Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3121

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
07-10-2015
Datum publicatie
07-10-2015
Zaaknummer
201404990/3/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 april 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Morgenzon" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201404990/3/R2.

Datum uitspraak: 7 oktober 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend te Winterswijk,

en

de raad van de gemeente Winterswijk,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 april 2014 heeft de raad het bestemmingsplan "Morgenzon" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

[appellante] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2015, waar [appellante], bijgestaan door mr. D. van Hijkoop, advocaat te Doetinchem, en de raad, vertegenwoordigd door J.A.M. Eijpe, G. Verzijden en I. Timmers, allen werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 11 maart 2015 in zaak nr. 201404990/1/R4 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 24 april 2014 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij brief van 12 mei 2015 heeft de raad te kennen gegeven dat hij het besluit handhaaft onder aanvulling van een nadere motivering.

[appellante] is in de gelegenheid gesteld haar zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. Van deze gelegenheid heeft zij geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft.

Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft onder 10.2. van de tussenuitspraak overwogen dat uit de plantoelichting, noch uit de door de raad overgelegde planningslijst kan worden afgeleid dat het aantal van maximaal 90 woningen die door het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt binnen het voor Winterswijk vastgestelde maximum van 685 woningen past. De Afdeling heeft daarom geoordeeld dat het besluit van 24 april 2014 is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb). Gelet hierop is het beroep van [appellante] tegen het besluit van 24 april 2014 gegrond. Dit besluit dient te worden vernietigd.

2. Bij de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen een termijn van 12 weken na verzending van de uitspraak deugdelijk te motiveren dat de bouw van maximaal 90 woningen in het plangebied binnen de regionale behoefte past, of het besluit op dat punt te wijzigen.

3. Bij brief van 12 mei 2015 heeft de raad te kennen gegeven dat hij het besluit handhaaft onder aanvulling van een nadere motivering. Volgens de raad moet bij raadpleging van de planningslijst de nadruk op de harde plancapaciteit worden gelegd, bestaande uit de categorieën 1 ("juridisch beschikbare onherroepelijke plancapaciteit") en 3 ("vastgestelde plancapaciteit"). De optelsom van het aantal nieuw te bouwen woningen binnen deze categorieën bedraagt 466. Wanneer daarbij de maximaal 90 woningen waarin het bestemmingsplan voorziet worden opgeteld, levert dat een totaal op van 556 woningen. Daarmee wordt de bestaande behoefte van maximaal 685 woningen derhalve niet overschreden.

Daarnaast stelt de raad, onder verwijzing naar een brief van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 30 april 2015, dat een overmaat aan zachte plancapaciteit van 20-30% aanvaardbaar is, omdat er in de ontwikkeling of uitvoering van plannen vertraging kan optreden. In dit geval was weliswaar sprake van een overmaat van circa 35%, maar de provincie heeft deze overmaat acceptabel geacht, mede omdat Winterswijk ten tijde van belang aantoonbaar bezig was met het verlagen van de totale plancapaciteit. Ook bezien in het licht van de totale plancapaciteit, past de in het bestemmingsplan voorziene woningbouw naar het oordeel van de raad derhalve binnen de regionale behoefte.

4. [appellante] heeft naar aanleiding van de bij brief van 12 mei 2015 gegeven nadere motivering schriftelijk aangegeven geen zienswijze te zullen indienen. De Afdeling ziet, in aanmerking genomen dat geen zienswijze naar voren is gebracht tegen de inhoud van de brief van de raad van 12 mei 2015, geen aanleiding voor het oordeel dat de door de raad gegeven motivering waarop het besluit berust niet toereikend is. De Afdeling zal daarom bepalen dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven.

5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt het besluit van de gemeente Winterswijk van 24 april 2014;

III. bepaalt dat de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand blijven;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Winterswijk tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1033,78 (zegge: duizenddrieëndertig euro en achtenzeventig cent), waarvan € 980,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Winterswijk aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 165,00 (zegge: honderdvijfenzestig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. G. van der Wiel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A. Wijker-Dekker, griffier.

Van der Wiel

lid van de enkelvoudige kamer Wijker-Dekker

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 oktober 2015

562.