Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3349

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-11-2015
Datum publicatie
04-11-2015
Zaaknummer
201502739/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2015:1277, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 april 2014 heeft de minister de aan de stichting verleende projectsubsidie "Sport en bewegen in de buurt: Private interventies 2011-2012" vastgesteld op € 98.902,00 en een bedrag van € 100.614,00 aan betaalde subsidie teruggevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

201502739/1/A2.

Datum uitspraak: 4 november 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de stichting Stichting Flik-Flak, gevestigd te 's-Hertogenbosch,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 maart 2015 in zaak nr. 14/3630 in het geding tussen:

de stichting

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Procesverloop

Bij besluit van 30 april 2014 heeft de minister de aan de stichting verleende projectsubsidie "Sport en bewegen in de buurt: Private interventies 2011-2012" vastgesteld op € 98.902,00 en een bedrag van € 100.614,00 aan betaalde subsidie teruggevorderd.

Bij besluit van 5 september 2014 heeft de minister het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 maart 2015 heeft de rechtbank het door de stichting daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de stichting hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, om in het geding uitspraak te doen zonder zitting. Vervolgens heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. De minister kan op grond van de Subsidieregeling VWS-subsidies subsidies verstrekken voor projecten van private partijen die voldoen aan het Beleidskader Sport en Bewegen in de Buurt: private interventies.

Op 4 juli 2011 heeft de stichting bij de minister een aanvraag voor een projectsubsidie in het kader van het project "Sport en Bewegen in de Buurt: private interventies: 2011-2012" ingediend. De subsidie was bedoeld voor haar project "Gympoint" dat in de periode van 1 augustus 2011 tot en met 31 december 2012 zou worden uitgevoerd.

Bij besluit van 1 september 2011 heeft de minister de stichting een projectsubsidie voor het project "Gympoint" van maximaal € 199.516,00 verleend.

Op 1 mei 2013 heeft de stichting bij de minister een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend. Voorts heeft zij op verzoek van de minister aanvullende gegevens verstrekt.

Bij het besluit van 30 april 2014, gehandhaafd bij het besluit van 5 september 2014, heeft de minister de aan de stichting verleende subsidie lager vastgesteld op € 98.902,00 en een bedrag van € 100.614,00 aan betaalde subsidie teruggevorderd. Volgens de minister heeft de stichting niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend uitgevoerd, omdat de stichting niet in acht maar in vier gemeenten een Gympoint heeft gerealiseerd. Uitgaande van vier gerealiseerde Gympoints heeft de minister de kosten vastgesteld op € 159.137,00 en daarop een bedrag van € 19.952,00 in mindering gebracht, zijnde 10% van de verleende subsidie, omdat de stichting niet heeft voldaan aan de meldingsplicht. Voorts heeft de minister op de kosten een bedrag van € 40.283,00 in mindering gebracht, zijnde 50% van de personele kosten in 2011, omdat de accountant zich heeft onthouden van een oordeel over de getrouwheid van gemaakte personeelskosten.

2. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld, dat niet alle activiteiten waarvoor subsidie is verleend zijn verricht. Zij voert aan dat de minister daarbij ten onrechte ervan uitgegaan is dat in acht gemeenten een concreet sport- en bewegingsaanbod zou worden gerealiseerd. Volgens de stichting omvat het concept Gympoint niet alleen het overnemen van verenigingen en omzetten naar een Gympoint, maar ook het creëren van een vangnet voor verenigingen met een kadertekort. Omdat in negen gemeenten is voldaan aan het concept Gympoint, heeft de minister de subsidie ten onrechte lager vastgesteld en een gedeelte van de subsidie teruggevorderd, aldus de stichting.

2.1. De stichting heeft in haar aanvraag om subsidieverlening vermeld dat zij ernaar streeft in acht gemeenten Gympoint te introduceren en het concept uit te rollen. Zij heeft bij de aanvraag een begroting gevoegd, waarin zij bij de nadere financiële onderbouwing van de baten voor de berekening van de inkomsten uit contributie, is uitgegaan van acht vestigingen van Gympoint. Voorts is in een bij de aanvraag gevoegd projectplan beschreven dat uitvoering van het concept inhoudt dat Gympoint verenigingen die door een tekort aan bestuur of trainers in de knel komen, bestuurlijk overneemt of een nieuw gymnastisch sportaanbod creëert in plaatsen waar dit nog niet eerder werd aangeboden. Op basis van deze stukken heeft de minister bij besluit van 1 september 2011 subsidie verleend aan de stichting voor het project Gympoint. Daarbij heeft de minister onder verwijzing naar de aanvraag vermeld dat het project inhoudt dat in acht gemeenten in de provincie Noord-Brabant Gympoints worden gerealiseerd. De stichting heeft dit toen niet bestreden.

Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de minister bij de subsidievaststelling terecht ervan is uitgegaan dat in acht gemeenten een concreet sport- en bewegingsaanbod zou worden gerealiseerd. Nu niet acht maar vier Gympoints zijn gerealiseerd, zoals de stichting in de aanvraag om subsidievaststelling heeft vermeld, zijn de gesubsidieerde activiteiten niet volledig uitgevoerd. De minister heeft terecht om die reden de subsidie lager vastgesteld en de te veel betaalde subsidie teruggevorderd.

Het betoog faalt.

3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. A.W.M. Bijloos en mr. B.J. van Ettekoven, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Jansen, griffier.

w.g. Van Altena w.g. Jansen

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2015

609.