Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3304

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
201309153/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Noord en Kloosterstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201309153/2/R3.

Datum uitspraak: 28 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

de vereniging Het Groene Hart Brabant, gevestigd te Boxtel, gemeente Sint-Michielsgestel,

appellante,

en

de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied Noord en Kloosterstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer Het Groene Hart beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft de vereniging Motorclub Lidu een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het Groene Hart heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 oktober 2014, waar Het Groene Hart, vertegenwoordigd door A.A. van Abeelen, en de raad, vertegenwoordigd door B. Meulendijks, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Motorclub Lidu, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Bij tussenuitspraak van 4 maart 2015 in zaak nr. 201309153/1/R3 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na de verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 25 juni 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 28 mei 2015 heeft de raad medegedeeld dat bij besluit van

12 mei 2015 het bestemmingsplan gedeeltelijk is gewijzigd teneinde het gebrek dat in de tussenuitspraak is geconstateerd, te herstellen.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft Het Groene Hart een zienswijze naar voren gebracht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Het besluit van 25 juni 2013

1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling in overweging 10.4 geconcludeerd dat de raad in redelijkheid heeft kunnen besluiten het bestaande legale gebruik van het motorcrossterrein in het voorliggende plan te bestemmen door middel van de aanduiding "motorcrossterrein" op de voor "Sport" aangewezen gronden. Hiertoe is overwogen dat Het Groene Hart niet aannemelijk heeft gemaakt dat het als zodanig bestemmen van het motorcrossterrein niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening dan wel vanwege het gemeentelijke beleid of de afspraken voor het gebied KIoosterstraat in het kader van De Groene Delta ter plaatse niet aanvaardbaar kan worden geacht.

Voorts is overwogen dat de aanduiding "motorcrossterrein" evenwel aan een terrein van grotere omvang is toegekend dan in het voorheen geldende plan. De raad heeft het incidentele gebruik van deze gronden als parkeerplaats voor het motorcrossterrein als zodanig willen bestemmen, maar vanwege de aanduiding is ook mogelijk gemaakt dat het motorcrossterrein kan worden uitgebreid. De Afdeling heeft overwogen dat niet is gebleken dat onderzoek is verricht naar de gevolgen van een dergelijke uitbreiding voor landschaps- en natuurwaarden van de omliggende gronden en dat de aanvaardbaarheid daarvan door de raad is afgewogen. Nu op de voor "Sport" aangewezen gronden reeds aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeersvoorzieningen zijn toegestaan, is geoordeeld dat onvoldoende is gemotiveerd waarom de aanduiding "motorcrossterrein" voor dergelijk incidenteel gebruik aan deze gronden is toegekend.

2. Gelet op hetgeen is overwogen in de tussenuitspraak ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 25 juni 2013 is vastgesteld in strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), voor zover het betreft de aanduiding "motorcrossterrein", zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart. Het beroep van Het Groene Hart tegen het besluit van 25 juni 2013 is gegrond en het besluit dient in zoverre te worden vernietigd.

Het besluit van 12 mei 2015

3. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak de raad de opdracht gegeven het gebrek te herstellen door alsnog te motiveren waarom de aanduiding "motorcrossterrein" aan een terrein van grotere omvang is toegekend dan in het voorheen geldende plan en te onderbouwen waarom dit aanvaardbaar wordt geacht, dan wel het besluit in zoverre te wijzigen door vaststelling van een andere planregeling. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad het besluit van 12 mei 2015 genomen, waarbij aan de in de tussenuitspraak aangeduide gronden niet langer de aanduiding "motorcrossterrein" is toegekend.

3.1. In het plan is aan de betreffende gronden de bestemming "Sport" en de aanduiding "parkeerterrein" toegekend.

Aan artikel 11, lid 11.1, van de planregels is een bepaling toegevoegd die luidt dat de voor "Sport" aangewezen gronden ter plaatse van de aanduiding "parkeerterrein" zijn bestemd voor recreatieve voorzieningen en een overloopterrein voor het parkeren. Het gebruik als motorcrossterrein is niet toegelaten.

4. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van Awb heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

Het besluit van 12 mei 2015 is een besluit tot gedeeltelijke wijziging van het besluit van 25 juni 2013 en ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb onderdeel van dit geding. Het beroep van Het Groene Hart is van rechtswege gericht tegen dit besluit.

5. Het Groene Hart betoogt dat de aanduiding "parkeerterrein" ten onrechte aan de gronden is toegekend. Volgens haar zijn deze gronden feitelijk niet in gebruik als parkeerterrein, maar is het terrein grotendeels een bosgebied en is voorts de aanleg van het parkeerterrein niet te verenigen met de natuurfuncties aan de noordzijde van de gronden. Ten onrechte zijn daarnaast geen voorwaarden opgenomen voor de inrichting en het gebruik van het overloopterrein voor parkeren, zodat permanent gebruik niet is uitgesloten. Hierdoor kan het foerageergebied van de salamander worden aangetast en de rust tijdens het broedseizoen worden verstoord.

Het Groene Hart voert voorts aan dat de verbeelding van het besluit van 25 juni 2013 niet overeenkomt met de feitelijke situatie dan wel dat ten onrechte niet handhavend is opgetreden, omdat de bestemming "Natuur" voor de enclave binnen het motorcrossterrein niet overeenkomt met de feitelijke situatie. Het motorcrosscircuit is volgens Het Groene Hart aan de westzijde uitgebreid ten koste van de natuurfunctie.

5.1. De Afdeling overweegt dat in de procedure na de tussenuitspraak ter beoordeling staat of de raad het door de Afdeling in haar tussenuitspraak geconstateerde gebrek heeft hersteld. Gelet op het belang van een efficiënte geschilbeslechting alsmede de rechtszekerheid van de andere partijen, kan in het licht van de goede procesorde niet worden aanvaard dat na de tussenuitspraak nieuwe beroepsgronden worden aangevoerd die reeds tegen het oorspronkelijke besluit naar voren hadden kunnen worden gebracht.

Wat betreft de mogelijkheden om een (verhard) parkeerterrein op de gronden aan te leggen, geldt dat het op 12 mei 2015 vastgestelde plan op dit punt niet is gewijzigd, nu in het besluit van 25 juni 2013 aldaar reeds aan de hoofdfunctie ondergeschikte verkeersvoorzieningen zijn toegestaan. Het plandeel met de bestemming "Natuur" is daarnaast geen onderwerp van de door de Afdeling aan de raad gegeven opdracht en het besluit van 12 mei 2015 heeft geen betrekking op dit plandeel. Het Groene Hart heeft in haar beroep tegen het besluit van 25 juni 2013 geen gronden aangevoerd met betrekking tot het mogelijk maken van een parkeerterrein en het plandeel met de bestemming "Natuur". Hiermee heeft Het Groene Hart haar beroepsgronden uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden, terwijl deze reeds tegen het oorspronkelijke besluit van 25 juni 2013 naar voren hadden kunnen worden gebracht. Dit betekent dat hetgeen Het Groene Hart in dit opzicht aanvoert, buiten inhoudelijke bespreking blijft.

6. Het Groene Hart betoogt dat onvoldoende duidelijk is welk gebruik ter plaatse van de gronden met de aanduiding "parkeerterrein" is toegestaan, omdat recreatieve voorzieningen niet nader zijn gedefinieerd. Volgens haar kan onder recreatieve voorzieningen ook motorcross worden verstaan, zodat een uitbreiding van het motorcrossterrein niet is uitgesloten.

6.1. In artikel 11, lid 11.1, van de planregels is expliciet opgenomen dat het gebruik als motorcrossterrein op de gronden met de aanduiding "parkeerterrein" niet is toegelaten. Gelet hierop maakt deze planregeling een uitbreiding van het motorcrossterrein niet mogelijk. Het betoog faalt.

7. Het Groene Hart betoogt dat de natuur- en landschapswaarden van de gronden dienen te worden beschermd door in de planregels op te nemen dat de bestemming "Sport" mede strekt tot het behoud en de versterking van de aanwezige natuur- en landschapswaarden.

Het Groene Hart betoogt voorts dat het motorcrossterrein de aanwezige natuur- en landschapswaarden aantast. Het plan beoogt een uitbreiding van het motorcrossterrein uit te sluiten teneinde geluidhinder voor de omgeving te voorkomen, maar dit is volgens Het Groene Hart niet alleen afhankelijk van de omvang van het terrein, maar onder meer ook van het aantal motorrijders en de frequentie van het gebruik. Ten onrechte zijn hiervoor geen voorwaarden in het plan opgenomen en is voorts geen onderzoek verricht naar de geluidhinder van het motorcrossterrein voor de natuur- en landschapswaarden van de omliggende gronden.

7.1. Voor zover Het Groene Hart zich keert tegen overwegingen van de tussenuitspraak over de bescherming van de natuur- en landschapswaarden van het plangebied in het algemeen en het gebied Kloosterstraat in het bijzonder en de aanvaardbaarheid van het motorcrossterrein op de overige gronden, overweegt de Afdeling dat zij behoudens zeer uitzonderlijke gevallen niet kan terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde, zodat van het in de tussenuitspraak gegeven oordeel moet worden uitgegaan.

7.2. Voor zover Het Groene Hart zich met dit betoog niet tegen de overwegingen van de tussenuitspraak richt, overweegt de Afdeling dat de bestemming "Sport" zowel in het besluit van 25 juni 2013 als in het besluit van 12 mei 2015 niet strekt tot de bescherming van de natuur- en landschapswaarden van de gronden, zodat het plan op dit punt niet is gewijzigd. Dit is daarnaast geen onderwerp van de door de Afdeling aan de raad gegeven opdracht. Het Groene Hart heeft in haar beroep tegen het besluit van 25 juni 2013 niet aangevoerd dat de planregeling voor specifiek de bestemming "Sport" in zoverre dient te worden aangepast. Hiermee heeft Het Groene Hart haar beroepsgronden uitgebreid met nieuwe, niet eerder aangedragen beroepsgronden, terwijl deze reeds tegen het oorspronkelijke besluit van 25 juni 2013 naar voren hadden kunnen worden gebracht. Dit betekent dat hetgeen Het Groene Hart in dit opzicht aanvoert, buiten inhoudelijke bespreking blijft.

8. Gelet op het voorgaande is het beroep van Het Groene Hart tegen het besluit van 12 mei 2015 ongegrond.

Proceskosten

9. Van proceskosten van Het Groene Hart die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

Wat betreft het verzoek van Motorclub Lidu om vergoeding van proceskosten, overweegt de Afdeling dat een veroordeling van de raad in de proceskosten die een derde-partij heeft gemaakt in beginsel niet in de rede ligt. De door Motorclub Lidu gestelde kosten voor een getuige komen in dit geval niet voor vergoeding in aanmerking, reeds omdat van het meebrengen van een getuige als bedoeld in artikel 8:60, vierde lid, van de Awb geen mededeling is gedaan en bovendien geen getuige is aangemeld voorafgaand aan de zitting.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de vereniging Het Groene Hart Brabant tegen het besluit van de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch van 25 juni 2013, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied Noord en Kloosterstraat is vastgesteld, gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch van 25 juni 2013, waarbij het bestemmingsplan "Buitengebied Noord en Kloosterstraat" is vastgesteld, voor zover het betreft de aanduiding "motorcrossterrein", zoals nader aangeduid op de bij deze uitspraak behorende kaart;

III. verklaart het beroep van de vereniging Het Groene Hart Brabant tegen het besluit van de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch van 12 mei 2015, waarbij het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Noord en Kloosterstraat" is vastgesteld, ongegrond;

IV. gelast dat de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch aan de vereniging Het Groene Hart Brabant het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. J. Kramer en mr. J.W. van de Gronden, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen

voorzitter

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2015

177-758.