Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3202

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-10-2015
Datum publicatie
14-10-2015
Zaaknummer
201506182/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "1e Herziening Schoorl, kernen en buurtschappen" (hierna: de partiële herziening) vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201506182/2/R1.

Datum uitspraak: 6 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

[verzoeker A] en [verzoekster B], wonend te Schoorl, gemeente Bergen,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Bergen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2015 heeft de raad het bestemmingsplan "1e Herziening Schoorl, kernen en buurtschappen" (hierna: de partiële herziening) vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [verzoekers] beroep ingesteld.

[verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 22 september 2015, waar [verzoekers], bijgestaan door mr. A.A. Aartste Tuyn, advocaat te Alkmaar, en de raad, vertegenwoordigd door mr. P.J.M. Hink en drs. L. Kok-Brink, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2. De partiële herziening is vastgesteld naar aanleiding van de opdracht in de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2011 in zaak nr. 200906463/1/R1 over het bestemmingsplan "Schoorl-Kernen en Buurtschappen" van 23 juni 2009 om met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor onder meer het plandeel met de bestemming "Wonen - 2" met de aanduiding "(c)" voor het perceel [locatie].

3. [verzoekers] wonen op het perceel [locatie]. Zij verzoeken de voorzieningenrechter om de partiële herziening te schorsen, onder meer omdat niet de volledige oppervlakte van 384 m² van hun veeschuur als zodanig is bestemd. De veeschuur mag op grond van de partiële herziening slechts bestaan uit een oppervlakte van 225 m².

4. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van [verzoekers] dat met hun verzoek een spoedeisend belang is gemoeid om te voorkomen dat voorafgaand aan de behandeling van het geding in de bodemprocedure kan worden overgegaan tot de tenuitvoerlegging van een reeds genomen bestuursdwangbesluit om een gedeelte van de aanwezige veeschuur te verwijderen. Hierbij is van belang dat ter zitting vast is komen te staan dat door [verzoekers] rechtsmiddelen zijn aangewend tegen dit bestuursdwangbesluit. Deze rechtsmiddelen hebben ertoe geleid dat het bestuursdwangbesluit niet ten uitvoer zal worden gelegd totdat voor het perceel [locatie] een nieuwe planologische regeling in werking treedt. Ook zal de rechter in de procedure over het bestuursdwangsbesluit geen oordeel geven over de rechtmatigheid van dat besluit tot het moment van inwerkingtreding van een nieuw planologisch regime.

5. [verzoekers] voeren aan dat de uitspraak van de Afdeling van 17 augustus 2011 ertoe verplicht om de veeschuur met een oppervlak van 384 m² als zodanig te bestemmen, terwijl de raad zich op het standpunt stelt dat de uitspraak ruimte laat om slechts een oppervlakte van 225 m² als zodanig te bestemmen.

6. In overweging 2.25 van de uitspraak van 17 augustus 2011 staat dat het bestemmingsplan onzorgvuldig is vastgesteld, voor zover niet is voorzien in de bestaande veeschuur en de veeschuur niet mag worden gebruikt voor het stallen en fokken van paarden als hobbyboer. Hierbij is er in de uitspraak van uitgegaan dat de bestaande veeschuur 384 m² bedraagt. Gelet hierop acht de voorzieningenrechter op voorhand niet uitgesloten dat het standpunt van de raad in de bodemprocedure geen stand houdt.

7. De voorzieningenrechter ziet aanleiding het verzoek toe te wijzen.

8. De raad dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Bergen van 25 juni 2015 tot vaststelling van het bestemmingsplan "1e Herziening Schoorl, kernen en buurtschappen", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Wonen-2 (W-2)" voor het perceel [locatie];

II. veroordeelt de raad van de gemeente Bergen tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander;

III. gelast dat de raad van de gemeente Bergen aan [verzoeker A] en [verzoekster B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 167,00 (zegge: honderdzevenenzestig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de ander.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.

w.g. Hagen w.g. Priem

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 oktober 2015

646.