ingediend, omdat in dat advies wordt opgemerkt: "Naar aanleiding van deze sluiproutes hebben aanwonenden verzocht om de afsluiting in de Nijbroekseweg en de Operettestraat nu reeds te realiseren, aldus verweerder", leidt niet tot een ander oordeel. [appellante] heeft, afgezien van deze verwijzing naar het advies van de bezwarencommissie, dit betoog niet onderbouwd door een schriftelijke aanvraag te overleggen, zodat niet kan worden vastgesteld of sprake is van een aanvraag die aan de daaraan in de artikelen 4:1 en 4:2, eerste lid, van de Awb, gestelde vereisten voldoet. Bovendien is daarom onbekend wie de desbetreffende aanvragers zijn en of die zijn aan te merken als belanghebbenden in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb.

Het betoog van [appellante] dat in haar bezwaarschrift van 16 juni 2008 een aanvraag tot het nemen van een besluit moet worden gelezen, leidt evenmin tot het daarmee beoogde doel. Dat in dat bezwaarschrift door [appellante] een voorstel voor een alternatieve wegafsluiting wordt gedaan, in plaats van de wegafsluiting waarin het besluit van 27 mei 2008 voorziet, maakt dit bezwaarschrift geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Bovendien zou, als hierin wel een aanvraag zou moeten worden gelezen, die aanvraag niet tot gevolg hebben dat het besluit van 27 mei 2008 een op aanvraag genomen besluit is, omdat de gestelde aanvraag van na dat besluit dateert.

De rechtbank heeft eveneens terecht overwogen dat ook anderszins geen aanleiding bestaat voor het oordeel dat het college niet kon volstaan met de enkele herroeping van het besluit van 27 mei 2008.

Zij heeft daarbij terecht in aanmerking genomen dat uit de gedingstukken blijkt dat het college in overleg met de Klankbordgroep eerst een aantal maatregelen zal nemen, deze vervolgens zal evalueren en daarna mogelijk opnieuw tot een wegafsluiting zal komen, namelijk indien na het treffen van die maatregelen de maximale verkeersdruk wordt overschreden. De rechtbank heeft daarbij geconstateerd dat het tijdpad dat het college heeft genoemd waarbinnen het de te nemen stappen zal uitvoeren, eveneens in overleg met de Klankbordgroep tot stand is gekomen.

De rechtbank is gelet op het voorgaande terecht tot het oordeel gekomen dat onder de gegeven omstandigheden het college niet gehouden was om een nieuw verkeersbesluit te nemen. Hetgeen [appellante] voor het overige nog heeft aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel.

Het betoog faalt.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Kramer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, griffier.

w.g. Kramer w.g. Bolleboom

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2015

641.