Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:3049

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
30-09-2015
Datum publicatie
30-09-2015
Zaaknummer
201307418/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Deurne" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201307418/2/R3.

Datum uitspraak: 30 september 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Deurne,

2. De vereniging Woningbouwvereniging Bergopwaarts, gevestigd te Helmond,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Deurne,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 25 juni 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Centrum Deurne" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben, voor zover hier van belang, de Woningbouwvereniging en [appellant sub 1] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 17 juli 2014, waar, voor zover hier van belang, de Woningbouwvereniging, vertegenwoordigd door mr. I. van Geel, advocaat te Helmond en T. Alders, [appellant sub 1], vertegenwoordigd door M.J.E. Driessen, werkzaam bij Driessen Advies, en de raad, vertegenwoordigd door mr. C.A.A. Span, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

Bij tussenuitspraak van 5 november 2014, in zaak nr. 201307418/1/R3, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 25 juni 2013 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 27 januari 2015 heeft de raad het besluit van 25 juni 2013 gewijzigd vastgesteld om de gebreken die in de tussenuitspraak zijn genoemd te herstellen.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren te brengen. De Woningbouwvereniging en [appellant sub 1] hebben hiervan gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft op 27 augustus 2015 bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. Bij het besluit van 27 januari 2015 heeft de raad het besluit van 25 juni 2013 gewijzigd, voor zover het betreft de percelen van [appellant sub 1] en van de Woningbouwvereniging.

2. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), heeft het bezwaar of beroep van rechtswege mede betrekking op het besluit van 27 januari 2015, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

Het beroep van [appellant sub 1]

Het besluit van 25 juni 2013

3. In overweging 7.3 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het pand aan de [locatie 1] geen bestaande woning is in de zin van de planregels, dat derhalve niet kon worden ingezien waarom de raad geen aanleiding heeft gezien om met betrekking tot het perceel [locatie 1] af te wijken van de beleidslijn dat in het kernwinkelgebied wonen op de begane grond niet is toegestaan en dat het besluit van 25 juni 2013 in zoverre dan ook is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant sub 1] tegen het besluit van 25 juni 2013 gegrond. Het besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd.

Het besluit van 27 januari 2015

3.1. De Afdeling stelt vast dat met het besluit van 27 januari 2015 geheel tegemoet is gekomen aan het tegen het besluit van 25 juni 2013 gerichte beroep van [appellant sub 1]. Gelet op het bepaalde in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, is daarom geen beroep van rechtswege van [appellant sub 1] ontstaan tegen het besluit van 27 januari 2015.

Het beroep van de Woningbouwvereniging

Het besluit van 25 juni 2013

4. In overweging 6.7 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de raad zich ten aanzien van de percelen van de Woningbouwvereniging aan de [locatie 2] en de Markt 14 ter zitting op een ander standpunt heeft gesteld dan in het bestreden besluit en niet was gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, zodat het besluit van 25 juni 2013 in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Gelet op het voorgaande is het beroep van de Woningbouwvereniging tegen het besluit van 25 juni 2013 gegrond. Het besluit dient in zoverre wegens strijd met artikel 3:2 van de Awb te worden vernietigd.

Het besluit van 27 januari 2015

4.1. Bij het besluit van 27 januari 2015 heeft de raad zijn besluit van 25 juni 2013 gewijzigd door voor deze plandelen de bestemming "Gemengd" te vervangen door de bestemming "Centrum" en de functieaanduiding "maatschappelijk" aan de begane grond en de functieaanduiding "specifieke vorm van kantoor - kantoor op de verdieping" aan de verdieping van de panden toe te kennen.

4.2. De Woningbouwvereniging voert aan dat het huidige gebruik van de begane grond van de panden als bibliotheek niet oneindig is en wijst op haar economische en financiële belang bij voorkoming van leegstand. In verband hiermee wenst zij een zo ruim mogelijke bestemming van de panden, waarmee centrum- en maatschappelijke functies, woonfuncties en kantoren zijn toegestaan. Volgens de Woningbouwvereniging blijkt uit het verhandelde op de zitting van 17 juli 2014 en de tussenuitspraak dat daartegen bij de raad geen overwegende bezwaren bestaan.

4.3. Bij zijn besluit van 27 januari 2015 heeft de raad aan de percelen aan de Marktstraat 12 en Marktstraat 14 alsnog de bestemming "Centrum" toegekend vanwege de ligging van die percelen in het kernwinkelgebied. Door middel van concentratie van centrumvoorzieningen in dat gebied, waaronder detailhandel, daghoreca, dienstverlening en wonen in bestaande woningen, wordt volgens de raad gestreefd naar een compact winkelcentrum met een aantrekkelijk recreatief verblijfsklimaat.

Zelfstandige kantoren op de verdieping en maatschappelijke voorzieningen als een bibliotheek zijn binnen deze bestemming in beginsel niet toegestaan. Omdat het hier echter gaat om bestaand gebruik heeft de raad dit in de panden aan de [locatie 2] en Markt 14 door middel van specifieke functieaanduidingen - respectievelijk "specifieke vorm van kantoor - kantoor op de verdieping" en "maatschappelijk" mogelijk gemaakt. Omdat geen aanleiding bestaat om te veronderstellen dat het bestaande gebruik binnen de planperiode zal worden beëindigd, zijn deze aanduidingen in het plan opgenomen, aldus de raad.

4.4. In het gewijzigde plan zijn aan de gronden aan de [locatie 2] en [locatie 3] de bestemming "Centrum" met de gebiedsaanduiding "horeca-concentratiegebied 2" en de functieaanduidingen "specifieke vorm van kantoor - kantoor op de verdieping" en "maatschappelijk" toegekend. Aan deze gronden, voor zover gelegen in de Oude Martinetstraat, is de bestemming "Maatschappelijk" toegekend, met de functieaanduiding "specifieke vorm van kantoor - kantoor op de verdieping".

Daarbij zijn aan artikel 4, lid 4.1, van de planregels de volgende bepalingen toegevoegd:

j. maatschappelijke voorzieningen op de begane grond, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "maatschappelijk";

k. een kantoor op de verdieping, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van kantoor - kantoor op de verdieping".

Aan artikel 11, lid 11.1, van de planregels met betrekking tot de gronden met de bestemming "Maatschappelijk" is de volgende bepaling toegevoegd:

h. een kantoor op de verdieping, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van kantoor - kantoor op de verdieping".

Ingevolge artikel 1, lid 1.47, van de planregels wordt onder maatschappelijke voorzieningen verstaan: voorzieningen op het gebied van openbaar bestuur en overheidsdiensten; levensbeschouwelijke organisaties, onderwijs, gezondheidszorg, veterinaire diensten, sociaal-medische, sociaal-culturele en culturele voorzieningen, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.

4.5. De Afdeling overweegt allereerst dat de functieaanduiding "maatschappelijk" die in het gewijzigde plan aan de begane grond van de panden is toegekend, ruimere gebruiksmogelijkheden biedt dan uitsluitend als bibliotheek. Anders dan de Woningbouwvereniging stelt, heeft de raad hiermee aangesloten bij zijn verklaringen ter zitting en de weerslag daarvan in de tussenuitspraak.

Verder heeft de raad er naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid voor kunnen kiezen om voor het overige geen ruimere gebruiksmogelijkheden in de panden toe te laten dan die binnen de centrumbestemming zijn toegestaan. Daarbij overweegt de Afdeling dat met betrekking tot de door de Woningbouwvereniging gewenste mogelijkheid van bewoning van de panden al een oordeel is gegeven in de tussenuitspraak. De Afdeling kan behoudens in een zeer uitzonderlijk geval niet terugkomen van een in de tussenuitspraak gegeven oordeel. Een dergelijk zeer uitzonderlijk geval is hier niet aan de orde. Het beleid van de raad om kantoren en maatschappelijke voorzieningen in beginsel niet toe te staan in het kernwinkelgebied, acht de Afdeling voorts niet onredelijk. Van concrete plannen van de Woningbouwvereniging om de panden aan te wenden voor doeleinden die binnen de bestemming "Centrum" niet mogelijk zijn waar de raad bij de wijziging van het plan rekening had moeten houden, is niet gebleken. Het betoog faalt.

4.6. Gelet op het voorgaande is het beroep van de Woningbouwvereniging, voor zover gericht tegen het besluit van 27 januari 2015, ongegrond.

Proceskosten

5. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten van [appellant sub 1] en de Woningbouwvereniging te worden veroordeeld. Voor zover de gemachtigde van [appellant sub 1] om vergoeding van haar reiskosten verzoekt, overweegt de Afdeling dat reiskosten die door een rechtsbijstandverlener zijn gemaakt, reeds zijn verdisconteerd in de forfaitaire vergoeding die wordt toegekend naar aanleiding van de gemaakte kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, zodat deze kosten niet apart voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en de vereniging Woningbouwvereniging Bergopwaarts tegen het besluit van de raad van de gemeente Deurne van 25 juni 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Centrum Deurne" gegrond;

II. vernietigt dat besluit van de raad van de gemeente Deurne van 25 juni 2013 voor zover:

- daarbij niet de aanduiding "wonen" is toegekend aan het plandeel met de bestemming "Centrum" aan de [locatie 1];

- het betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" aan de [locatie 2] en [locatie 3];

III. verklaart het beroep van de vereniging Woningbouwvereniging Bergopwaarts tegen het besluit van de raad van de gemeente Deurne van 27 januari 2015 tot vaststelling van het gewijzigde bestemmingsplan "Centrum Deurne" ongegrond;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Deurne tot vergoeding van bij [appellant sub 1] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.225,00 (zegge: twaalfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. veroordeelt de raad van de gemeente Deurne tot vergoeding van bij de vereniging Woningbouwvereniging Bergopwaarts in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.271,64 (zegge: twaalfhonderdeenenzeventig euro en vierenzestig cent), waarvan € 1.225,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Deurne aan [appellant sub 1] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 160,00 (zegge: honderdzestig euro) vergoedt;

VII. gelast dat de raad van de gemeente Deurne aan de vereniging Woningbouwvereniging Bergopwaarts het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzitter, en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt en mr. J. Kramer, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, griffier.

w.g. Hagen w.g. Zijlstra

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 30 september 2015

240.