Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3560

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
201506239/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij brief van 17 april 2015 heeft TLW beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de raad op zijn verzoeken van 30 april 2014 en 1 november 2014 om het bestemmingsplan voor de percelen waarop het bungalowpark Stille Wille te Meijel is gelegen, te herzien.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201506239/1/R1.

Datum uitspraak: 18 november 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. Team Legalisatie en Woonklimaat Stille Wille Meijel (hierna: TLW), gevestigd te Meijel, gemeente Peel en Maas,

2. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2]), beiden wonend te Meijel, gemeente Peel en Maas,

3. [appellant sub 3], wonend te Meijel, gemeente Peel en Maas,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Peel en Maas,

verweerder.

Procesverloop

Bij brief van 17 april 2015 heeft TLW beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de raad op zijn verzoeken van 30 april 2014 en 1 november 2014 om het bestemmingsplan voor de percelen waarop het bungalowpark Stille Wille te Meijel is gelegen, te herzien.

Bij dezelfde brief van 17 april 2015 heeft TLW namens [appellant sub 2] en [appellant sub 3] beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de raad op hun verzoeken van 28 februari 2013 respectievelijk 5 september 2014 om het bestemmingsplan voor de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Meijel te herzien.

Het beroepschrift is op 20 april 2015 door de rechtbank ontvangen en op 4 augustus 2015 aan de Afdeling doorgezonden.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 oktober 2015, waar TLW, vertegenwoordigd door [appellant sub 2A] en [gemachtigde], [appellant sub 2] en de raad, vertegenwoordigd door ing. C. Duijf en mr. L.F.J. Delahaije, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. De raad betoogt dat het beroep van TLW namens [appellant sub 2] en [appellant sub 3] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat aan de raad geen document ter hand is gesteld waaruit blijkt dat TLW namens hen mag optreden.

1.1. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, aanhef, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt een beroepschrift ondertekend.

Ingevolge artikel 6:6, voor zover hier van belang, kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, indien niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.

Ingevolge artikel 8:24, eerste lid, kunnen partijen zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen.

Ingevolge het tweede lid, gelezen in verbinding met het derde lid, kan de bestuursrechter van een gemachtigde, niet zijnde een advocaat, een schriftelijke machtiging verlangen.

1.2. De Afdeling overweegt dat TLW bij indiening van het beroepschrift namens [appellant sub 2] en [appellant sub 3] geen stukken heeft overgelegd waaruit de gestelde machtiging en vertegenwoordigen bleken. Bij aangetekende brief van 24 augustus 2015 is verzocht de gestelde machtiging en vertegenwoordiging aan te tonen. TLW heeft dit binnen de gestelde termijn gedaan, zodat het beroep om die reden niet niet-ontvankelijk is.

2. TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] betogen dat de raad niet tijdig een besluit heeft genomen op hun aanvragen om aan de percelen waarop het bungalowpark Stille Wille is gelegen, het perceel [locatie 1] en het perceel [locatie 2] te Meijel, alle thans bestemd als "Recreatie - Recreatiewoningen", een woonbestemming toe te kennen. De percelen worden reeds jaren permanent bewoond en dienen als zodanig te worden bestemd. TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] voeren aan dat de raad hun aanvragen ten onrechte heeft opgevat als een verzoek om informatie.

2.1. De raad stelt zich op het standpunt dat hij niet was gehouden inhoudelijk op de aanvragen van TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] te beslissen. Hij voert hiertoe aan dat de aanvragen niet vergezeld gingen van alle benodigde gegevens, zoals een toelichting op het gewenste besluit. De raad heeft TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] verzocht om de ontbrekende informatie alsnog aan te leveren. De raad heeft op dit verzoek geen reactie ontvangen.

2.2. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb moet onder besluit worden verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.

Ingevolge artikel 1:3, derde lid, moet onder aanvraag worden verstaan: een verzoek van een belanghebbende, een besluit te nemen.

Ingevolge artikel 4:5, eerste lid, onder c, kan het bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvragen de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen.

Ingevolge artikel 6:2, aanhef en onder b, wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld: het niet tijdig nemen van een besluit.

Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, kan een belanghebbende tegen een besluit beroep instellen bij de rechtbank.

Ingevolge artikel 8:6, eerste lid, kan het beroep worden ingesteld bij de rechtbank, tenzij een andere bestuursrechter bevoegd is ingevolge hoofdstuk 2 van de bij deze wet behorende Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak dan wel ingevolge een ander wettelijk voorschrift.

2.3. Vast staat dat TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] na indiening van hun aanvragen bij brief van 12 mei 2015 van de raad een verzoek tot aanvulling van de door hen aangeleverde gegevens hebben ontvangen. De raad heeft toegelicht dat hij over onvoldoende gegevens beschikte om de verzoeken te kunnen beoordelen. Ter zitting hebben TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] uiteengezet in de veronderstelling te verkeren dat de raad reeds beschikte over de informatie waar hij om verzocht. Om die reden hebben zij die brief van 12 mei 2015 niet beantwoord.

De Afdeling stelt vast dat de raad onder deze omstandigheden niet was gehouden om een inhoudelijke beslissing op de door TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] ingediende aanvragen te nemen. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet tijdig op de aanvragen van TLW, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] heeft beslist. Het beroep is derhalve niet-ontvankelijk.

3. Ten overvloede overweegt de Afdeling als volgt. In de uitspraak van 24 december 2014, in zaak nr. 201303444/1/R1, heeft de Afdeling het plandeel van het bestemmingsplan "Buitengebied Peel en Maas" dat onder meer betrekking had op de percelen waarop het bungalowpark Stille Wille is gelegen, het perceel [locatie 1] en het perceel [locatie 2] te Meijel, vernietigd en de raad van de gemeente Peel en Maas opgedragen om binnen 52 weken na verzending van de uitspraak en met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen, een nieuw besluit te nemen. Deze termijn van 52 weken loopt tot en met 23 december 2015. Dit betekent dat de raad uiterlijk op die datum alsnog een beslissing moet nemen omtrent het al dan niet in het bestemmingsplan toestaan van permanente bewoning van de recreatiewoningen op het bungalowpark Stille Wille.

4. De beroepen zijn niet-ontvankelijk.

5. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. F.C.M.A. Michiels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Schaaf, griffier.

w.g. Michiels w.g. Schaaf

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2015

523-831.