Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3499

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-11-2015
Datum publicatie
18-11-2015
Zaaknummer
201409687/3/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Buren" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201409687/3/R4.

Datum uitspraak: 18 november 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante] en anderen, wonend te Buren, gemeente Ameland,

en

de raad van de gemeente Ameland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Buren" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [appellante] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 maart 2015, waar onder meer [appellante] en anderen, bijgestaan door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door W.P. Bakema en G.A.M. Metz, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn daar onder meer [belanghebbende], vertegenwoordigd door mr. R. de Kamper, advocaat te Groningen, en [gemachtigde], gehoord.

Bij tussenuitspraak van 8 april 2015, in zaak nr. 201409687/1/R4, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 30 juni 2014 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 29 juni 2015 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Buren" gewijzigd vastgesteld.

[appellante] en anderen en [belanghebbende] zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid hebben zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 9 en 10 overwogen dat het besluit van 30 juni 2014 niet in overeenstemming is met hetgeen de raad heeft beoogd te regelen, omdat de in artikel 4, lid 4.5, van de planregels opgenomen wijzigingsbevoegdheid niet kan voorzien in de uitbreiding van het aannemersbedrijf van [belanghebbende] aan de [locatie] te Buren, op gronden met de aanduiding "Wetgevingszone-wijzigingsgebied 7". Het besluit is in zoverre in strijd met de bij de voorbereiding van een besluit te betrachten zorgvuldigheid vastgesteld.

2. Gelet op hetgeen onder 9 en 10 van de tussenuitspraak is overwogen is het beroep van [appellante] en anderen tegen het besluit van 30 juni 2014 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buren" gegrond. Dat besluit dient wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel te worden vernietigd, voor zover niet is voorzien in een wijzigingsbevoegdheid voor de uitbreiding van het aannemersbedrijf van [belanghebbende] op de gronden ten zuiden van het perceel aan de [locatie] te Buren.

3. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het besluit met inachtneming van hetgeen onder 10 is overwogen een planregeling vast te stellen die overeenstemt met de bedoeling van de raad.

4. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad bij besluit van 29 juni 2015 het bestemmingsplan "Buren" gewijzigd vastgesteld. Daarbij is artikel 4, lid 4.5.1, onder b, van de planregels gewijzigd.

Ingevolge die bepaling mag de bestemming "Agrarisch-Cultuurgrond" worden gewijzigd in de bestemming "Bedrijf", waarbij bouwvlakken worden gewijzigd dan wel toegevoegd, en de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf-aannemersbedrijf" wordt toegevoegd, mits:

1. de wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast ter plaatse van de aanduiding "Wetgevingszone-wijzigingsgebied 7" ;

2. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid voor de betreffende gronden de regels van artikel 5 van toepassing zijn;

3. de verkaveling en situering van de gebouwen zodanig is dat een goede aansluiting ontstaat op de structuur van de omgeving;

4. er sprake is van een goede landschappelijke, ruimtelijke en stedenbouwkundige inpassing.

5. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft het beroep van [appellante] en anderen van rechtswege mede betrekking op het besluit van 29 juni 2015.

6. [appellante] en anderen hebben naar aanleiding van het nieuwe besluit geen zienswijze ingediend. De Afdeling leidt hieruit af dat zij geen bezwaren hebben tegen het besluit van 29 juni 2015. Het van rechtswege ontstane beroep van [appellante] en anderen is ongegrond.

7. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellante] en anderen tegen het besluit van raad van de gemeente Ameland van 30 juni 2014, waarbij het bestemmingsplan "Buren" is vastgesteld, gegrond;

II. vernietigt het besluit van de gemeente Ameland van 30 juni 2014, waarbij het bestemmingsplan "Buren" is vastgesteld, voor zover niet is voorzien in een wijzigingsbevoegdheid voor de uitbreiding van het aannemersbedrijf van [belanghebbende] op de gronden ten zuiden van het perceel aan de [locatie] te Buren;

III. verklaart het beroep van [appellante] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Ameland van 29 juni 2015, waarbij het bestemmingsplan "Buren" gewijzigd is vastgesteld, ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Ameland tot vergoeding van bij [appellante] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 54,64 (zegge: vierenvijftig euro en vierenzestig cent), met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

V. gelast dat de raad van de gemeente Ameland aan [appellante] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 165,00 (zegge: honderdvijfenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Duursma, griffier.

w.g. Koeman w.g. Duursma

lid van de enkelvoudige kamer griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 november 2015

378.