Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3321

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-10-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
201506069/2/A4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 11 april 2014 heeft het college Schatzenburg een last onder dwangsom opgelegd.

Wetsverwijzingen
Algemene wet bestuursrecht
Algemene wet bestuursrecht 5:1
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBO 2015/308 met annotatie van D. van der Meijden
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201506069/2/A4.

Datum uitspraak: 19 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schatzenburg B.V., gevestigd te Menaldum,

verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 17 juli 2015 in zaak nr. 15/679 in het geding tussen:

Schatzenburg

en

het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel.

Procesverloop

Bij besluit van 11 april 2014 heeft het college Schatzenburg een last onder dwangsom opgelegd.

Bij besluit van 12 januari 2015 heeft het college het door Schatzenburg daartegen gemaakte bezwaar deels gegrond verklaard, het besluit van 11 april 2014 herroepen en Schatzenburg opnieuw een last onder dwangsom opgelegd.

Bij uitspraak van 17 juli 2015 heeft de rechtbank het door Schatzenburg daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 12 januari 2015 vernietigd, voor zover daarbij de hoogte van de dwangsom op een maximum van € 5.200.000,00 is gesteld en bepaald dat de hoogte van de dwangsom wordt gesteld op een maximum van € 4.800.000,00.

Tegen deze uitspraak heeft Schatzenburg hoger beroep ingesteld. Schatzenburg heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 oktober 2015, waar Schatzenburg, vertegenwoordigd door R.F.J. van Booma, vergezeld door B. Veerman, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. van der Meer, advocaat te Leeuwarden, vergezeld door G.J. Rouwenhorst, zijn verschenen. Voorts is ter zitting de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GrondNet B.V., vertegenwoordigd door mr. W.H.R. van Boetzelaer, advocaat te Heerenveen, vergezeld door W. Fopma, gehoord.

Overwegingen

1. De aan Schatzenburg opgelegde last onder dwangsom heeft betrekking op een aarden geluidswal, gelegen tussen recreatiepark Schatzenburg te Menaldum en de A31. Voor de aanleg van de geluidswal is aan GrondNet op 29 januari 2008 een aanlegvergunning verleend. Volgens het college is de geluidswal aangelegd in afwijking van deze vergunning en in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan. De opgelegde last onder dwangsom strekt er, kort gezegd, toe dat de geluidswal, met een totale lengte van ongeveer 1.200 m, in dertien fases in overeenstemming moet worden gebracht met de aanlegvergunning, dan wel moet worden verwijderd. Iedere fase heeft betrekking op een gedeelte van de geluidswal met een lengte van 75 of 100 m. Voor elke fase is een begunstigingstermijn van drie maanden gesteld, met een dwangsom van € 400.000,00 als een termijn niet wordt gehaald. Het maximaal te verbeuren bedrag is door het college vastgesteld op € 5.200.000,00. De rechtbank heeft dit bedrag bij de aangevallen uitspraak teruggebracht tot € 4.800.000,00.

2. Deze voorlopige voorzieningsprocedure leent zich niet voor een inhoudelijke beoordeling van de door Schatzenburg in hoger beroep aangevoerde gronden. Gelet op de kosten die zijn gemoeid met het voldoen aan de opgelegde last heeft Schatzenburg belang bij schorsing van de last totdat uitspraak wordt gedaan op haar hoger beroep. Nu verder, zoals ter zitting door het college is bevestigd, de geluidswal er al enkele jaren ligt, er tot op heden geen risico voor de bodem is vastgesteld en ook anderszins niet gebleken is van zwaarwegende belangen die nopen tot uitvoering van de last voordat uitspraak op het hoger beroep is gedaan, ziet de voorzieningenrechter, bij afweging van de belangen, aanleiding om de besluiten van 12 januari 2015 en 11 april 2014 bij wijze van voorlopige voorziening te schorsen.

3. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening de besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel van 12 januari 2015 en 11 april 2014;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schatzenburg B.V. in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 490,00 (zegge: vierhonderdnegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Schatzenburg B.V. het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 497,00 (zegge: vierhonderdzevenennegentig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. N.S.J. Koeman, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.P.J.M. van Grinsven, griffier.

w.g. Koeman w.g. Van Grinsven

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 oktober 2015

462.