Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3395

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-10-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
201505426/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Recreatieconcentratie De Roompot 2015" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201505426/2/R2.

Datum uitspraak: 26 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te [woonplaats], en anderen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Noord-Beveland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Recreatieconcentratie De Roompot 2015" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

[verzoeker] en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 oktober 2015, waar [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door mr. R.J.J. Aerts en mr. C.E. Barnhoorn, beiden advocaat te 's-Gravenhage, en de raad, vertegenwoordigd door M. van der Maarl, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting de besloten vennootschap Roompot Recreatie Beheer B.V. en anderen, vertegenwoordigd door mr. J.M. van Koeveringe - Dekker, advocaat te Middelburg, gehoord.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. Het plan voorziet in een regeling voor de recreatieconcentratie De Roompot te Kamperland, waartoe onder meer behoren een jachthaven met enige voorzieningen, zoals een botenstalling en servicecentrum en enige terreinen voor verblijfsrecreatie, waaronder recreatiewoningen en een kampeerterrein, met bijbehorende centrumvoorzieningen.

3. [verzoeker] en anderen kunnen zich niet verenigen met een aantal onderdelen van dit bestemmingsplan, waaronder de gebruiksmogelijkheden van de botenstalling en het servicecentrum van de jachthaven aan de westzijde van het plangebied, gelegen op ongeveer 130 meter van hun recreatiewoningen aan de Ostrea 27, 29 en 31 en de mogelijkheid die het plan biedt om een permanente botenkraan op te richten op de voormalige loswal, op ongeveer 40 meter afstand van hun recreatiewoningen.

Zij stellen dat met het verzoek een spoedeisend belang is gediend, omdat op basis van het plan een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de botenkraan, hetgeen onomkeerbare gevolgen met zich kan brengen. Voorts stellen zij dat het gebruik van gronden met de bestemming "Recreatie" met de functieaanduiding "specifieke vorm van recreatie - servicecentrum jachthaven" die ruimere gebruiksmogelijkheden kent dan op grond van het vorige bestemmingsplan mogelijk was reeds op korte termijn gevolgen zal hebben voor de soorten noordse woelmuis, de bruine kiekendief en het habitattype veenmosrietland in het op een afstand van ongeveer 100 meter van hun woningen gelegen Natura 2000-gebied "Oosterschelde" (hierna: het Natura 2000-gebied), onder meer doordat op een deel van deze gronden bedrijvigheid tot en met categorie 3.2 mogelijk wordt gemaakt.

4. Ten aanzien van de spoedeisendheid die met het verzoek is gemoeid overweegt de voorzieningenrechter dat Roompot Recreatie Beheer B.V. en anderen weliswaar hebben gesteld geen voornemen te hebben om op korte termijn een omgevingsvergunning aan te vragen voor activiteiten op basis van het plan, maar dat een omgevingsvergunning is verleend om af te wijken van het voorheen geldende bestemmingsplan voor het bouwen van de botenkraan en het gebruik hiervan in strijd met het vorige bestemmingsplan. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank Zeeland-West Brabant. Bij tussenuitspraak van 9 september 2015 heeft de rechtbank een gebrek in dit besluit geconstateerd en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noord-Beveland gelegenheid gegeven om het gebrek te herstellen. Nu op voorhand niet kan worden uitgesloten dat het gebrek wordt hersteld door op grond van het thans bestreden plan een nieuwe, gewijzigde omgevingsvergunning voor de botenkraan te verlenen, is met het verzoek een spoedeisend belang gemoeid.

5. Met betrekking tot het betoog dat door de mogelijkheden die het plan biedt, gevolgen kunnen optreden voor het Natura 2000-gebied wordt als volgt overwogen.

Arcadis heeft in opdracht van Roompot Recreatie Beheer een rapport opgesteld: "Quickscan natuurwetgeving Jachthaven Servicecentrum, Beach Resort De Roompot" van 7 april 2015 (hierna: de Quickscan). In de Quickscan wordt geconcludeerd dat beperkte gevolgen weliswaar kunnen optreden, maar dat significante negatieve effecten op van belang zijnde natuurwaarden in het Natura 2000-gebied zijn uitgesloten. Met het oog hierop heeft de raad het niet nodig geacht om voor het plan een passende beoordeling van de gevolgen voor het gebied als bedoeld in artikel 19j, tweede lid, van de Nbw 1998 te maken.

[verzoeker] en anderen hebben deze conclusie bestreden en stellen dat ten onrechte geen passende beoordeling is gemaakt. Dit betoog hebben zij onderbouwd met een door advies- en ingenieursbureau Tauw in hun opdracht opgesteld rapport: "Second opinion quickscan natuurwetgeving uitbreiding jachthaven Servicecentrum, Beach Resort De Roompot" (hierna: de Second opinion) van 2 oktober 2015. Hierin wordt geconcludeerd dat niet uitgesloten kan worden dat het servicecentrum significante gevolgen heeft voor het Natura 2000-gebied.

6. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter zich gesteld voor de vraag of de Quickscan een afdoende onderbouwing vormt van het standpunt van de raad dat geen passende beoordeling hoeft te worden gemaakt van het plan. De beoordeling hiervan vergt mede in het licht van de Second opinion nader onderzoek waarvoor de voorlopige voorziening procedure zich niet leent.

7. Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter, na afweging van de betrokken belangen, waaronder het belang van [verzoeker] en anderen om niet geconfronteerd te worden met de inwerkingtreding van het plan waardoor dit het toetsingskader wordt van de voormelde botenkraan in de nabijheid van hun recreatiewoningen en het belang van de bescherming van de betrokken natuurwaarden in het Natura 2000-gebied aanleiding het bestemmingsplan te schorsen.

De voorzieningenrechter merkt overigens op dat de raad en/of Roompot Recreatie Beheer B.V. en anderen, indien na zorgvuldige bestudering van de Second opinion tot de conclusie wordt gekomen dat deze geen aanleiding geeft om een passende beoordeling te maken, om opheffing van de schorsing kunnen verzoeken.

8. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Noord-Beveland van 30 april 2015;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Noord-Beveland tot vergoeding van bij [verzoeker] en anderen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

III. gelast dat de raad van de gemeente Noord-Beveland aan [verzoeker] en anderen het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Scheele, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Scheele

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 oktober 2015

723.