Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3479

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-11-2015
Datum publicatie
11-11-2015
Zaaknummer
201507244/2/R6
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 juli 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Berghem Dorp - 2015" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201507244/2/R6.

Datum uitspraak: 5 november 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker], wonend te Megen, gemeente Oss,

en

de raad van de gemeente Oss,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 juli 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Berghem Dorp - 2015" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 26 oktober 2015, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A. Groenewoud, advocaat te Breda, en R.B.H. Visscher, en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.M. Aarns en ir. A.G. Kepers-Koornberg, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Rialto Vastgoedontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. W.G.B. van de Ven, advocaat te 's-Hertogenbosch, en [belanghebbende], als belanghebbenden gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het verzoek van [verzoeker] is gericht tegen het plandeel met de bestemming "Centrum - 1" en de aanduiding "horeca van categorie 4 uitgesloten" op de hoek van de St. Willibrordusstraat en de Kapelaan Kitslaarstraat. De raad wil met de bestemming van het bestreden plandeel de uitbreiding en verplaatsing van de Albert Heijn, die nu is gevestigd in de panden van [verzoeker] op de Sint Willibrordusstraat 41-45 te Berghem, mogelijk maken. Rialto Vastgoedontwikkeling B.V. zal het nieuwe winkelpand voor de Albert Heijn gaan ontwikkelen. [verzoeker] vreest onder meer dat door de verplaatsing van de Albert Heijn zijn panden leeg zullen blijven staan.

3. [verzoeker] heeft verzocht een voorlopige voorziening te treffen teneinde te voorkomen dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van het nieuwe winkelpand wordt verleend en onomkeerbare gevolgen ontstaan.

4. Ter zitting heeft Rialto Vastgoed B.V. te kennen gegeven dat zij niet kan toezeggen te zullen wachten met het doen van een aanvraag om een omgevingsvergunning totdat de Afdeling uitspraak zal hebben gedaan in de bodemprocedure, omdat zij zo snel mogelijk met de bouw van het winkelpand wil beginnen. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter spoedeisend belang aanwezig.

5. [verzoeker] betoogt onder verwijzing naar een rapport van R. Visscher, die werkzaam is bij CroonenBuro5, dat de conclusies in het rapport over de ruimtelijk-functionele effect-analyse die de raad door het adviesbureau BRO heeft laten uitvoeren in twijfel kunnen worden getrokken. Volgens [verzoeker] zijn onder meer ten onrechte niet de maximale mogelijkheden van het plan bij de analyse betrokken en is de bevolkingsprognose en de koopkrachtbinding waarvan wordt uitgegaan te rooskleurig. Volgens [verzoeker] leidt het plan anders dan in het rapport van het BRO wordt geconcludeerd tot structurele leegstand. Het plan is daarmee in strijd met artikel 3.1.6., tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening.

6. De voorzieningenrechter is van oordeel dat [verzoeker] met het door hem overgelegde deskundigenrapport het rapport van het BRO dat de raad aan de motivering van het plan ten grondslag heeft gelegd gemotiveerd heeft bestreden. Het betoog van [verzoeker] op dit punt vergt nader onderzoek waarvoor deze procedure zich niet goed leent.

De raad heeft ter zitting toegelicht dat de gronden waarop het bestreden plandeel ziet eigendom zijn van de gemeente en dat deze niet worden overgedragen voordat het plan en de omgevingsvergunning onherroepelijk zijn. Rialto Vastgoed B.V. heeft aangegeven niet op korte termijn een aanvraag te willen indienen. Voorts is op het bestreden besluit de Crisis- en herstelwet van toepassing. De voorzieningenrechter verwacht dat de uitspraak in de bodemzaak, gelet op artikel 1.6, vierde lid, van die wet, in het voorjaar van 2016 is te verwachten. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat een schorsing van het bestreden besluit Rialto Vastgoed B.V. niet onevenredig in haar belangen zal treffen.

7. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter, gelet op de wederzijdse belangen, aanleiding om het verzoek toe te wijzen en het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, voor zover dit ziet op het plandeel met de bestemming "Centrum - 1" en de aanduiding "horeca van categorie 4 uitgesloten" op de hoek van de St. Willibrordusstraat en de Kapelaan Kitslaarstraat, te schorsen.

8. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Oss van 9 juli 2015, voor zover dit ziet op het plandeel met de bestemming "Centrum - 1" en de aanduiding "horeca van categorie 4 uitgesloten" op de hoek van de St. Willibrordusstraat en de Kapelaan Kitslaarstraat;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Oss tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2418,84 (zegge: tweeduizend vierhonderdachttien euro en vierentachtig cent), waarvan € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro) is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat de raad van de gemeente Oss aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J.R.R. Brock, griffier.

w.g. Koeman w.g. Brock

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 november 2015

603.