Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3334

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-10-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
201507266/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Spaarnwoude" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201507266/2/R1.

Datum uitspraak: 23 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen onder meer:

de stichting Stichting Vrienden van de Forten van Spaarndam, gevestigd te Haarlem,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Velsen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "Spaarnwoude" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer de Stichting beroep ingesteld.

De Stichting heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 20 oktober 2015, waar de Stichting, vertegenwoordigd door J. de Jongh, bijgestaan door [persoon], en de raad, vertegenwoordigd door M.M.W. Pijpers, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. De Stichting heeft onder meer als doel het in stand (doen) houden van de "Positie bij Spaarndam" als onderdeel van de Stelling van Amsterdam. Het betreft hier onder meer het Fort Benoorden Spaarndam, de liniewal, de voor-stelling, het schootsveld en het achterterrein. Zij wil met haar beroep en verzoek bereiken dat de aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en biologische waarden van het gebied worden beschermd.

3. Het verzoek van de Stichting heeft betrekking op de gronden gelegen rondom het Fort Benoorden Spaarndam, zoals de Westbroekplas, het Landje van Gruijters, de liniewal en de ijsbaan. Volgens haar maken deze gronden onderdeel uit van de Stelling van Amsterdam. De Stelling van Amsterdam is door de UNESCO op de lijst van werelderfgoederen geplaatst. De Stichting betoogt dat in strijd met artikel 21 van de Provinciale Ruimtelijke Verordening (hierna: PRV) in het plan geen regels zijn opgenomen ten behoeve van het behoud en de versterking van de kernwaarden van het werelderfgoed. Zij wijst er hierbij op dat in het vigerende bestemmingsplan "Recreatiegebied Spaarnwoude 1e herziening" zowel aan het Fort zelf als aan de gronden ten zuiden en ten oosten hiervan de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" is toegekend.

De Stichting voert verder aan dat onder meer de Westbroekplas, de liniewal en het Landje van Gruijters in de Ecologische Hoofdstructuur (hierna: EHS) liggen. Zij betoogt dat in strijd met artikel 19 van de PRV binnen de bestemming "Natuur" recreatief medegebruik is toegestaan en dat in de plantoelichting niet is aangegeven hoe de wezenlijke waarden en kenmerken beschermd worden. Zij wijst er hierbij op dat in het vigerende bestemmingsplan aan het Landje van Gruijters eveneens de bestemming "Natuur" is toegekend, waarbij recreatief medegebruik is uitgesloten. Volgens haar zullen als gevolg van het plan de natuurwaarden worden aangetast.

3.1. Blijkens de verbeelding is aan het merendeel van de gronden gelegen tussen de bebouwde kom van Velserbroek en het Fort de bestemming "Recreatie" toegekend en aan de Westbroekplas de bestemming "Water". Blijkens de verbeelding is aan het Landje van Gruijters de bestemming "Natuur" toegekend en aan de resterende gronden ten zuiden en ten oosten van het Fort, waaronder de liniewal en een deel van de ijsbaan, de bestemming "Recreatie". Aan de ijsbaan is tevens de functieaanduiding "natuurijsbaan" toegekend.

Ingevolge artikel 1, lid 1.37, van de planregels moet onder het begrip dagrecreatie worden verstaan recreatieve activiteiten, zoals bijvoorbeeld wandelen, fietsen, skaten, paardrijden, vissen, zwemmen, skiën, karten, golfen, paintballen en natuurobservatie, waarbij geen overnachting plaats vindt.

Ingevolge lid 1.38 moet onder het begrip dagrecreatieve voorzieningen worden verstaan recreatie-elementen, zoals wandelparken, lig- en speelweiden, dierenweiden, dagkampeerterreinen (facultatief), trimbanen, recreatie te water, uitzichtheuvels, speelvijvers, picknickplaatsen.

Ingevolge artikel 8, lid 8.1, zijn gronden met de bestemming "Natuur" onder meer bestemd voor het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van de natuurwetenschappelijke en de landschappelijke waarden met het daarbij behorende recreatief medegebruik en educatief medegebruik.

Ingevolge artikel 9, lid 9.1, zijn gronden met de bestemming "Recreatie" onder meer bestemd voor dagrecreatie, tuin en kleinschalige agrarische activiteiten, welke geen vergunning of melding vereisen volgens het Activiteitenbesluit. Ter plaatse van de functieaanduiding "natuurijsbaan" is tevens een natuurijsbaan toegestaan.

Ingevolge artikel 14, lid 14.1, zijn gronden met de bestemming "Water" onder meer bestemd voor waterberging, natuurlijke en ecologische waarden en recreatief medegebruik.

3.2. Blijkens de plankaart behorende bij het vigerende bestemmingsplan "Recreatiegebied Spaarnwoude 1e herziening" is aan de gronden gelegen tussen de bebouwde kom van Velserbroek en het Fort, waaronder de Westbroekplas, de bestemming "Dagrecreatieve doeleinden" toegekend. Blijkens de plankaart is aan het Landje van Gruijters de bestemming "Natuurgebied" met de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" toegekend. Aan de resterende gronden ten zuiden en ten oosten van het Fort is de bestemming "Dagrecreatieve doeleinden" met de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" toegekend.

Ingevolge artikel 1, onder 27, van de planvoorschriften behorende bij het vigerende bestemmingsplan moet onder het begrip dagrecreatieve voorzieningen worden verstaan recreatie-elementen buiten de stedelijke sfeer, zoals wandelparken, lig- en speelweiden, dierenweiden, dagkampeerterreinen, trimbanen, recreatie te water, uitzichtheuvels en een skibaan.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, zijn gronden met de bestemming "Dagrecreatieve doeleinden" bestemd voor onder meer dagrecreatieve voorzieningen, water en groenvoorzieningen.

Ingevolge het vijfde lid is met het samenvallen van de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" op deze gronden mede artikel 20 van toepassing.

Ingevolge artikel 13, eerste lid, zijn de gronden met de bestemming "Natuurgebied" bestemd voor het behoud en/of herstel van actuele en potentiële landschappelijke en natuurlijke waarden.

Ingevolge het elfde lid is met het samenvallen van de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" op deze gronden mede artikel 20 van toepassing.

Ingevolge artikel 20, eerste lid, zijn de gronden met de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

3.3. Op kaart 5a behorende bij de PRV zijn onder meer de gronden gelegen rondom het Fort, zoals het Landje van Gruijters, de liniewal en de ijsbaan en de Westbroekplas, aangeduid als Stelling van Amsterdam. Op kaart 4 behorende bij de PRV zijn onder meer het Landje van Gruijters, de liniewal, een deel van de ijsbaan en de Westbroekplas aangeduid als EHS.

Ingevolge artikel 19, eerste lid, van de PRV geldt voor de als EHS aangewezen gronden dat:

a. een bestemmingsplan de gronden als "Natuur" bestemt, indien de natuurfunctie reeds is gerealiseerd;

[..];

Ingevolge het tweede lid beschrijft de plantoelichting in aanvulling op het eerste lid:

a. de wezenlijke kenmerken en waarden van het desbetreffende deel van de EHS, zoals aangegeven in het Natuurbeheerplan;

b. hoe de wezenlijke kenmerken en waarden worden beschermd en;

c. hoe negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden worden voorkomen.

Ingevolge artikel 20 wordt onder meer als erfgoed van uitzonderlijke universele waarden aangewezen de Stelling van Amsterdam.

Ingevolge artikel 21 dienen voor de gronden gelegen binnen de in artikel 20 genoemde erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden in het bestemmingsplan regels te worden opgenomen ten behoeve van het behoud of versterking van de kernkwaliteiten van de erfgoederen van de uitzonderlijke universele waarde, zoals omschreven in de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie.

3.4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat, anders dan de raad betoogt, uit de omstandigheden dat er met het provinciebestuur overleg is geweest over het (ontwerp)plan en daartegen door het college van gedeputeerde staten geen zienswijzen zijn ingediend noch een reactieve aanwijzing is gegeven niet volgt dat het plan in overeenstemming zou zijn met de PRV.

Ter zitting heeft de raad verklaard dat in het plan geen regels zijn opgenomen ten behoeve van het behoud of versterking van de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam. Gelet hierop is het plan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op dit punt in strijd met het bepaalde in artikel 21 van de PRV.

Bovendien stelt de Stichting naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht dat op het Landje van Gruijters waaraan de bestemming "Natuur" is toegekend recreatief medegebruik is toegestaan en dat in de plantoelichting niet is beschreven wat de wezenlijke kenmerken en waarden van de in het plangebied gelegen deel van de EHS zijn en hoe deze kenmerken en waarden worden beschermd, zodat het plan in zoverre strijdig is met artikel 19 van de PRV.

4. Gelet op het voorgaande en nu in het vigerende bestemmingsplan binnen de bestemming "Natuurgebied" geen recreatief medegebruik is toegestaan en aan de gronden gelegen ten zuiden en ten oosten van het Fort wel de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" is toegekend ter behoud en bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.

5. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de Stichting, wat betreft de gronden gelegen tussen de bebouwde kom van Velserbroek en het Fort waaraan de bestemming "Recreatie" is toegekend en de Westbroekplas waaraan de bestemming "Water" is toegekend, niet gebaat is bij een schorsing van het plan, omdat met een schorsing de vigerende planologische regeling voor deze gronden van toepassing blijft op grond waarvan eveneens zonder meer dagrecreatie is toegestaan. Hierbij is van belang dat aan deze gronden in het vigerende bestemmingsplan niet de dubbelbestemming "Cultuurhistorisch waardevol gebied" is toegekend ter behoud en bescherming van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden.

6. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Voor zover de Stichting op haar proceskostenformulier heeft aangegeven dat reiskosten zijn gemaakt in verband met de door haar meegebrachte deskundige, overweegt de voorzieningenrechter dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen reeds omdat van het meebrengen van deze deskundige niet overeenkomstig artikel 8:60, vierde lid, van de Awb mededeling is gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Velsen van 25 juni 2015 , voor zover het betreft de plandelen met de bestemmingen "Recreatie" en "Natuur", zoals weergegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart I;

II. veroordeelt de raad van de gemeente Velsen tot vergoeding van bij de stichting Stichting Vrienden van de Forten van Spaarndam in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 36,44 (zegge: zesendertig euro en vierenveertig cent)

III. gelast dat de raad van de gemeente Velsen aan de stichting Stichting Vrienden van de Forten van Spaarndam het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 331,00 (zegge: driehonderdeenendertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.G. Driessen, griffier.

w.g. Van Ettekoven w.g. Driessen

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2015

634.