Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3289

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-10-2015
Datum publicatie
28-10-2015
Zaaknummer
201500689/1/A4
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 augustus 2013 heeft het college een op 29 januari 2008 aan GrondNet verleende aanlegvergunning voor een aarden geluidswal gewijzigd, in die zin dat de in die vergunning opgenomen termijn voor oplevering van de geluidswal is verlengd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201500689/1/A4.

Datum uitspraak: 28 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GrondNet B.V., gevestigd te Heerenveen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 december 2014 in zaak nr. 14/2089 in het geding tussen:

GrondNet

en

het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel.

Procesverloop

Bij besluit van 13 augustus 2013 heeft het college een op 29 januari 2008 aan GrondNet verleende aanlegvergunning voor een aarden geluidswal gewijzigd, in die zin dat de in die vergunning opgenomen termijn voor oplevering van de geluidswal is verlengd.

Bij besluit van 8 april 2014 heeft het college beslist op de door M.L. Dijkstra en GrondNet tegen het besluit van 13 augustus 2013 gemaakte bezwaren, dat besluit herroepen en het verzoek van GrondNet om verlenging van de termijn afgewezen.

Bij uitspraak van 18 december 2014 heeft de rechtbank het door GrondNet daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft GrondNet hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

GrondNet heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting op 27 augustus 2015 gevoegd behandeld met zaak nr. 201500687/1/A4, waar GrondNet, vertegenwoordigd door mr. W.H.R. van Boetzelaer, advocaat te Heerenveen, en door W. Fopma, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. van der Meer, advocaat te Leeuwarden, en door G.J. Rouwenhorst, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Na de zitting is de behandeling van de gevoegde zaken gesplitst.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat GrondNet volgens de rechtbank geen belang meer heeft bij een beoordeling van het beroep. Daaraan heeft de rechtbank ten grondslag gelegd dat GrondNet bij brief van 13 februari 2013 heeft verzocht om een verlenging van de termijn voor oplevering van de geluidswal met één jaar en dat die verlengde termijn inmiddels is verstreken. In een brief van GrondNet van 27 juni 2013 kan volgens de rechtbank niet een concreet verzoek om een langere verlenging van de termijn worden gelezen.

2. GrondNet betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij nog belang heeft bij een beoordeling van haar beroep. Daartoe voert zij aan dat zij in de brief van 27 juni 2013 een verzoek tot verlenging van de termijn met 5 tot 10 jaar heeft gedaan.

2.1. In de brief van 27 juni 2013 heeft GrondNet onder meer een zienswijze gegeven op het voornemen van het college om, overeenkomstig het verzoek van GrondNet in de brief van 13 februari 2013, de termijn met één jaar te verlengen. GrondNet heeft in de brief van 27 juni 2013 vermeld een verlenging van de termijn met 5 tot 10 jaar nodig te hebben voor realisering van de grondwal en heeft uitdrukkelijk om een zodanige verlenging van de termijn verzocht. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, heeft GrondNet hiermee een concreet verzoek om een langere verlenging van de termijn gedaan. In het besluit van 13 augustus 2013 is het college ingegaan op het in de brief van 27 juni 2013 vervatte verzoek, waarbij het heeft opgemerkt dat het een verlenging van de termijn met één jaar voldoende acht. Het besluit van 13 augustus 2013 houdt, gelet hierop, een afwijzing in van het verzoek van GrondNet om een verlenging van de termijn met 5 tot 10 jaar. Ditzelfde geldt voor het besluit op bezwaar van 8 april 2014. De rechtbank heeft dan ook ten onrechte geoordeeld dat GrondNet geen belang meer heeft bij een beoordeling van haar beroep.

Het betoog slaagt.

3. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen, zal de Afdeling het beroep van GrondNet inhoudelijk behandelen.

4. GrondNet heeft ter zitting de beroepsgrond dat de door haar op 13 februari 2013 gevraagde verlenging van de termijn van rechtswege is verleend, ingetrokken.

5. GrondNet betoogt dat het college bij het besluit van 8 april 2014 ten onrechte heeft geweigerd de termijn te verlengen. Volgens haar konden de door het college gestelde overtredingen van de aanlegvergunning geen grond zijn om haar verzoek om verlenging van de termijn af te wijzen.

5.1. Het college heeft bij het besluit van 8 april 2014 geweigerd de termijn te verlengen, omdat volgens het college is gebleken dat GrondNet zich niet aan de voorwaarden van de aanlegvergunning houdt en niet voornemens is de geluidswal in overeenstemming met die vergunning aan te leggen.

5.2. Op grond van de op 29 januari 2008 verleende aanlegvergunning is de aanleg van de geluidswal toegestaan. Indien GrondNet zich daarbij niet aan de voorwaarden van de vergunning houdt, betreft dit een handhavingskwestie. Dit staat los van het verzoek van GrondNet om verlenging van de termijn voor oplevering van de geluidswal. Het college heeft met het standpunt dat GrondNet zich niet aan de vergunning houdt en niet voornemens is de geluidswal in overeenstemming met de vergunning aan te leggen, niet deugdelijk gemotiveerd waarom een verlenging van de termijn voor oplevering op zichzelf niet aanvaardbaar is.

Het betoog slaagt.

6. Het beroep is gegrond. Het besluit van 8 april 2014 dient wegens strijd met artikel 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd.

7. Het college dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 18 december 2014 in zaak nr. 14/2089;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel van 8 april 2014;

V. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel tot vergoeding van bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GrondNet B.V. in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.960,00 (zegge: negentienhonderdzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Menameradiel aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GrondNet B.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 825,00 (zegge: achthonderdvijfentwintig euro) voor de behandeling van het beroep en het hoger beroep vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzitter, en mr. D.J.C. van den Broek en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, griffier.

w.g. Wortmann w.g. Van Roessel

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 oktober 2015

462-720.