Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3410

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-10-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
201503444/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 december 2014 heeft het college aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening en het brandveilig gebruik ten behoeve van het huisvesten van maximaal 40 cliënten van Oranjeborg op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201503444/2/A1.

Datum uitspraak: 30 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid H-3 Beheer B.V., gevestigd te Havelte, en anderen, gevestigd dan wel wonend te Havelte en Darp, (hierna: H-3 Beheer en anderen)

verzoekers,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland (hierna: de rechtbank) van 18 maart 2015 in zaak nrs. 15/314 en 15/313 in het geding tussen:

H-3 Beheer B.V. en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Westerveld.

Procesverloop

Bij besluit van 23 december 2014 heeft het college aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het handelen in strijd met de regels van ruimtelijke ordening en het brandveilig gebruik ten behoeve van het huisvesten van maximaal 40 cliënten van Oranjeborg op het perceel [locatie] te [plaats] (hierna: het perceel).

Bij uitspraak van 18 maart 2015 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het daartegen door H-3 Beheer en anderen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 23 december 2014 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben H-3 Beheer en anderen en [vergunninghoudster] en Oranjeborg Westerveld B.V. (hierna tezamen: [vergunninghoudster] en Oranjeborg) hoger beroep ingesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben H-3 Beheer en anderen en [vergunninghoudster] en Oranjeborg een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Bij besluit van 18 augustus 2015 heeft het college aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor de huisvesting van maximaal 30 cliënten door Oranjeborg op het perceel.

[appellant A], [appellant B] en [appellant C] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 18 augustus 2015.

H-3 Beheer en anderen hebben gronden ingediend tegen het besluit van 18 augustus 2015.

H-3 Beheer en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

[vergunninghoudster] en Oranjeborg en H-3 Beheer en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 29 oktober 2015, waar H-3 Beheer B.V. en anderen, vertegenwoordigd door mr. S. Maakal, advocaat te Heerenveen, en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. I.M.C. van Leeuwen, advocaat te Arnhem, en J.G. Boer, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting [vergunninghoudster] en Oranjeborg, vertegenwoordigd door mr. R.S. Wertheim, advocaat te Zwolle, [twee gemachtigden] verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Wat betreft de ontvankelijkheid van het verzoek om voorlopige voorziening, overweegt de voorzieningenrechter dat aanleiding bestaat het verzoek inhoudelijk te beoordelen, reeds omdat het mede is gedaan door J. Otter en M. Leffers. Laatstgenoemden hebben zienswijzen over het ontwerpbesluit ingebracht en zijn door de rechtbank als belanghebbenden aangemerkt. De voorzieningenrechter ziet thans geen aanleiding voor het oordeel dat zij niet als belanghebbenden zijn aan te merken.

3. Het door H-3 Beheer en anderen gedane verzoek strekt tot schorsing van de verleende omgevingsvergunning van 18 augustus 2015, totdat in de hoofdzaak uitspraak is gedaan. Aan dit verzoek is ten grondslag gelegd dat een onomkeerbare situatie dreigt te ontstaan. Ter zitting is vastgesteld dat het gebruik dat de omgevingsvergunning toestaat op 1 november 2015 zal aanvangen, zodat spoedeisend belang aanwezig is.

4. H-3 Beheer en anderen hebben een groot aantal gronden aangevoerd en betogen onder meer dat het voor het project vereiste draagvlak in de omgeving ontbreekt, zodat de bedoelde omgevingsvergunning niet mocht worden verleend.

4.1. Ter zitting is uitvoerig besproken in hoeverre voor het project voldoende draagvlak is. Voor zover al, gelet op de op 20 juni 2011 door de raad van de gemeente Westerveld (hierna: de gemeenteraad) vastgestelde "Nota toetsingskader zorg- en opvangvoorzieningen" en de bij besluit van 6 juni 2013 door de gemeenteraad vastgestelde "Notitie aanvulling toetsingskader zorg- en opvangvoorzieningen", voldoende draagvlak in de omgeving als toetsingsgrond voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het onderhavige project geldt, heeft het college voldoende aannemelijk gemaakt dat naar het draagvlak onder omwonenden onderzoek is gedaan en dat op basis daarvan het besluit, waarvoor de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen heeft verleend, kon worden genomen.

De overige door H-3 Beheer en anderen aangevoerde gronden lenen zich niet voor beantwoording in deze procedure en zullen in de bodemprocedure moeten worden onderzocht. Deze gronden bieden echter onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat op voorhand moet worden aangenomen dat het besluit van 18 augustus 2015 in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans uiteindelijk zal blijken dat geen omgevingsvergunning mocht worden verleend.

5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Duifhuizen, griffier.

w.g. Troostwijk w.g. Duifhuizen

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2015

724.