Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3139

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
07-10-2015
Zaaknummer
201506638/1/A1 en 201506638/2/A1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 juli 2015 heeft het college het verzoek van Car om handhavend op te treden tegen de reconstructiewerkzaamheden aan de Rijksstraatweg in Loenen aan de Vecht afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201506638/1/A1 en 201506638/2/A1.

Datum uitspraak: 30 september 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Car Service Direct B.V. e.a., gevestigd te Weesp,

appellanten,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland (hierna: de rechtbank) van 29 juli 2015 in zaak nrs. 15/3529 en 3565 in het geding tussen:

Car

en

het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2015 heeft het college het verzoek van Car om handhavend op te treden tegen de reconstructiewerkzaamheden aan de Rijksstraatweg in Loenen aan de Vecht afgewezen.

Bij uitspraak van 29 juli 2015 heeft de rechtbank het door Car daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Car hoger beroep ingesteld.

Bij deze brief heeft Car de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Car heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 september 2015, waar Car, vertegenwoordigd door [gemachtigede], bijgestaan door mr. X. Wentink-Quelle, advocaat te Amsterdam, en het college, vertegenwoordigd door A.F.J.M. Emmelot, H.P. Polman en C. Smits, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Overwegingen

1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2. Tijdens de reconstructie van de Rijksstraatweg worden hekken geplaatst, dan wel wordt de weg op een andere wijze afgesloten en/of wordt de weg voorzien van een inrijverbod en/of parkeerverbod. Car heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen deze werkzaamheden omdat hieraan geen verkeersbesluit ten grondslag is gelegd.

3. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 geschiedt de plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens en onderborden, voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, krachtens een verkeersbesluit.

Ingevolge het tweede lid geschieden maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorie├źn weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.

Ingevolge artikel 34, aanhef en onder a, van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (hierna: het BABW), voor zover hier van belang, kunnen door het bevoegd gezag in de hierna genoemde omstandigheden en voor de duur van die omstandigheden verkeerstekens als bedoeld in artikel 12 worden geplaatst alsmede maatregelen als bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de wet worden uitgevoerd ingeval van de uitvoering van werken, opdooi, de doorweekte toestand van een weg of weggedeelte, dreigend gevaar of andere dringende omstandigheden van voorbijgaande aard.

Ingevolge artikel 35 kunnen de plaatsing van verkeerstekens en het uitvoeren van maatregelen, bedoeld in artikel 34, geschieden zonder een daaraan ten grondslag liggend verkeersbesluit.

Ingevolge artikel 37 geschieden, in afwijking van artikel 35, de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel krachtens een verkeersbesluit, indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen.

4. Car betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat nu de werkzaamheden langer dan vier maanden duren een verkeersbesluit is vereist zodat het college ten onrechte het verzoek om handhavend op te treden heeft afgewezen. Daartoe voert zij aan dat het college zijn standpunt dat de werkzaamheden niet langer dan vier maanden duren niet heeft onderbouwd. Voorts voert zij aan dat de werkzaamheden langer dan vier maanden zullen duren nu de werkzaamheden volgens de publicatie in de Wijkbericht - Informatie voor de inwoners van de gemeente Stichtse Vecht van juni 2015 (hierna: de aankondiging) waarin het college de werkzaamheden aankondigt, van 6 juli 2015 tot en met 6 november 2015 plaatsvinden. Zij voert verder aan dat in dit geval, gelet op de aanbevelingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een verkeersbesluit is vereist omdat de werkzaamheden ingrijpende gevolgen hebben voor het verkeer.

4.1. Het college heeft zich bij het besluit van 17 juli 2015 op het standpunt gesteld dat de werkzaamheden beginnen op 13 juli 2015 en op 6 november 2015 zullen zijn afgerond. In de aankondiging is vermeld dat de weg van 13 juli tot en met 6 november gefaseerd afgesloten zal zijn maar in die aankondiging is tevens vermeld dat fase 1 begint op 6 juli 2015. Ter zitting heeft het college toegelicht dat volgens de planning van de aannemer, die de werkzaamheden uitvoert, de werkzaamheden tot en niet tot en met 6 november 2015 zullen plaatsvinden en dat afsluiting van de weg zoals vermeld in het bestreden besluit op 13 juli 2015 heeft plaatsgevonden. Van 6 juli 2015 tot 13 juli 2015 zijn overeenkomstig de gemaakte planning voorbereidende werkzaamheden verricht, zijn aankondigingsborden van de komende werkzaamheden geplaatst en is een ventweg opengelegd. De duur van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 37 van het BABW zal op 5 november 2015 eindigen, zodat de in het voormelde artikel gestelde termijn van vier maanden niet wordt overschreden.

Gelet op de aankondiging en de planning heeft de rechtbank terecht overwogen dat er geen verkeersbesluit is vereist en het college derhalve terecht het verzoek om handhavend op te treden heeft afgewezen. In de aanbeveling van de VNG om in gevallen waarbij de werkzaamheden ingrijpende gevolgen hebben voor het verkeer alsnog een verkeersbesluit te nemen heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor een ander oordeel. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat uit de wettelijke bepaling volgt of er wel of niet een verkeersbesluit is vereist.

Het betoog faalt.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen w.g. Fransen

voorzieningenrechter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2015

407-712.