Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3706

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-12-2015
Datum publicatie
02-12-2015
Zaaknummer
201503243/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 29 januari 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Rembrandtlaan 2014" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503243/1/R2.

Datum uitspraak: 2 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de vereniging Bewonersvereniging Bilthoven-Noord en stichting Stichting Wijkraad De Leijen, beide gevestigd te De Bilt,

2. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], beiden wonend te Bilthoven, gemeente De Bilt,

en

de raad van de gemeente De Bilt,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 januari 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Rembrandtlaan 2014" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de Bewonersvereniging en de Wijkraad alsmede [appellanten sub 2] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 september 2015, waar de Bewonersvereniging en de Wijkraad, vertegenwoordigd door [gemachtigden], vergezeld door E.M.H. Thier, [appellanten sub 2], en de raad, vertegenwoordigd door I. de Feijter en mr. K.L. Markerink, vergezeld door M. Corsel en A. van Breda, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Voorts is ter zitting [eigenaar gronden], bijgestaan door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Ontvankelijkheid

1. Ingevolge de artikelen 3:11, 3:15 en 3:16 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt het ontwerpplan ter inzage gelegd voor de duur van zes weken en kunnen gedurende deze termijn zienswijzen naar voren worden gebracht bij de raad.

[appellant sub 2B] heeft geen zienswijze over het ontwerpplan naar voren gebracht. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb, kan geen beroep worden ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan door een belanghebbende die over het ontwerpplan niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht, tenzij hem redelijkerwijs niet kan worden verweten dit te hebben nagelaten.

Deze omstandigheid doet zich niet voor. Het beroep van [appellanten sub 2], voor zover dat is ingesteld door [appellant sub 2B], is niet-ontvankelijk.

Toetsingskader

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Planbeschrijving

3. Het plangebied beslaat een woongebied ten noorden van de Rembrandtlaan alsmede het bestaande bedrijventerrein 'Rembrandtlaan', dat naast de spoorlijn Utrecht-Amersfoort en nabij het treinstation van Bilthoven ligt. Het plan voorziet in een - gedeeltelijke - herontwikkeling van het bestaande bedrijventerrein. Een aantal ruimtelijke ontwikkelingen is als zodanig bestemd zoals de komst van een hotel met een restaurant en vergader- en congresruimten, maximaal 55 nieuwe, gestapelde, woningen en detailhandel. Voor andere, minder concrete ontwikkelingen zijn wijzigingsbevoegdheden in het plan opgenomen.

Congresfunctie

4. De Bewonersvereniging en de Wijkraad voeren aan dat pas bij de gewijzigde vaststelling een congresfunctie is opgenomen in de planregels die betrekking hebben op het plandeel dat ziet op nieuwbouwlocatie De Timpe. Verder betogen de Bewonersvereniging en de Wijkraad en [appellant sub 2A] dat ten onrechte in de planregels geen limiet is gesteld aan de maximale omvang van die congresfunctie.

4.1. Anders dan de Bewonersvereniging en de Wijkraad stellen, was reeds in het ontwerpplan voorzien in congresruimten. In artikel 7, lid 7.1, aanhef en onder b, van de regels van het ontwerpplan was bepaald dat de gronden met de bestemming "Gemengd - 2" mede bestemd zijn voor vergader- en congresruimten. In zoverre mist dit betoog feitelijke grondslag.

4.2. Wat betreft de maximale omvang van de vergader- en congresruimten in het toekomstige gebouw van De Timpe, overweegt de Afdeling dat in artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels is bepaald dat de bruto vloeroppervlakte van het hotel met bijbehorend restaurant en vergader- en congresruimten ten hoogste 9.450 m2 mag bedragen. In de planregels is voor de vergader- en congresruimten geen afzonderlijke oppervlakte opgenomen. Zowel in de stukken als ter zitting is door de raad en [eigenaar gronden] aangegeven dat ongeveer 1.750 m2 van de totale toegestane bruto vloeroppervlakte is bedoeld voor vergader- en congresruimten. De planregels sluiten echter een grotere oppervlakte voor die functie niet uit als gevolg van het ontbreken van een bepaling met betrekking tot de maximale oppervlakte. Hierdoor maakt het plan meer mogelijk dan waarvan is uitgegaan in de bouwplannen. Gelet hierop slaagt het betoog van de Bewonersvereniging en de Wijkraad en [appellant sub 2A].

4.3. Desgevraagd is ter zitting door [eigenaar gronden] bevestigd dat een maximale oppervlakte van 1.800 m2 voor vergader- en congresruimten afdoende is voor de realisering van het bouwplan voor De Timpe. Ter zitting heeft de raad meegedeeld dat hij kan instemmen met die maximale oppervlakte voor vergader- en congresruimten. Het toevoegen van een planregel met een dergelijke bepaling betekent een beperking van de planologische mogelijkheden die het plan op dit punt thans biedt. Mede gelet hierop is niet aannemelijk dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, zodat de Afdeling aanleiding ziet om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zelf in de zaak te voorzien. De Afdeling zal een maximale oppervlakte van 1.800 m2 voor vergader- en congresruimten toevoegen aan artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels. Bij de bespreking van de overige beroepsgronden zal de Afdeling uitgaan van deze toe te voegen beperking in de planregels.

Parkeerbehoefte

5. Volgens de Bewonersvereniging en de Wijkraad is met de komst van een congresfunctie geen rekening gehouden bij de berekening van het aantal benodigde parkeerplaatsen, omdat voor deze functie geen norm is opgenomen in de parkeerkencijfers. Ook wijzen zij erop dat in artikel 24 van de planregels is opgenomen dat op eigen terrein dient te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid, maar het college van burgemeester en wethouders van die bepaling kan afwijken bij omgevingsvergunning. De Bewonersvereniging en de Wijkraad achten het onwenselijk als in de toekomst van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt.

Ook [appellant sub 2A] betoogt dat in het plan ten onrechte geen rekening is gehouden met de omvang van de congresfaciliteiten in nieuwbouwlocatie De Timpe. Volgens hem kan hiervoor op het eigen terrein van De Timpe niet worden voorzien in de parkeerbehoefte.

5.1. In hetgeen de Bewonersvereniging en de Wijkraad naar voren hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid tot de in artikel 24 van de planregels opgenomen afwijkingsbevoegdheid heeft kunnen besluiten. Wat betreft het gebruik maken door het college van de afwijkingsbevoegdheid ten aanzien van de eis dat op eigen terrein in voldoende parkeerplaatsen moet worden voorzien die in artikel 24, lid 24.2, onder b, van de planregels is opgenomen, wijst de Afdeling erop dat het eventueel aanwenden van deze bevoegdheid ziet op de toekomstige uitvoering van het plan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Deze beroepsgrond moet derhalve buiten beschouwing blijven. Indien het college van deze afwijkingsbevoegdheid gebruik maakt, kunnen de Bewonersvereniging en de Wijkraad hun bezwaren tegen dat besluit kenbaar maken door gebruik te maken van de rechtsmiddelen die in de daarvoor aangewezen procedure ter beschikking staan.

5.2. Wat betreft de gestelde toename van de parkeerdruk als gevolg van het realiseren van onvoldoende parkeerplaatsen, overweegt de Afdeling als volgt. Door de Bewonersvereniging en de Wijkraad noch door [appellant sub 2A] zijn de uitgangspunten in de plantoelichting waarop de berekening van de parkeerbehoefte bij De Timpe is gebaseerd bestreden. Ook in het memo dat de Bewonersvereniging en de Wijkraad hebben overgelegd van Bonotraffics bv van 30 maart 2015, waarin de verkeersparagraaf in de plantoelichting wordt beoordeeld, worden die uitgangspunten niet bestreden.

De stelling van de Bewonersvereniging en de Wijkraad dat voor de congresfunctie geen norm is opgenomen in de parkeerkencijfers baseren zij - zo begrijpt de Afdeling uit het memo van Bonotraffics - op het ontbreken van een parkeerkencijfer voor die functie in tabel 2.4 op bladzijde 67 van de plantoelichting. In de plantoelichting is bij deze tabel echter vermeld dat in die tabel alleen de parkeerkencijfers van de belangrijkste functies in het plangebied zijn opgenomen. Deze tabel is derhalve niet uitputtend bedoeld. Voorts is op dezelfde bladzijde van de plantoelichting vermeld dat bij de berekening van het benodigde aantal parkeerplaatsen is uitgegaan van de parkeerkencijfers zoals die zijn opgenomen in publicatie 317 van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water-, en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: CROW) uit 2012. In die publicatie is op bladzijde 78 een parkeerkencijfer voor de functie 'evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw opgenomen. In zoverre mist dit betoog van de Bewonersvereniging en de Wijkraad feitelijke grondslag en is, anders dan [appellant sub 2A] stelt, in het plan bij de berekening van de parkeerbehoefte met de congresfunctie van De Timpe rekening gehouden.

In de plantoelichting is op bladzijde 67 vermeld dat bij de parkeerbehoefte is uitgegaan van gemiddelde parkeerkencijfers. Voor de congresfunctie van De Timpe komt dat uitgaande van 1.800 m2 bruto vloeroppervlakte en de hiervoor genoemde publicatie 317 van het CROW, waarin een gemiddelde globale parkeerkencijfer van 6,5 parkeerplaats per 100 m2 bruto vloeroppervlakte is opgenomen, neer op ongeveer 117 benodigde parkeerplaatsen. Ter zitting is gebleken dat binnen het bouwvlak van De Timpe ongeveer 264 parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd. Voor de overige functies die zullen worden gerealiseerd op De Timpe resteren dan ongeveer 147 parkeerplaatsen. In hetgeen de Bewonersvereniging en de Wijkraad en [appellant sub 2A] naar voren hebben gebracht ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat, uitgaande van een hotel in het hogere segment, met bijbehorend restaurant en 1.800 m2 aan vergader- en congresruimten, alsmede rekening houdende met de 55 gestapelde woningen en enig dubbelgebruik van de 264 parkeerplaatsen, niet in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien voor alle toekomstige functies in De Timpe.

Dat het plan tot een toename van de parkeerdruk in de omgeving zal leiden hebben de Bewonersvereniging en de Wijkraad en [appellant sub 2A] dan ook niet aannemelijk gemaakt. Dit betoog faalt.

Verkeersintensiteiten

6. De Bewonersvereniging en de Wijkraad betogen dat in het verkeersmodel dat is gebruikt ten behoeve van het plan ten onrechte is uitgegaan van de avondspits. Hiertoe wijzen zij erop dat in de omgeving van het station Bilthoven de verkeersintensiteiten het grootste zijn in de ochtendspits, omdat dan de aanvangstijden van scholen samenvallen met de spits van forensen en studenten. Dat in het verkeersmodel rekening is gehouden met fietsende scholieren is volgens hen niet voldoende, omdat de richting van de verkeerstromen in de ochtend- en de avondspits verschillend is. Bovendien zal het houden van congressen in De Timpe deze piekbelasting in de ochtendspits verergeren en daar is onvoldoende rekening mee gehouden, aldus de Bewonersvereniging en de Wijkraad.

Verder stellen de Bewonersvereniging en de Wijkraad dat geen rekening is gehouden met het realiseren van een omvangrijk kantoorgebouw van 17,6 meter hoog naast De Timpe en de verkeersaantrekkende werking die daarmee gepaard gaat. Daarnaast zijn elders in het plangebied grootschalige leisure-ontwikkelingen voorzien, waarmee in het verkeersmodel geen rekening is gehouden.

Ook zal realisering van De Timpe leiden tot verkeersopstoppingen bij de nabijgelegen rotonde op de Jan Steenlaan, met verkeersonveilige situatie voor fietsers als gevolg. Tevens is de bevoorrading van nieuwbouwlocatie De Timpe voorzien door middel van een doodlopende weg die uitkomt op Rembrandtlaan. Daardoor moeten vrachtwagens van leveranciers achteruit het terrein oprijden en de Rembrandtlaan is ter plaatse zeer smal. Dit zal tot zeer gevaarlijke situaties leiden, met name voor scholieren die langs deze route fietsen, aldus de Bewonersvereniging en de Wijkraad.

6.1. Ten aanzien van het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2" waaraan een maximale bouwhoogte van 17,6 meter is toegekend, stelt de Afdeling vast dat in artikel 7, lid 7.4.2, onder c, van de planregels de bruto vloeroppervlakte voor kantoren tot maximaal 2.850 m2 is beperkt. Door de raad is gesteld dat deze oppervlakte gelijk is aan de oppervlakte van de bestaande kantoorpanden op deze locatie die zullen worden gesloopt. Nu dit door de Bewonersvereniging en de Wijkraad niet is bestreden, ziet de Afdeling geen reden om de raad niet te volgen in het standpunt dat dit plandeel niet tot een wezenlijke toename van het aantal verkeersbewegingen zal leiden. Het betoog faalt.

6.2. Wat betreft de ontwikkeling van leisurevoorzieningen elders in het plangebied, overweegt de Afdeling dat die mogelijke toekomstige ontwikkelingen niet bij recht mogelijk zijn gemaakt in het plan noch door middel van de wijzigingsbevoegdheden in het plan zijn opgenomen. Nu het voorliggende plan niet voorziet in deze ruimtelijke ontwikkelingen, hoefde daar in de verkeersberekeningen ook geen rekening mee te worden gehouden. Derhalve faalt dit betoog.

6.3. In hoofdstuk 2 van de plantoelichting wordt een overzicht gegeven van de huidige verkeersintensiteiten op de wegen in en rondom het plangebied alsmede van de verwachte extra verkeersbewegingen die de nieuwe ontwikkelingen die in het plan zijn voorzien zullen genereren. Ook is in bijlage 1 bij de plantoelichting de 'Mobiliteitstoets Rembrandtlaan' opgenomen, waarin de verkeersafwikkeling in en rondom het plangebied nader in kaart is gebracht. In de plantoelichting is vermeld dat het plan tot een toename van de verkeersdruk leidt en dat de rotonde op de Jan Steenlaan het knelpunt is, omdat daar regelmatig wachtrijen ontstaan doordat autoverkeer daar voorrang moet verlenen aan fietsers. Omdat deze wachtrijen snel oplossen is sprake van een acceptabele verkeersafwikkeling.

In het eerdergenoemde memo van Bonotraffics is vermeld dat de verkeerseffecten in beginsel uitvoerig en gefundeerd zijn onderbouwd en dat de gehanteerde kencijfers en aannames te verdedigen zijn en niet afwijken van wat gangbaar is. Over het hanteren van een avondspitsmodel voor de verkeersintensiteiten wordt in het memo van Bonotraffics opgemerkt dat mag worden aangenomen dat het verkeersmodel een goed beeld geeft van de verkeersafwikkeling, maar dat het wenselijk is om ook voor de ochtendspits te berekenen in hoeverre wachtrijen ontstaan op de Jan Steenlaan. Dit vanwege het feit dat de congresfunctie van De Timpe een grote verkeersaantrekkende werking kan hebben in de ochtendspits.

In de hiervoor genoemde Mobiliteitstoets is vermeld dat bij de berekeningen het avondspitsmodel is gebruikt, maar dat daarbij de fietsers tijdens de ochtendspits in dat model zijn toegevoegd om een worst case-scenario te krijgen. In het memo van Bonotraffics wordt die werkwijze niet ter discussie gesteld. Voor zover Bonotraffics in haar memo erop wijst dat in de Mobiliteitstoets de verkeersaantrekkende werking van een omvangrijk congrescentrum niet is berekend, overweegt de Afdeling dat dit geen reden geeft om het verkeersmodel gebrekkig te achten nu de komst van een dergelijke voorziening niet met het plan is beoogd en die na deze uitspraak ook in de planregels is uitgesloten. Op de stelling van de Bewonersvereniging en de Wijkraad dat in de ochtendspits de verkeersstromen anders zijn, heeft de raad gereageerd door te wijzen op een memo van Grontmij van 1 oktober 2013. Daarbij is voor het in beeld brengen van de verkeersafwikkeling op de rotonde op de Jan Steenlaan gebruik gemaakt van een ochtendspitsmodel, waaruit blijkt dat een ochtendspitsmodel geen negatiever beeld laat zien dan een avondspitsmodel.

Gelet op het voorgaande en uitgaande van de maximale oppervlakte van 1.800 m2 voor vergader- en congresruimten, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat in het verkeersmodel met de congresfunctie van De Timpe onvoldoende rekening is gehouden of dat in het verkeersmodel de berekende verkeersintensiteiten zijn onderschat. Dat in de ochtendspits sprake is van een piek in het aantal verkeersbewegingen in en rondom het plangebied is niet in geschil. Namens de raad is ter zitting meegedeeld dat die piek zich rond kwart over acht in de ochtend voordoet en ongeveer een kwartier duurt. In dat tijdvak is een groot aantal schoolgaande kinderen op de fiets en veel woon-werkverkeer in het gebied aanwezig. Dat het plan, met name het plandeel dat ziet op De Timpe, mogelijk een bijdrage levert aan de huidige piekbelasting betekent niet dat de raad hierom van de vaststelling van het plan in de huidige vorm heeft moeten afzien. Daarbij is van belang dat de geconstateerde piek in het aantal verkeersbewegingen relatief kort duurt en dat uit de Mobiliteitstoets noch uit het eerdergenoemde memo van Bonotraffics blijkt dat de wegen in en rondom het plangebied onvoldoende capaciteit hebben voor het berekende aantal verkeersbewegingen tijdens de piekmomenten.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijk het gebruikte verkeersmodel ten grondslag heeft mogen leggen aan het plan. Dit betoog faalt.

Verkeersveiligheid

7. Voor zover de Bewonersvereniging en de Wijkraad aanvoeren dat de verwachte wachtrijen voor de rotonde op de Jan Steenlaan tot onveilige verkeerssituaties zullen leiden voor fietsers langs deze weg, overweegt de Afdeling dat in de plantoelichting en de Mobiliteitstoets is vermeld welke verkeersmaatregelen als gevolg van de verkeerstoename dienen te worden getroffen. Eén van die maatregelen is het doortrekken van het bestaande vrijliggende fietspad op de rotonde op de Jan Steenlaan tot na de kruising van de Jan Steenlaan en de Rembrandtlaan. Daardoor zal op deze kruising en het deel van de Jan Steenlaan met de hoogste verkeersintensiteiten een vrijliggend fietspad aanwezig zijn. Ter zitting is namens de raad daaraan nog toegevoegd dat op de rotonde het zogenoemde 'Zebra-Safe systeem' reeds is aangelegd, dat gemotoriseerd verkeer met lichtsignalen waarschuwt voor overstekende fietsers en dat de snelheid op en nabij de rotonde laag ligt. Nu de Bewonersvereniging en de Wijkraad hun betoog niet nader hebben onderbouwd, ziet de Afdeling geen reden voor het oordeel dat de verkeerstoename als gevolg van het plan en de daarmee gepaard gaande wachtrijen op sommige momenten voor de rotonde op de Jan Steenlaan uit het oogpunt van verkeersveiligheid tot een onaanvaardbare situatie zullen leiden. Dit betoog treft geen doel.

8. Wat betreft het achteruit manoeuvreren van vrachtauto’s op de Rembrandtlaan in verband met bevoorrading van De Timpe, overweegt de Afdeling als volgt. Niet in geschil is dat de Rembrandtlaan in de bestaande situatie een vrij smal wegprofiel heeft. Dit gegeven betekent op zichzelf echter nog niet dat verwezenlijking van het plandeel dat ziet op De Timpe uit een oogpunt van verkeersveiligheid tot een onaanvaardbare situatie zal leiden. Hierbij is van belang dat door [eigenaar gronden] ter zitting is toegelicht dat op het terrein van De Timpe een keerlus voor bevoorradingsverkeer zal worden aangelegd en dat de raad erop heeft gewezen dat - gezien de toekomstige functies in De Timpe - geen grote aantallen grote vrachtwagens worden verwacht. Dat soms wellicht een grote vrachtwagen achteruit het terrein op zal moeten rijden, hetgeen blijkens de overgelegde foto’s bij de bestaande bedrijven langs de Rembrandtlaan ook nu al gebeurt, leidt niet tot een ander oordeel. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat door de Bewonersvereniging en de Wijkraad niet is bestreden dat de Rembrandtlaan in de huidige situatie voornamelijk dient ter ontsluiting van de aangrenzende percelen, waardoor de verkeersintensiteiten daar relatief laag zijn, dat de maximumsnelheid op de Rembrandtlaan zal worden verlaagd naar 30 km per uur en dat de belangrijkste fietsroute voor schoolgaande kinderen niet langs de Rembrandtlaan, maar langs de Jan Steenlaan loopt.

Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding om de raad niet te volgen in het standpunt dat geen reden bestaat om te verwachten dat het bevoorradingsverkeer bestemd voor De Timpe in de toekomst tot verkeersonveilige situaties op de Rembrandtlaan zal leiden.

Ontsluiting

9. Met betrekking tot het betoog van [appellant sub 2A] dat het aanleggen van de in- en uitrit van de toekomstige parkeergarage van De Timpe aan de Rembrandtlaan verkeersonveilig zal zijn en dat het realiseren van deze in- en uitrit aan de Jan Steenlaan een betere optie is uit verkeersoogpunt, overweegt de Afdeling als volgt. De raad stelt dat het deel van de Jan Steenlaan nabij het plangebied een gebiedsontsluitingsweg is voor de achterliggende woonwijk met hogere verkeersintensiteiten. Daarom is het realiseren van een in- en uitrit op de Jan Steenlaan volgens de raad uit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk. Voor zover [appellant sub 2A] erop wijst dat langs de Jan Steenlaan, ter hoogte van de zogenoemde 'bypass', reeds een in- en uitrit voor een parkeerplaats is aangelegd, is ter zitting namens de raad toegelicht dat het parkeerterrein met de bewuste in- en uitrit een noodoplossing betreft en dat vanwege de ligging aan de Jan Steenlaan het realiseren van een permanente in- en uitrit voor de parkeergarage van De Timpe op deze plek om dezelfde redenen evenmin wenselijk is.

Door [appellant sub 2A] is niet weersproken dat de Rembrandtlaan de laagste verkeersintensiteiten heeft voor gemotoriseerd verkeer en fietsers. Dat het realiseren van de in- en uitrit aan de Rembrandtlaan tot een verkeersonveilige situatie zal leiden heeft [appellant sub 2A] niet aannemelijk gemaakt. Voorts ziet de Afdeling geen reden om de raad niet te volgen in het standpunt dat realisering van de in- en uitrit naar de toekomstige parkeergarage aan de Jan Steenlaan, al dan niet ter hoogte van de zogenoemde bypass, uit verkeerskundig oogpunt niet wenselijk is. Gelet op het voorgaande bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid ervoor heeft kunnen kiezen om de in- en uitrit van de toekomstige parkeergarage aan de Rembrandtlaan te realiseren. Dit betoog faalt.

Lichthinder

10. Ten aanzien van het betoog van [appellant sub 2A] dat de in- en uitrit van de toekomstige parkeergarage onder De Timpe zich tegenover zijn woning zal bevinden en dit zal leiden tot lichthinder, overweegt de Afdeling als volgt.

Voor zover hij inspraak wenst met betrekking tot de vormgeving van de in- en uitrit om zodoende de lichthinder te kunnen beperken, overweegt de Afdeling dat dit geen betrekking heeft op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen, zodat dit betoog in zoverre buiten beschouwing moet blijven. Voorts heeft [appellant sub 2A] niets aangevoerd dat aanleiding geeft om te twijfelen aan de stelling van de raad dat bij de uitvoering van het plan zo nodig maatregelen kunnen worden getroffen om lichthinder voor omwonenden tegen te gaan. Gelet op de mogelijkheden om maatregelen te treffen bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad dienaangaande eisen in de planregels had moeten opnemen. Dit betoog treft dan ook geen doel.

Overigens is ter zitting door [eigenaar gronden] toegezegd dat bij de uitwerking van het bouwplan voor De Timpe overleg zal plaatsvinden met de omwonenden over de exacte situering en uitvoering van de in- en uitrit van de parkeergarage met het oog op het zoveel mogelijk tegengaan van mogelijke hinder.

Luchtkwaliteit

11. De Bewonersvereniging en de Wijkraad betogen dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de gevolgen van het plan voor de luchtkwaliteit, omdat het plandeel dat ziet op De Timpe tot meer verkeersbewegingen zal leiden. Dat in de plantoelichting is vermeld dat de normen niet worden overschreden is volgens hen onvoldoende, aangezien daarbij niet naar een achterliggend onderzoek wordt verwezen.

11.1. De raad stelt zich op het standpunt dat tijdens de planvoorbereiding verschillende onderzoeken naar de luchtkwaliteit zijn uitgevoerd. Daaruit volgde telkens als conclusie dat de huidige achtergrondconcentraties in de buitenlucht ruim beneden de wettelijke grenswaarden liggen en dat de bijdrage van het plan aan de concentraties in de buitenlucht niet tot overschrijding van die grenswaarden zal leiden.

11.2. In de plantoelichting is vermeld dat de huidige concentraties voor stikstofoxide (NO2) en fijn stof (PM10) zich onder de grenswaarden bevinden als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer, welke zijn opgenomen in bijlage 2 bij die wet. Voorts is vermeld dat de beoogde ontwikkelingen op nieuwbouwlocatie De Timpe een verkeersaantrekkende werking hebben, waardoor de concentraties luchtverontreinigende stoffen toenemen, maar dat het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.

Dat in de plantoelichting is vermeld dat het plan 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer kan de Afdeling niet volgen. Het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2", dat ziet op De Timpe, voorziet immers niet uitsluitend in categorieën van inrichtingen, kantoorlocaties en woningbouwlocaties die in de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' zijn aangewezen.

Wat betreft de stelling van de raad dat na realisering van De Timpe wordt voldaan aan de eerdergenoemde grenswaarden, overweegt de Afdeling als volgt. De Bewonersvereniging en de Wijkraad wijzen er terecht op dat in de plantoelichting niet wordt verwezen naar enig onderzoek ter staving van die stelling. Ter zitting is desgevraagd door de raad bevestigd dat de berekeningen van het eerder verrichte onderzoek naar de luchtkwaliteit niet bij het plan zijn gevoegd. Gelet hierop heeft de raad ten tijde van de vaststelling van het plan niet inzichtelijk gemaakt dat met betrekking tot de luchtkwaliteit aan de grenswaarden wordt voldaan. Dit betoog treft dan ook doel.

Conclusie

12. Gelet op hetgeen onder 4.3 is overwogen is het beroep van [appellanten sub 2], voor zover ingesteld door [appellant sub 2A], gegrond. Gezien hetgeen onder 4.3 en 11.2 is overwogen is het beroep van de Bewonersvereniging en de Wijkraad gegrond.

Het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels en op het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2", is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb en dient in zoverre te worden vernietigd.

12.1. Wat betreft het gebrek in artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels heeft de Afdeling hiervoor onder 4.3 overwogen dat zij op dit punt zelf in de zaak zal voorzien, door het toevoegen van een maximale oppervlakte van 1.800 m2 voor vergader- en congresruimten, op de hierna te melden wijze. Daarbij zal worden bepaald dat deze uitspraak ten aanzien van dit planonderdeel in de plaats treedt van het bestreden besluit.

Uit oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

12.2. Wat betreft het gebrek dat ten tijde van de vaststelling van het plan niet inzichtelijk is gemaakt dat na verwezenlijking van De Timpe aan de grenswaarden als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder a, van de Wet milieubeheer wordt voldaan, ziet de Afdeling aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit, voor zover dat ziet op het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2", met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb in stand te laten. Daarbij is van belang dat in bijlage 2 bij het verweerschrift alsnog berekeningen zijn gevoegd van een onderzoek naar de bijdrage van het plan aan de luchtkwaliteit. Daaruit blijkt dat het plan niet leidt tot overschrijding van de grenswaarden van de concentraties van stoffen in de buitenlucht als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder a, in samenhang gelezen met bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Nu de Bewonersvereniging en de Wijkraad de uitkomsten van deze berekeningen niet hebben bestreden, ziet de Afdeling geen aanleiding om aan de juistheid ervan te twijfelen.

Proceskosten

13. De raad dient ten aanzien de Bewonersvereniging en de Wijkraad alsmede ten aanzien van [appellanten sub 2] op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], voor zover het beroep is ingesteld door [appellant sub 2B], niet-ontvankelijk;

II. verklaart de beroepen van de stichting Bewonersvereniging Bilthoven-Noord en Stichting Wijkraad De Leijen alsmede van [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], voor zover het beroep is ingesteld door [appellant sub 2A], gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente De Bilt van 29 januari 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Rembrandtlaan 2014", voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels en op het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2";

IV. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven, met uitzondering van de vaststelling van artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels;

V. bepaalt dat artikel 7, lid 7.4.2, onder b, van de planregels als volgt komt te luiden: "Het bruto vloeroppervlak van het hotel met het bijbehorend restaurant en vergader- en congresruimten bedraagt ten hoogste 9.450 m2, met dien verstande dat daarvan ten hoogste 1.800 m2 bruto vloeroppervlak mag worden gebruikt ten behoeve van vergader- en congresruimten.";

VI. bepaalt dat deze uitspraak ten aanzien van het hiervoor vermelde onderdeel V in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VII. draagt de raad van de gemeente De Bilt op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel V wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VIII. veroordeelt de raad van de gemeente De Bilt tot vergoeding van bij de stichting Bewonersvereniging Bilthoven-Noord en Stichting Wijkraad De Leijen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 630,00 (zegge: zeshonderddertig euro), met dien verstande dat vergoeding aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

IX. veroordeelt de raad van de gemeente De Bilt tot vergoeding van bij [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 490,00 (zegge: vierhonderdnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat vergoeding aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

X. gelast dat de raad van de gemeente De Bilt aan de stichting Bewonersvereniging Bilthoven-Noord en Stichting Wijkraad De Leijen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,00 (zegge: driehonderdeenendertig euro) vergoedt, met dien verstande dat vergoeding aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

XI. gelast dat de raad van de gemeente De Bilt aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat vergoeding aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en mr. D.J.C. van den Broek, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.V. Vreugdenhil, griffier.

w.g. Van Buuren w.g. Vreugdenhil

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2015

571.