Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2015:2910

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-09-2015
Datum publicatie
16-09-2015
Zaaknummer
201308866/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201308866/3/R3.

Datum uitspraak: 16 september 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant sub 1], gevestigd te Sint-Oedenrode, en anderen,

2. de stichting Stichting Citymanagement Schijndel en anderen, allen gevestigd te Schijndel,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Schijndel,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 juli 2013 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer [appellant sub 1] en anderen en Stichting Citymanagement en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 september 2014, waar onder meer [appellant sub 1] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. M.T.C.A. Smets, advocaat te Eindhoven, Stichting Citymanagement en anderen, vertegenwoordigd door J.W. van Dis en F. Tausch, bijgestaan door mr. F.A. Pommer, advocaat te ’s-Hertogenbosch, en de raad, vertegenwoordigd door mr. K.J.C. van der Heijden en F.J.P.M.G. Boeien, beiden werkzaam bij de gemeente, bijgestaan door mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen.

Bij uitspraak, deels tussenuitspraak, van 4 maart 2015 in zaak nr. 201308866/1/R3 (www.raadvanstate.nl) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 4 juli 2013 te herstellen. Deze uitspraak is aangehecht.

De Afdeling heeft bepaald dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak ten aanzien van het beroep van [appellant sub 1] en anderen geoordeeld dat het bestreden besluit voor zover dat ziet op de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" op het perceel [locatie], is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Hiertoe is overwogen dat over het gedeelte van dat perceel met de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" waar de opslagtanks in de grond liggen en de nieuwe bebouwing is gerealiseerd, de raad zich op een ander standpunt heeft gesteld dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en dat nu niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiertoe aanleiding hebben gegeven, moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" op het perceel [locatie] niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid.

Ten aanzien van het beroep van Stichting Citymanagement en anderen is geoordeeld dat dit beroep, voor zover ingesteld door de anderen dan Stichting Citymanagement, niet-ontvankelijk is voor zover het is gericht tegen artikel 3, lid 3.1.2, onder g, van de planregels en dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 3, lid 3.1.2, onder f, sub 10, onder d, is genomen in strijd met artikel 3:46 van de Awb. Daartoe is overwogen dat in artikel 3, lid 3.1.2, onder f, sub 10, onder d, van de planregels in afwijking van het Toetsingskader geen beperking is opgenomen voor de verkoop van niet-volumineuze artikelen tot een maximum van 250 m² en dat de raad voor deze afwijking van het beleid geen toereikende motivering heeft gegeven. Voorts is geoordeeld dat het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de vaststelling van artikel 3, lid 3.7.4, van de planregels, in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is vastgesteld. Daartoe is overwogen dat, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 26 februari 2014 in zaak nr. 201305787/1/R1 (www.raadvanstate.nl), de raad reeds bij het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid op grond waarvan een stedelijke ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt, inzicht moet geven in de vraag of binnen de planperiode met een regionale behoefte aan de mogelijk te maken ontwikkelingen rekening moet worden gehouden en of deze ontwikkelingen in het licht van het in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro opgenomen toetsingskader binnen het plangebied zullen kunnen worden gerealiseerd. Verder is overwogen dat de raad dat in dit geval heeft nagelaten en dat artikel 3, lid 3.7.4, van de planregels aldus in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is vastgesteld.

De Afdeling heeft de raad in de tussenuitspraak opgedragen om binnen 26 weken na verzending daarvan met inachtneming van overweging 13 van die uitspraak de daar omschreven gebreken in het besluit van 4 juli 2013 te herstellen en de Afdeling en de andere partijen de uitkomst mede te delen en het nieuw te nemen besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

2. De in de tussenuitspraak geboden hersteltermijn is ongebruikt verstreken. Gelet hierop is niet voldaan aan de door de Afdeling gegeven opdracht. Daarmee zijn de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 4 juli 2013 niet hersteld. Gelet op het voorgaande en op de overwegingen 9.5 en 12.14 van de tussenuitspraak zijn de beroepen van [appellant sub 1] en anderen en Stichting Citymanagement en anderen gegrond, zodat het besluit voor zover dat ziet op de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" op het perceel [locatie], en de vaststelling van artikel 3, lid 3.1.2, onder f, sub 10, onder d, en artikel 3, lid 3.7.4, van de planregels, dient te worden vernietigd.

3. De Afdeling ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb de raad op te dragen om voor de vernietigde planonderdelen met inachtneming van deze uitspraak een nieuw plan vast te stellen en zal daartoe een termijn stellen. Het door de raad te nemen nieuwe besluit behoeft niet overeenkomstig afdeling 3.4 van de Awb te worden voorbereid.

4. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van de stichting Stichting Citymanagement Schijndel en anderen, voor zover ingesteld door de anderen dan de stichting Stichting Citymanagement Schijndel, niet-ontvankelijk, voor zover het is gericht tegen artikel 3, lid 3.1.2, onder g, van de planregels;

II. verklaart de beroepen van de stichting Stichting Citymanagement Schijndel en anderen, voor zover ontvankelijk, en de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant sub 1] en anderen gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Schijndel van 4 juli 2013 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerreinen" voor zover dat ziet op:

a. de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 4" op het perceel [locatie];

b. de vaststelling van artikel 3, lid 3.1.2, onder f, sub 10, onder d, en artikel 3, lid 3.7.4, van de planregels;

IV. draagt de raad van de gemeente Schijndel op om binnen 16 weken na de verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen ten aanzien van de onder III.a en b genoemde planonderdelen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze en binnen de daarvoor geldende termijn bekend te maken en mede te delen;

V. veroordeelt de raad van de gemeente Schijndel tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten ten aanzien van:

a. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant sub 1] en anderen tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

b. de stichting Stichting Citymanagement Schijndel en anderen tot een bedrag van € 980,00 (zegge: negenhonderdtachtig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Schijndel het voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt:

a. € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [appellant sub 1] en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;

b. € 318,00 (zegge: driehonderdachttien euro) voor de stichting Stichting Citymanagement Schijndel en anderen, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. R. Uylenburg en mr. G.T.J.M. Jurgens, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen w.g. Lap

voorzitter griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2015

288.