Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3686

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-12-2015
Datum publicatie
02-12-2015
Zaaknummer
201505891/1/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Sluitappel Noord" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2017/7764 met annotatie van R. Frusch
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201505891/1/R6.

Datum uitspraak: 2 december 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Masta Aanhangwagens B.V., gevestigd te Sint-Oedenrode,

appellante,

en

de raad van de gemeente Sint-Oedenrode,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Sluitappel Noord" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Masta BV beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 november 2015, waar Masta BV, vertegenwoordigd door [eigenaar], bijgestaan door mr. C. Billen en de raad, vertegenwoordigd door L.W.T.A.M. Vulders, werkzaam bij de raad, en N.E.M.C. Dekkers, geluiddeskundige, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

2. Met het plan wordt voorzien in de bouw van maximaal 175 woningen aan de noordoostkant van Sint-Oedenrode, ten noorden van de Sluitappel.

3. Masta BV, gevestigd op het bedrijventerrein De Kampen, aan de Marie Curiestraat 6-8, kan zich niet verenigen met de bestemming "Wonen", die is toegekend aan de gronden tegenover haar perceel. Zij voert daartoe aan dat, gelet op de geluidniveaus die zijn toegestaan in de aan haar inrichting verleende milieuvergunning en de door haar uitgevoerde laad- en losbewegingen op de weg tussen haar perceel en het plangebied, geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd bij de woningen die op 50 m van het bedrijf zijn voorzien. Daartoe wijst zij op het in haar opdracht opgestelde, bij de aanvraag van de milieuvergunning behorende akoestische onderzoek van 13 mei 2002, waarin staat dat geluidniveaus van met name ladende en lossende vrachtwagens rond of boven 67 dB(A) op een afstand van 50 m niet denkbeeldig zijn.

Volgens Masta BV moet haar bedrijf vanwege de fabricage van aanhangwagens worden aangemerkt als een categorie 4.1-bedrijf als bedoeld in de brochure Bedrijven en Milieuzonering uit 2009 van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (hierna: de VNG-brochure), waarvoor voor geluid een richtafstand tot woningen wordt aangehouden van minimaal 200 m. Door het plan worden haar uitbreidingsmogelijkheden beperkt, aldus Masta BV.

4. De raad heeft naar voren gebracht dat in de aan Masta BV verleende milieuvergunning van 22 oktober 2002 de fabricage van aanhangwagens niet wordt genoemd, zodat de gevolgen voor de omgeving van een dergelijke inrichting bij het bestreden besluit niet zijn onderzocht. Volgens de raad voldoen de activiteiten van Masta BV, inclusief de laad- en losactiviteiten, aan de voor haar ingevolge het Activiteitenbesluit voorgeschreven geluidniveaus bij de nieuwe woningen. Met het plan wordt volgens de raad tevens voldaan aan de richtafstanden van de VNG-brochure.

5. Op het bedrijventerrein De Kampen, waarop Masta BV is gevestigd, is het bestemmingsplan "Sint-Oedenrode - Oost" van toepassing.

In dat plan is aan de gronden van het bedrijf de bestemming "Bedrijventerrein - 1" toegekend.

Ingevolge artikel 6, lid 6.1.1, onder b, van de bij dat plan behorende planregels zijn de gronden met die bestemming onder meer bestemd voor het uitoefenen van bedrijfsactiviteiten die vermeld zijn in milieucategorie 2 en 3.1 van de bij dat plan behorende, aan de VNG-brochure ontleende, Lijst van bedrijven.

Ingevolge lid 6.6.1, onder b, kan het college van burgemeester en wethouders door middel van een omgevingsvergunning afwijken van lid 6.6.1, onder b, ten behoeve van bedrijfsactiviteiten die, hoewel gelet op de milieubelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig zijn aan de bedrijfsactiviteiten als bedoeld in categorie 2 of 3.1, niet in de Lijst van bedrijven wordt genoemd.

In artikel 6, lid 6.2.6, onder a, van de planregels van het hier voorliggende plan "Sluitappel Noord" is bepaald dat ter plaatse van de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - 5" geldt dat hoofdgebouwen op een afstand van minimaal 50 meter tot het bouwvlak van bedrijfsbebouwing op het bedrijventerrein aan de overzijde van de Marie Curiestraat dienen te worden gerealiseerd. Hiertoe is op de verbeelding een specifieke bouwaanduiding aangebracht op een strook grond over de noord-oostzijde van het plangebied.

6. Bij besluit van 22 oktober 2002 is aan het bedrijf een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer verleend voor een constructiewerkplaats en een inrichting voor het repareren, verhuren en verkopen van aanhangwagens aan de Marie Curiestraat 6-8.

Niet in geschil is dat de inrichting inmiddels rechtstreeks onder het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) valt. De geluidsbelasting vanwege de inrichting moet derhalve voldoen aan de grenswaarden die zijn opgenomen in artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit. Deze grenswaarden zijn overigens gelijk aan die welke in de milieuvergunning waren opgenomen.

6.1. Ingevolge artikel 2.17, eerste lid, van het Activiteitenbesluit geldt dat voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting:

a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;

b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten;

(…).

Tabel 2.17a geeft onder meer de volgende waarden aan:

07:00-19:00 uur

19:00-23:00 uur

23:00-07:00 uur

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

50 dB(A)

45 dB(A)

40 dB(A)

LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen

70 dB(A)

65 dB(A)

60 dB(A)

6.2. Ingevolge tabel 2.17a van het Activiteitenbesluit geldt met betrekking tot het maximale geluidniveau op de gevel van een gevoelig gebouw voor het tijdvak van 07:00 tot 19:00 uur 70 dB(A) als grenswaarde in de zin van artikel 2.17, eerste lid, aanhef en onder a.

Ingevolge het eerste lid, aanhef en onder b, zijn de in de dagperiode geldende maximale geluidgrenswaarden niet van toepassing op laad- en losactiviteiten.

Ingevolge artikel 6, lid 6.2.6, onder a, van het voorliggende plan is naar het oordeel van de Afdeling verzekerd dat de nieuwe woningen in het plangebied niet op kortere afstand dan 50 m van het bouwvlak van Masta BV zullen komen te liggen.

Gelet op het voorgaande heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat de maximale geluidniveaus van het bedrijf, zoals die in het akoestische rapport van 13 mei 2002 zijn berekend, op de gevel van de nieuwe woningen ruimschoots zullen voldoen aan de geluidnormering van 70 dB(A) voor de dagperiode. Mede gelet hierop en op het incidentele karakter van de laad- en losactiviteiten, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat ten gevolge van deze werkzaamheden bij de nieuwe woningen sprake zal zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Het betoog faalt.

6.3. Met betrekking tot de toets aan de VNG-brochure overweegt de Afdeling het volgende.

Volgens de raad is er bij de verplaatsing van het bedrijf naar De Kampen op advies van de SRE Eindhoven van uitgegaan dat de activiteiten van het bedrijf onder de - toen nog niet gesplitste - milieucategorie 3 vielen. De raad staat op het standpunt dat op het bedrijf thans de huidige milieucategorie 3.1 dan wel 3.2 van toepassing is, waaronder constructiebedrijven, lasinrichtingen of smederijen vallen en ten aanzien waarvan in de VNG-brochure voor geluid afstanden tot gevoelige bebouwing worden aangehouden van respectievelijk 50 m en 100 m.

De minimale afstand van 50 m tussen de geplande nieuwbouw en Masta BV is verzekerd in artikel 6, lid 6.2.6, onder a, van de planregels, aldus de raad. De raad stelt voorts dat, zo al van milieucategorie 3.2 zou moeten worden uitgegaan, hij van de in dat geval in de VNG-brochure aangehouden indicatieve afstand van 100 m gemotiveerd is afgeweken op de grond dat het bedrijf ruimschoots aan de in het Activiteitenbesluit voorgeschreven geluidnormen kan voldoen.

De Afdeling acht het standpunt van de raad ten aanzien van de toepasselijke VNG-categorie niet onjuist. Dat Masta BV naast de reparatie, verhuur en verkoop van elders geproduceerde aanhangwagens, in opdracht zelf specifieke aanhangwagens maakt, leidt niet tot een ander oordeel. In dat verband heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat daarmee nog geen sprake is van een fabriek van aanhangwagens, in welk geval, gelet op de VNG-brochure, sprake zou zijn van milieucategorie 4.1. De Afdeling ziet voorts geen aanleiding voor het oordeel dat de raad, op grond van de hierboven weergegeven afweging, niet in redelijkheid heeft kunnen afwijken van de afstandsnorm voor het geval sprake is van een bedrijf in milieucategorie 3.2.

Voor zover Masta BV heeft gesteld dat het bedrijf mogelijk in de toekomst zal willen uitbreiden, overweegt de Afdeling dat de plannen daarvoor niet concreet zijn. De raad heeft dan ook in redelijkheid alleen rekening mogen houden met de bestaande situatie. Het betoog faalt.

6.4. Gelet op het voorgaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de geplande woningbouw niet zal leiden tot een beperking van de bedrijfsactiviteiten van Masta BV en dat bij de nieuwe woningen geen sprake zal zijn van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. De Afdeling wijst er overigens op dat de raad blijkens het verhandelde ter zitting de intentie heeft om, teneinde klachten over laden en lossen op de openbare weg te voorkomen, mee te werken aan verplaatsing van de laad- en losactiviteiten van Masta BV aan de Marie Curiestraat naar haar eigen terrein.

7. Het beroep is ongegrond.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, griffier.

w.g. Uylenburg w.g. Zijlstra

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 2 december 2015

240.